Meer
Publicatiedatum: 31-05-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A | Lokale heffingen

Paragraaf A | Lokale heffingen

 

Inleiding                                                                                                                           

 

De lokale heffingen maken een belangrijk deel uit van de inkomsten van de gemeente. Jaarlijks is zo’n 16% van de inkomsten afkomstig van de lokale heffingen.

 

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen op hoofdlijnen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale belastingdruk, wat van belang is voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten. Ook wordt weergegeven welk beleid de gemeente in het rekeningjaar heeft gevoerd  ten aanzien van de lokale heffingen en de kwijtschelding hiervan.

 

Overzicht lokale heffingen en geraamde inkomsten

De lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten. De belastingen dienen ter dekking van de algemene uitgaven van de gemeente en zijn in principe vrij besteedbaar. De rechten dienen ter dekking van de kosten die de gemeente maakt voor individuele dienstverlening aan de burger en zijn dus niet vrij besteedbaar.

In de rekening 2017 zijn de navolgende werkelijke bedragen opgenomen voor de diverse gemeentelijke heffingen die in onze gemeente van toepassing zijn. Ter vergelijking zijn ook de cijfers vermeld uit de jaarrekening 2016 en de begroting 2017 (na wijziging).

 

Omschrijving

Rekening 2016

 

Begroting 2017

na wijziging

Rekening 2017

 

Leges (excl. leges omgevingsvergunning)

326.577

286.792

330.946

Parkeerheffingen (excl. secretarieleges)

284.512

334.000

291.762

Lig-, haven- en kadegelden

806

54.097

50.153

Marktgeld

5.155

12.487

4.395

Afvalstoffenheffing

1.138.524

1.132.575

1.151.121

Rioolheffing

1.087.322

1.055.292

1.011.091

Lijkbezorgingsrechten

65.640

60.556

76.708

Leges omgevingsvergunning

151.999

91.177

80.381

Onroerende-zaakbelastingen

1.944.597

1.961.159

1.989.339

Hondenbelasting

49.114

47.973

49.114

Precariobelasting

333.017

23.083

512.290

Toeristenbelasting

176.499

207.845

200.266

Roerende-zaakbelastingen

2.595

1.639

2.632

Reclamebelasting

50.181

45.675

50.841

 TOTAAL

5.616.538

5.314.350

5.801.039

 

 

 

 

 

De lokale lastendruk

 

Om een indruk te geven wat een gemiddeld huishouden uit Doesburg in 2017 aan gemeentelijke heffingen heeft betaald wordt navolgend overzicht gegeven:

 

Meerpersoonshuishouden in koophuis                                                                                       

    Situatie 2016 Situatie 2017
- OZB (op basis van gemiddelde WOZ-waarde)  €  296,00   € 301,00
- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)     -   220,00 -  225,00
- Rioolheffing (bij een gemiddeld gebruik van 125 m3)     -   255,00   -  258,00
Totaal  €  771,00 € 784,00

 

Meerpersoonshuishouden in een huurhuis                                                                                  

  Situatie 2016 Situatie 2017
- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)       €  220,00 € 225,00
- Rioolheffing (bij een verbruik van 125 m3)  -   255,00  -  258,00
Totaal  €  475,00 € 483,00

 

De lokale lastendruk vergeleken

 

In de nota gemeentefinanciën 2017 van de provincie Gelderland is o.a. een overzicht opgenomen van de belastingdruk per inwoner per Gelderse gemeente. Om een indruk te geven van de lokale belastingdruk van de gemeente Doesburg in regionaal verband, wordt het onderstaande, aan de betreffende nota ontleend overzicht gegeven. De tussen haakjes vermelde bedragen betreffen de cijfers 2016:

 

Gemeente

Belastingdruk per inwoner

Westervoort

340 (349)

Rheden

357 (349)

Montferland

361 (351)

Rijnwaarden

374 (363)

Doesburg

380 (361)

Zevenaar

389 (373)

Duiven

387 (380)

Bronckhorst

397 (391)

Doetinchem

397 (396)

 

 

Gemiddeld 10-20.000 inwoners

381 (374)

Gemiddelde Gelderland

405 (399)

 

De belastingdruk van de gemeente Doesburg is in vergelijking met de omliggende gemeenten en ook in vergelijking met de Gelderse gemeenten meer dan gemiddeld toegenomen ten opzichte van 2016. Ondanks deze toename blijft de belastingdruk van de gemeente Doesburg nog steeds onder het gemiddelde van Gelderland. 

 

 

Kwijtscheldingsbeleid

 

In de gemeente Doesburg is het kwijtscheldingsbeleid van toepassing op de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht graven, de onroerende - zaakbelastingen en de rioolheffing. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Deze regeling bevat een drietal toetsen die het mogelijk maken de financiële situatie van de belastingschuldige te beoordelen: de inkomens-, de vermogens- en de schuldentoets. De gemeenten hebben alleen de beleidsvrijheid om tussen drie verschillende kwijtscheldingsnormen te kiezen: de 90%-, de 95%- of de 100%-norm. Voor wat betreft de gemeente Doesburg is in de raadsvergadering van 14 december 2000 besloten om het meest ruime kwijtscheldingsbeleid toe te passen. In dat geval wordt in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 procent. Dit betekent dat, uitzonderingen daargelaten, de meeste mensen die een uitkering op bijstandsniveau hebben in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

In de rekening 2017 staat ten laste van programma 4 werk, inkomen en zorg een budget voor kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen een bedrag vermeld van € 146.176,-.

 

 

2013

2014

2015

2016

  * 2017

Aantal ontvangen aanvragen

441

496

509

486

520

Aantal toekenningen

389

422

442

398

425

Aantal afwijzingen

52

74

67

88

95

 

* naar de toestand op 17-3-2018

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

 

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is gebaseerd op de primitieve begroting dus er is nog geen rekening gehouden met de budgetvragende en budgetverruimende voorstellen.

Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer er voldoende mogelijkheid is om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

 

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

 

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden.

 

Onderscheid wordt gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

 

De weerstandscapaciteit van onze gemeente is:

 

Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

 

Onbenutte belastingcapaciteit

727.360

Totaal structurele weerstandscapaciteit

727.360

 

 

Incidentele weerstandscapaciteit

 

Algemene reserve

9.250.000

Bestemmingsreserve decentralisaties

509.000

Stille reserves materiële bezittingen

0

Stille reserves financiële bezittingen

0

Onvoorzien

15.000

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

9.774.000

 

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is voor onze gemeente berekend op € 693.000 (€ 61 per inwoner, 11.300 inwoners).

 

Afvalstoffenheffingen
De afvalstoffenheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening geheel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

 

Rioolheffingen

Conform de BBV regelgeving moeten alle van de burger geheven heffingen voor de riolering ook ten gunste blijven van de riolering. Hierdoor is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

OZB

Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in Gelderland (2018 € 239 per inwoner) en de Structurele OZB belastingdruk Doesburg (€ 189) is een belastingcapaciteit aanwezig van afgerond € 50 per inwoner. Dit geeft een totale OZB capaciteit van afgerond € 565.000.

 

Bestemmingsreserve decentralisaties

De bestemmingsreserve decentralisaties wordt meegenomen bij de bepaling van de incidentele weerstandscapaciteit. Dit in tegenstelling tot de overige bestemmingsreserves. Deze reserve is echter specifiek bedoeld als buffer om tegenvallers te voorkomen en is daarmee weerstandsvermogen. 

 

Stille reserves

Onder een stille reserve wordt verstaan het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet bedrijfsgebonden actief waarbij de eerste materieel hoger uitvalt dan de tweede. Een niet bedrijfsgebonden actief is een actief dat afgestoten zou kunnen worden zonder dat het functioneren van de organisatie in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Onderscheid wordt gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen.

 

Stille reserves in materiële bezittingen:

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen:

 

Objectnr

Activa

nr.

Omschrijving

Boek
waarde

Actuele waarde

Saldo

1128

144

Clubhuis harmonie Burgemeester Nahuyssingel 2

25.490

152.000

126.510

1275

-

Parkeerplaats de Bleek Burg. Flugi van Aspermontlaan

0

537.000

537.000

1746

-

Wijk-/buurtcentrum Unie van Vrijwilligers Ooipoortstraat 9

0

172.000

172.000

2126

98

Sporthal/sportzaal Armgardstraat 2a

0

218.000

218.000

8586

418

Sportterrein St Beheer en Expl Sportpark Doesburg Oranjesingel 22

0

0

0

3929

417

Sportterrein Looiersweg 2

44.463

186.000

141.537

4227

-

Sportzaal Wilgenstraat 2

0

216.000

216.000

4490

249

Sporthal Beumerskamp Breedestraat 39

90.119

963.000

872.881

5023

273

Sportterrein/tennisvelden Leigraafseweg 37, veld

457.300

773.000

315.700

5832

-

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd Marijkelaan 1

0

261.000

261.000

8675

-

Oranjesingel 22 grond

0

39.000

39.000

8676

418

Oranjesingel 22 grond 2

0

223.000

223.000

Totaal

617.372

3.740.000

3.122.628

 

Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze bezittingen tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend.

De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2017). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZ-waarde minimaal € 45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. 

Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van de genoemde stille reserves steeds beperkter worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met de berekende stille reserve.

 

Stille reserves in financiële bezittingen:

Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de (verhandelbare) deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen.

 

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen:

Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

69.030

1.376.000

1.306.970

Aandelen Alliander

8.168

4.652.700

4.644.532

Aandelen Vitens

1.997

1.051.200

1.049.203

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

22.235

111.180

88.945

Totaal

101.430

7.191.080

7.089.650

 

De opbrengstwaarde is gebaseerd op het eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele aandeel van onze gemeente in het aandelenkapitaal (intrinsieke waarde).

 

In de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de contante waarde van de in de begroting na wijziging geraamde dividenden (op basis van een eeuwigdurende rente van 1%). Deze vallen immers bij een eventuele verkoop weg:

 

Omschrijving

Saldo boek-  en

opbrengstwaarde

CW dividend

Saldo
(mits positief)

Aandelen BNG

1.306.970

855.000

451.970

Aandelen Alliander

4.644.532

2.341.250

2.303.282

Aandelen Vitens

1.049.203

641.250

407.953

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

88.945

450.000

0

Totaal

7.089.650

4.287.500

3.163.205

 

Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de berekende stille reserve.

 


Onvoorzien

De post onvoorzien is vastgesteld op een bedrag van € 15.000.


 

 

Inventarisatie van de risico’s

 

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen.

 

Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = kans x gevolg


Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt:

  • Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;
  • Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;
  • Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;
  • Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen.

 

 

Structurele risico’s


Inkomensdeel WWB (BUIG)
Het maximale risico is met ingang van de begroting 2014 niet meer volledig afgedekt. Dit betekent dat het maximale risico afgerond € 366.000 bedraagt, gebaseerd op 7,5% van het inkomensdeel. Hiervan is € 200.000 afgedekt binnen de begroting. We houden rekening met 25% van het maximale risico, te weten € 91.500.

 

Presikhaaf bedrijven
Vanaf 2015 hebben we een bijdrage opgenomen voor het geraamde exploitatietekort van Presikhaaf Bedrijven. Omdat de activiteiten zijn overgenomen door Scalabor en het risico voor rekening van de gemeente Arnhem komt, is dit risico vervallen.

 

Fluctuaties gemeentefonds

De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt 60% uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen derhalve de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten.

De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in de primitieve begroting 2018 begroot op € 18,8 miljoen. Het maximale risico wordt geschat op 2% van dit bedrag, te weten afgerond € 375.800.

 

Precario op kabels en leidingen

In de begroting zijn de opbrengsten van precariobelasting op Kabels en Leidingen opgenomen voor het deel dat betrekking heeft op de gasleidingen. Gelet op juridische procedures zit hier een risico in. Dit risico wordt laag ingeschat, 10% van € 178.000 = € 17.800.

 

 

Incidentele risico’s


Verleende gemeentegaranties en aan derden verstrekte geldleningen

De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder:

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2017

Risicoprofiel

Kwalificatie

Vitens N.V.

68.312

Laag

 

Zorggroep Attent

671.576

Middel

 

Gestichten van Weldadigheid

2.565.000

Laag

 

Totaal

3.304.888

 

330.500








Daarnaast heeft onze gemeente een aantal leningen verstrekt aan derden. Aan de terugontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Het betreft de navolgende leningen:

 

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2017

Risicoprofiel

Kwalificatie

Woonservice IJsselland

1.434.639

Laag

 

Zwembad Den Helder*

998.705

Middel

 

Vitens

190.960

Laag

 

Totaal

2.624.304

 

0

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid.

 

Het risico op de verleende gemeentegaranties en verstrekte geldleningen wordt nihil ingeschat waarbij de kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte leningen als volgt is bepaald:

 

 

Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2017

998.705

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde)

1.564.800

Maximaal risico

0

 

Opgemerkt wordt dat in de gemeentebegroting de subsidie aan de stichting zwembad is begroot op afgerond € 300.000. Bij een eventueel faillissement van de stichting valt dit bedrag vrij.

 

Verbonden partijen

Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf  “Verbonden partijen”. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Rekening wordt gehouden met maximaal € 450.000.

Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen.

Er lopen plaatselijk en landelijk procedures m.b.t. de precariobelasting op kabels en leidingen. Als incidenteel risico is daarom de totale opbrengst van 2016 en 2017 opgenomen, waarbij het risico is ingeschat op 25%. Dit betekent een risicowaarde van € 956.000 x 25% = € 239.000.

 

 

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op de boekwaarde per 31 december 2017, afgerond € 2.355.000.

 

In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien:

 

 

Structurele risico’s

Kans

Max. risico

Kans x financieel gevolg

Inkomensdeel WWB

25%

366.000

91.500

Presikhaaf bedrijven

 

 

 

Fluctuaties gemeentefonds

2%

18.790.500

375.800

Precariobelasting kabels en leidingen

10%

178.000

17.800

Totaal

 

19.345.700

485.100

 

 

Incidentele risico’s

Kans

Max. risico

Kans x financieel gevolg

Verleende gemeentegaranties en geldleningen

10%

3.305.000

330.500

Verbonden partijen

10%

450.000

45.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

20%

2.355.000

471.000

Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen

25%

956.000

239.000

Totaal

 

7.066.000

1.085.500

 

 

Berekening weerstandsvermogen

 

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

 

Dynamisch weerstandsvermogen

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

693.338

Structurele risico’s

485.100

Saldo (overschot):

208.238

 

Statisch weerstandsvermogen

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit

9.774.000

Incidentele risico’s

1.085.500

Saldo (overschot)

8.688.500

 

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen toereikend is.

 

Indien de maximale omvang van de incidentele risico’s (meest negatieve scenario) wordt afgezet tegen de incidentele weerstandscapaciteit is het resultaat:

 

 

Maximale incidentele risico’s t.o.v. de incidentele weerstandscapaciteit

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit

9.774.000

Incidentele risico’s

7.066.000

Saldo (overschot)

2.708.000

 

Indien de maximale omvang van de incidentele risico’s (meest negatieve scenario) wordt afgezet tegen alleen de algemene reserve is het resultaat:

 

Maximale incidentele risico’s t.o.v. Algemene reserve

Bedrag

Algemene reserve

9.250.000

Incidentele risico’s

7.066.000

Saldo (overschot)

2.184.000

 

 

 

 

Kengetallen

 

De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen. Op de volgende pagina staat een schematische weergave met een uitleg per kengetal opgesteld door het ministerie van Binnenlandse zaken en Koningsrelaties.


Jaarrekening 2017

Verloop van de kengetallen

Kengetallen:

W2016

B2017

W2017

Netto schuldquote

-29,77%

-42,37%

-23,12%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-39,04%

-52,84%

-33,15%

Solvabiliteitsratio

72,93%

78,01%

72,40%

Grondexploitatie

3,56%

0,40%

5,82%

Structurele exploitatieruimte

92,77%

94,25%

104,10%

Belastingcapaciteit

4,13%

5,08%

0,79%

 Gemeente Doesburg heeft veel eigen vermogen en geen schulden. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we weinig risico lopen met grondexploitaties. Onze structurele exploitatieruimte laat zien dat baten vrijwel gelijk zijn aan lasten.

 

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan:

  • het beleidskader
  • het beheer
  • actuele ontwikkelingen
  • kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren
  • de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

 

C.1 Wegen

1.1 Het beleidskader

De gemeente heeft de plicht een openbare weg te onderhouden (art. 15 Wegenwet), met uitzondering van Rijks en provinciale wegen.

Verder kan de gemeente, als wegbeheerder, aansprakelijk worden gesteld op basis van het Burgerlijk Wetboek. Er zijn daarvoor twee mogelijke vormen: risico- (art. 6:174) en schuldaansprakelijkheid (art. 6:162). Bij schuldaansprakelijkheid moet het slachtoffer bewijzen dat de wegbeheerder een fout heeft gemaakt, er moet sprake zijn van een gebrek aan de weg. Bij risicoaansprakelijkheid hoeft dit bewijs niet te worden geleverd.

Vanwege zowel de onderhoudsplicht als de mogelijke aansprakelijkheidstelling is het voor de gemeente van belang haar wegen goed te onderhouden. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor Rationeel wegbeheer (CROW-publicatie 147) van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW), een nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Als de gemeente werkt volgens deze richtlijnen kan zij aantonen dat er naar behoren wordt onderhouden.

In 2017 is het Beleidsplan Wegen vastgesteld, waarin wet- en regelgeving, lokale ambities, etc. zijn vertaald in kaders. Zo is er onder andere vastgesteld dat we werken met beeldkwaliteiten, conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK).

1.2 Het beheer

In 2017 is het Beheerplan Wegen vastgesteld. In dit beheerplan wordt de (gewenste) werkwijze beschreven ten aanzien van beheer en onderhoud.

Het wegenareaal wordt bijgehouden in een geautomatiseerd (beheer)systeem. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onder andere het materiaal, de functie en de (beeld)kwaliteit. Door middel van een inspectie wordt frequent de huidige staat van het areaal in beeld gebracht. Op basis van een maatregelpakket wordt een planning voor de korte termijn door de beheersoftware gegeneerd; met een maatregeltoets worden de feitelijke werkzaamheden vorm gegeven in een onderhoudsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar groot en klein onderhoud. Groot onderhoud betreft voorziene werkzaamheden, voorvloeiend uit de inspectie. Bij klein onderhoud is er een budget van een bepaalde omvang vastgesteld, omdat de ervaring leert dat een beperkt deel van de werkzaamheden zich moeilijk laten voorspellen. Daarnaast wordt gekeken of werkzaamheden integraal opgepakt kunnen worden, dat wil zeggen dat samen met andere producten (bijv. riolering) projecten worden gevormd of dat ze met andere voorgenomen projecten kunnen meeliften.

In 2018 moet gewerkt gaan worden aan een budget voor de lange termijn, zodat in de begroting rekening gehouden kan worden met toekomstige pieken. Voor dit budget moeten voor de beheersoftware nog de onderhoudscycli met de bijbehorende maatregel en bedragen worden geformuleerd. Hetzelfde geld voor de rehabilitatiekosten, dit betreft de kosten voor het in z’n geheel vervangeng van de weg inclusief fundering.

1.3 Actuele ontwikkelingen

Bij de vaststelling van het beleidsplan en het beheerplan is vastgesteld dat de kwaliteit van de beheergegevens moet worden verbeterd. In 2018 zal hieraan verder worden gewerkt. Enerzijds betreft dit uitdetaillering areaalinformatie, anderzijds betreft dit onderhoudscycli en rehabilitatiekosten.

Verder zal er in 2018 gewerkt moeten worden aan een actuele wegenlegger, welke de gemeente moet hebben conform art. 27 Wegenwet.

In het kader van duurzaamheid zal er gekeken moeten worden naar energie- en materiaalgebruik. Voor wegen zou in het kader hiervan gekeken kunnen worden of asfalt met een bepaalde mate van wegdekreflectie toegepast kan worden op bijv. kruisingen, ter vervanging van openbare verlichting.

1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 351.000 m2 verharding, waarvan 134.000 m2 asfalt (hoofdzakelijk rijwegen en fietspaden) en 217.000 m2 elementenverharding (hoofdzakelijk woonstraten en voet- en fietspaden).

 

C.2 Riolering

 2.1 Het (wettelijk) beleidskader

Gemeenten hebben op grond van de Wet milieubeheer (Wm) een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en een zorgplicht voor grondwater. Waterschappen hebben op grond van de Waterschapswet, in samenhang met de Waterwet, een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater.

In de wet milieubeheer is een voorkeursvolgorde voor afvalwater vastgelegd. In de wet wordt  gesproken van “stedelijk afvalwater”. Daarnaast zijn er nog twee aparte zorgplichten, de hemelwaterzorgplicht en de zorgplicht voor grondwater. Deze laatste zijn verankerd in de Waterwet.

De zorgplicht voor stedelijk afvalwater wordt ingevuld door de aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool. Met de zorgplicht wordt invulling gegeven aan de implementatie van de EU-richtlijn stedelijk afvalwater.

De zorgplicht het hemelwater bestaat uit een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. De eigenaar van particulier terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in een plan.

De zorgplicht voor het grondwater bestaat uit een aantal elementen die tezamen bepalen of de gemeente verantwoordelijk kan worden gehouden om nadelige grondwaterstandgevolgen te voorkomen. Het betreft o.a. om de zorgplicht in openbaar gebied en om structureel nadelige gevolgen voor de grondwaterstand. Klimatologische omstandigheden (waaronder calamiteiten zoals extreme neerslag en overstroming door rivieren) die kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand vallen daar niet onder. Ook valt de zorg voor particuliere terreinen niet onder de wettelijke zorgplicht voor het grondwater. Indien voldaan wordt aan alle elementen van de grondwaterzorgplicht tezamen, dan is de gemeente gehouden maatregelen te treffen om de grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. De zorgplicht voor het grondwater heeft het karakter van een inspanningsverplichting omdat het grondwaterpeil geen eenvoudig te sturen beheergebied is. Er is dan ook een zekere mate van beleidsvrijheid voor de aanpak die rekening houdt met lokale omstandigheden.

In het door de raad vastgestelde Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) zijn de watertaken (visie, doelen, programma etc.) vastgelegd. Onderdeel van dit plan is een kostendekkingsplan waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen.

Belangrijke aspecten uit het vGRP zijn onder andere:

  • Het blijven bijdragen aan een goede volksgezondheid, door het inzamelen, transporten en/of verwerken van afval-, hemel- en grondwater;
  • Het voorkomen van wateroverlast;
  • Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;
  • Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

Het beleid is gericht op:

  • zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;
  • zo min mogelijk overlast voor de omgeving;
  • waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.

 

2.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het vGRP zijn opgenomen en vindt met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarvan een belangrijk element.

In Beinum zorgen drie rioolgemalen voor de afvoer van het afvalwater. De ouderdom van deze gemalen vraagt om renovatie. Twee rioolgemalen zijn in dit jaar gerenoveerd. Voor de andere worden de voorbereidingen getroffen.

Een belangrijk hulpmiddel voor het beheer en onderhoud is het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Brockhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met het waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel.

Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€ 380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten, Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem gaat ons daar bij helpen met behoud van de eigen autonomie.

Daarnaast werken wij met het zogenaamde RTC (Real Time Control. Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit gebeurt door middel van beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel. Water op straatsituaties en rioolwater overstorten op oppervlaktewater worden hiermee teruggebracht.

 

2.3 Actuele ontwikkelingen

  • In 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. Doelstelling is drieledig:

    • het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van 380 miljoen op de jaarlijkse kosten;
    • het verminderen van de kwetsbaarheid;
    • het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen

       

       

  • Op de RWZI (RioolWaterZuivering Installatie) Olburgen wordt het afvalwater van de gemeente Doesburg, een deel van de gemeente Bronckhorst en een deel van de gemeente Rheden gezuiverd. Daarnaast gaat het afvalwater van het dorp Angerlo (gemeente Zevenaar) via het stelsel van Doesburg ook naar de zuivering in Olburgen.

Dit is dan ook de reden dat Doesburg heeft gekozen voor een intensievere samenwerking binnen het in 2014 opgerichte AWT Olburgen (Afvalwaterteam). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW. Daarnaast werken wij in dezelfde samenstelling in de OAS Olburgen (Optimalisatie Afvalwater Systeem).

In 2017 zijn de voorbereidingen getroffen om gezamenlijk met de gemeente Bronkhorst, gemeente Rheden en het waterschap Rijn en IJssel een WaterTakenPlan Olburgen (WTPO) te maken. Dit WTPO zal het huidige vGRP in 2018 vervangen.

Doesburg heeft in 2016 Wateroverlast gehad door hevige regenval. Dit is aanleiding geweest om samen met de bewoners de klachten te inventariseren. Vervolgens is een quick scan uitgevoerd om te kijken naar de mogelijkheden om wateroverlast in de toekomst terug te brengen. In de oude binnenstad is van oudsher veel verhard oppervlak en een (verouderd) rioolstelsel wat dateert uit 1935.

 

Rood is een hoog liggend gebied en geel een lager gelegen gebied

Dit alles heeft geleid tot het doorrekenen van het rioolstelsel en het opstellen van een hemelwaterstructuurplan voor de binnenstad. Aan de hand van de berekeningen en de hoogteligging van straten is in het hemelwaterstructuurplan aangegeven hoe om te gaan met het  hemelwater. Afvoeren kan soms bovengronds via goten. In andere situatie zal er een extra hemelwaterriool worden aangelegd. In de meeste gevallen wordt gestreefd naar het separaat inzamelen van de verschillende waterstromen.

C.3 Water

3.1 Het beleidskader

Water en ruimtelijke ordening zijn steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom wordt water beter ingebed in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen. Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming.

Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen. Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) van 2008.

Het watertoets is ook verplicht voor een omgevingsvergunning van een afwijkend bestemmingsplan.  De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om zowel grond- als oppervlaktewater. De mogelijke gevolgen van een nieuwe ontwikkeling (veiligheid en wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging, e.d.) moeten in beeld worden gebracht.

Met de komst van de waterwet in 2009 en het daarmee wegvallen van verschillende vergunningen is  de samenwerking tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat en/of waterschap) belangrijker geworden.

Waterbeheer is daarmee geen zaak meer van één partij, maar een samenspel van alle bestuurslagen in Nederland. Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een andere manier van (samen)werken. Samenwerken op basis van afspraken in plaats van op basis van vergunningvoorschriften. In toenemende mate zal de samenwerking met waterbeheerders als Rijkswaterstaat en het waterschap intensiever worden. De “stedelijke wateropgaaf” vraagt in toenemende onze aandacht.

Aandachtspunten zijn extra ruimte voor waterberging en het apart inzamelen van regenwater. De capaciteit van het rioleringsstelsel dient hierop afgestemd te worden zodat de veiligheid van onze burgers voor de toekomst is gewaarborgd.

Kortom waterbeheer zal in de toekomst steeds meer een gezamenlijk proces van alle overheden worden. Water houdt zich immers niet aan gemeente- en nationale grenzen.

Met ingang van 2015 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn schrijft de waterkwaliteit voor van Europese wateren. Hiermee wordt de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa gewaarborgd en beschermd. Voor het bereiken hiervan is in Nederland een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost.

Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van foute aansluitingen in de gescheiden stelsels.

3.2 Het beheer

Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer. Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, waterschap Rijn en IJssel, in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld zijn op enkele locaties zogenaamde kroosslurpers aangebracht.

De waterpartijen in Beinum zijn in 2007 in beheer bij het waterschap Rijn en IJssel gekomen.

3.3 Actuele ontwikkelingen

Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen “foutieve” aansluitingen een speciale aandacht. Het betreft hier het stelsel in Beinum en Campstede. Foutieve aansluiting zijn vuilwaterhuisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste kunnen zorgen voor een capaciteitsprobleem doordat te veel regenwater in het vuilwatersysteem van de riolering terecht komt.

Door het herstellen van de foute aansluiting komt er meer regenwater in de vijvers. Meer regenwater in de vijvers kan de waterkwaliteit en de doorstroming verbeteren.

Een onderzoek naar de foutieve aansluitingen voor gebied Molengaarde en Leigraafseweg heeft in 2008 en 2009 plaatsgevonden. De primaire aanleiding was toen de overbelasting van het vuilwaterstelsel. De gevonden foutieve aansluitingen zijn aansluitend hersteld. Omdat de negatieve invloed van foutieve aansluiting op de totale waterkwaliteit van de vijvers nog niet duidelijk was is verder onderzoek op on-hold gezet.

In het kader van het programma verbetering doorstroming vijvers Beinum is in 2016 het onderzoek naar foutieve aansluitingen weer opgepakt. Waterschap en gemeente willen de komende jaren de doorstroming en de waterkwaliteit van de vijvers in Beinum verbeteren.

Deltaprogramma

Er is een nieuw Deltaprogramma. Het gaat hier om een nationaal programma wat jaarlijks wordt geactualiseerd. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken erin samen. Ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en organisaties met veel kennis over water zijn erbij betrokken. De kern van het programma is ons land in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt. De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht.

Deltaprogramma en Doesburg

Doesburg heeft samen met IJsselgemeenten uit de regio, de provincie en RWS gewerkt aan de zogenaamde voorkeurstrategie IJssel (VKS) Dit is een langetermijnperspectief, waarin op hoofdlijnen is aangegeven op welke wijze de regio wil anti­ciperen op de opgave van de hoogwaterveiligheid. De VKS IJssel is geen blauw­druk, maar vooral een bouwsteen voor het Deltaprogramma Rivieren en het Nationaal Waterplan. Daarnaast geeft de voorkeursstrategie inzicht in de wijze waarop de regio denkt te anticiperen op de hoogwaterveiligheid. Door maatregelen per tijdspad te duiden, zijn maatregelen op de korte termijn toekomstbestendig, en worden maatregelen op de lange termijn niet onmogelijk gemaakt.

De voorkeursstrategie is een dynamisch document en bestaat uit een mix van maatregelen. Dijken op orde brengen, piping aanpakken (lekkende dijken) het beschermingsniveau actualiseren i.p.v. kansbenadering en de gevolgen van klimaatverandering opvangen.

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (RWS en waterschap). De overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten etc.) wat in beheer is bij het waterschap Rijn en IJssel.

De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Maar ook de gemeente speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming. 
 

C.4 Groen

 4.1 Het beleidskader

Het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014 vormen het gemeentelijk beleidskader ten aanzien van het stedelijk groen en geven richting aan het na te streven eindbeeld. De gemeente Doesburg wenst via het Groenstructuurplan en Bomenbeleidsplan haar beleid aangaande het stedelijk groen nader te structureren in met name te ontwikkelen bebouwingslocaties. Beide beleidsplannen dienen een stelselmatige inrichting en doelgericht beheer van de Openbare Ruimte.
 4.2 Het beheer

De visie voor het beheer van het openbaar groen moet zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin de structuur en kwaliteit zijn omschreven en een beheerplan waarin de uitvoering en de kosten worden verantwoord.  Een hulpmiddel hierbij is het gemeentelijke groenbeheersysteem. Het groenbeheerplan is in 2013 opgesteld en dient in 2018 geactualiseerd te worden.

T.b.v. de uitvoering ”buiten “ zijn onderhoudsbestekken gemaakt die uitgaan van het beheer op “beeldkwaliteit”. Ingaande 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel en maakt dit werk onderdeel uit van de overeenkomst die de gemeente heeft met Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk en de kwaliteit hiervan is bij het team Stadsbeheer. Uitvoeringsprogramma?s van het onderhoud spelen een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. De hoofdgroepen in het beheer kunnen als volgt worden omschreven:

  • groenbeheer door gemeente en Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst.
  • het beheer van gazons, bermen en sportvelden door Circulus Berkel en aannemer middels een bestek
  • boombeheer door gemeente en groenaannemer middels uitbesteding.

4.3 Actuele ontwikkelingen

Via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Circulus Berkel  wordt momenteel het openbaar groen binnen de gemeente beheerd. De huidige populatie SW-medewerkers blijven werkzaam in Doesburg en er wordt fors uitvoering gegeven aan het begrip Social Return. Hoewel het opgestelde bestek voorziet in het onderhoud van het openbaar groen op basis van beeld speelt de kwaliteit en de functie van het groen een belangrijkere rol.

Het voorliggende beheerplan voorziet in een kwaliteitsslag in het centrum en de centra in de wijken. Hiervoor dient in 2018 een renovatieplan opgesteld te worden voor alle wijken in de gemeente Doesburg. Vervolgens kan dit plan gefaseerd uitgevoerd gaan worden waarbij rekening gehouden wordt met het omvormen van groen, waar dit gewenst is, naar gazon dan wel vaste planten. De weg zoals deze nu is ingezet wordt in 2018 doorgezet. 

Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur. De gemeente heeft voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. Met de achterstand in de onderhoudstoestand is in 2017 een begin gemaakt. De komende drie jaar wordt deze inhaalslag gecontinueerd om het bomenbestand  naar het gewenste en vereiste kwaliteitsniveau te brengen.

Er wordt een inhaalslag gemaakt om het beheerplan te actualiseren om zodoende snel in te kunnen spelen op wensen die betrekking hebben op de beheermethodiek en het verder optimaliseren van de kosten.

4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Het openbaar groen omvat ca. 57 hectare waarvan op dit moment ongeveer 80% traditioneel (intensief) en 20 % ecologisch wordt beheerd. Het totale bomenbestand beslaat afgerond 5.700 stuks.

 

Intensief groenbeheer

Oppervlakte

Sierplantsoen/ bodembedekkers

84.252 m2

Rozen

2.651 m2

Gazon

171.163 m2

Sportvelden

6.984 m2

Bermen

186.253 m2

Hagen

5.478 m2

Totaal

456.781 m2

 

Ecologisch groenbeheer

Oppervlakte

Bloemrijke bermen

22.900 m2

Bosplantsoen

61.259 m2

Vaste planten

3.094 m2

Boerenhagen

Struwelen (Linies)

9.887 m2

9.4898 m2

Totaal

93.752 m2

 

Verdeling bomenbestand

Aantal

Bomen < 6 m

1.439

Bomen > 6 m

2.954

Volwassen

601

Leibomen

73

Knotbomen

361

Bolbomen

49

Haagbomen

23

Gekandelaarde bomen

143

Fruitbomen

36

Totaal bomen

          5.679

 

C.5 Gebouwen

Schoolgebouwen

5.1.1. Het beleidskader

De verordening voorziening onderwijshuisvesting vormt het beleidskader voor het beheer van onze schoolgebouwen.

5.1.2 Het beheer

De schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan de basisscholen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreek een rijksvergoeding.

5.1.3 Actuele ontwikkelingen

De gemeente Doesburg investeert op dit moment nog in de schoolgebouwen om de Integrale Kind Centra te realiseren. De schoolbesturen gaan over de inhoud van de Centra.

5.1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeentelijk schoolgebouwen zijn:

• Wetelaar

• Horizon Stad

• Horizon Ooi

• Anne Frankschool

5.2.1 Het beleidskader

Het meerjarenonderhoudsprogramma gemeentelijke gebouwen vormt het beleidskader voor het beheer van onze gemeentelijke gebouwen. In het onderhoudsbeheerplan wordt hoofdzakelijk uitgegaan van een kwaliteitsniveau tussen 2 en 3. Dit kwaliteitsniveau is gerelateerd aan redelijk tot goed onderhoud. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties, hiervoor geldt kwaliteitsniveau 4, matig onderhoud. Het huidige MJOP dateert uit 2017, het MJOP wordt jaarlijks bijgewerkt en om de 4 jaar geactualiseerd, waarbij de bijbehorende dotaties door de Raad worden vastgesteld.

 5.2.2 Het beheer

Voor het beheer en technisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat is ondergebracht in een geautomatiseerd beheersysteem. Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Ook de jaarlijkse stortingen (dotaties) in het gemeentelijke onderhoudsfonds worden door dit programma cijfermatig gegenereerd.

Een MJOP is in de basis ook altijd een dynamisch document, dat jaarlijks op basis van gerealiseerd onderhoud wordt bijgesteld.

5.2.3 Actuele ontwikkelingen

In 2017 is de nieuwe stadswerf gebouwd en opgeleverd. Dit gebouw maakt nu ook deel uit van het MJOP. Het kwaliteitsniveau is vanwege de nieuwbouw op 1 gesteld, uitstekend onderhoudsniveau.

 Voor een structurele wijzen van het geven van uitvoering aan beheer en onderhoud gemeentelijke vastgoed is een onderhoudsbeheerplan opgesteld.

Begin 2018 zijn er per object nieuwe MJOP’s gemaakt. Deze dienen als uitvoeringsrichtlijn voor beheer en onderhoud voor 2018.  

Er loopt een onderzoek naar de herstructurering van de sportaccommodaties. Gevolg is dat er een keuze gemaakt moet worden in de wijze van beheer van de huidige accommodaties. De sportaccommodaties worden om die reden beheerd op kwaliteitsniveau 4.

Bij het gebouw Nieuwstraat 2-4 (streekarchief) wordt in 2018 achterstallig onderhoud weggewerkt.

Het stadhuis, met name het monumentale gedeelte, wordt onderhanden genomen wat betreft de vochtproblematiek aan de buiten muren. Ook worden alle luiken gerestaureerd. Voor het in standhouden is rijkssubsidie beschikbaar gesteld.

In het kader van duurzaamheid wordt onderzoek gedaan naar de mate van duurzaamheid voor het Stadhuis en het gebouw Nieuwstraat 2-4, het streekarchief.

 5.2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Het gemeentelijk gebouwenonderhoud betreft de navolgende objecten:

  • Mauritskazerne (brandweer/politie)
  • Stadhuis

    • Hof Gelria (Koepoortstraat).
    • Wijnhuis en Schepenhuis (Roggestraat).
    • Overig deel (Philippus Gastelaarsstraat).
  • Stadswerf (nieuwe locatie)
  • Stadsarchief en kantoren (Nieuwstraat 2-4)
  • Martinitoren
  • Poortgebouw, algemene begraafplaats
  • Baarhuisje
  • Graftombe de Gijselaar
  • Sporthal Beumerskamp
  • Gymzaal Armgardstraat
  • Gymzaal Wilgenstraat
  • Jongerencentrum 0313
  • De Harmonie (clubgebouw)
  • Linie 4 (zorgloket, bibliotheek, huurobject)

C. 6 Openbare verlichting

 6.1 Het beleidskader

De openbare verlichting draag bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het beheerplan. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing. In het beheerplan is beschreven hoe het beheer wordt vorm gegeven. Het betreft de exploitatielasten (met name energiekosten), publieke taak (o.a. beleidsontwikkeling), kort cyclisch onderhoud (dagelijks beheer en onderhoud) en lang cyclisch onderhoud (met name vervangingen).

 6.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL 2011” van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd. In het beleidsplan is aangegeven dat de gemeente, t.a.v. de lichtsterkte afwijkt van de ROVL. Toepassing zou leiden tot meer licht en tot meer energieverbruik.

Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. Het contract omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces waarbij de gemeente samen met het externe bedrijf werkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting.

 6.3 Actuele ontwikkelingen

In 2017 is een vervangingsplan aan het bestuur voorgelegd, met als bijlage een uitvoeringsplan. De uitvoering is ook in 2017 gestart, in buurt De Ooi. In de komende drie jaren zullen ook op andere locaties masten en armaturen worden vervangen.

De netbeheerder is verantwoordelijk voor het ondergronds netwerk, het zogenaamde gereguleerde domein. Hier hebben zich diverse malen storingen voor gedaan in 2015. De netbeheerder is hierop aangesproken, in Achterhoeks verband. Deze problemen lijken te zijn verholpen. In 2017 hebben zich geen noemenswaardige problemen voorgedaan.

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn ten aanzien van de openbare verlichting. Deze zal vermoedelijk invloed hebben op de inrichting van de openbare verlichting. Deze ontwikkeling zal nauwlettend worden gevolgd.

 6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.600 lichtmasten. In Doesburg staan een kleine 300 masten langs achterpaden, deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland. Een kleine 4% van het geheel bestaat uit klassieke verlichting (binnenstad).

Door de periodieke controle worden over het algemeen tijdig gebreken onderkend. Daarnaast is het beleid de afgelopen jaren gericht op het vervangen van de oude hoog vermogende armaturen door dimbare energiezuinige laag vermogende armaturen (veelal led). Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld. Dit betekent in de praktijk dat, wanneer de situatie daarom vraagt, de OV zal aan- dan wel uitgaan.

Via de OV-kabel wordt een signaal meegezonden die zorgt voor de avond- en nachtschakeling. Voor Doesburg is de nachtschakeling ingesteld op 22.00 uur.

Uit oogpunt van (sociale) veiligheid is voor de nieuwe energiezuinige armaturen afgezien van een avond- en nachtschakeling. In het kader van energiebesparing/reductie CO2-uitstoot zal nagegaan worden of het wenselijk is deze situatie te handhaven.

Het energieverbruik is gedaald ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen. Dit is met name toe te schrijven aan het toenemende gebruik van energiezuinige armaturen. Dit resulteert in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt.


C. 7 Speelgelegenheid

 7.1 Het beleidskader

Tot op heden wordt gewerkt met de door de Raad vastgestelde beheervisie (2007-2009), waarin onder andere  verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld.

In 2017 heeft een evaluatie van het speelbeleid plaatsgevonden. De output wordt gebruikt voor het in 2018 op te stellen beleidplan en beheerplan spelen.

Het WAS is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat

7.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de Raad vastgestelde beleidskaders, waaronder genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven:

  • Publieke taak, bestaande uit onder andere: beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;
  • Dagelijks onderhoud, bestaande uit onder andere: controleren op zichtbare gevaren, herstel vernielingen en kleine gebreken, bijhouden ondergronden en bijhouden gegevens in beheersoftware;
  • Kort cyclisch onderhoud, onder andere bestaande uit:

    • frequente inspectie van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden, met vastlegging van de resultaten (in de beheersoftware) en indien noodzakelijk worden reparaties uitgevoerd
    • groot onderhoud: verven van toestellen en vervangen zand in zandbakken;
  • Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit: vervangen van toestellen, -aanleidingen en ondergronden.

7.3 Actuele ontwikkelingen

Uit de inspectie van medio 2017 bleek dat het nodig was om in het kader van veiligheid te werken aan herstel van veel toestellen. Hierbij is niet gewacht op het gereed zijn van het beleidsplan, omdat anders de veiligheid van de toestellen in het geding zou komen. De toestellen zijn nu weer veilig.

In 2018 zal gewerkt worden aan nieuw beleidsplan en beheerplan spelen. In het beleidsplan zal het beleidskader voor de komende jaren wordt vastgesteld. Dit beleidskader is een vertaling van de geldende wet- en regelgeving onderdeel. De belangrijkste zijn:

  • Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), voorheen Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS);
  • NEN-EN 1176;
  • NEN-EN 1177.

7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeente verzorgt van 44 speelgelegenheden het beheer, onderhoud en vervanging. Het aantal toestellen op die speelgelegenheden bedraagt op dit moment 348 stuks.

 

Paragraaf D | Financiering

Paragraaf D | Financiering

 

Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren.

Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken.

De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de Raad bepaald in artikel 9 van de financiële verordening die op 26 september 2013 is vastgesteld. Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten:

    • het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
    • het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
    • het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
    • het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

 

Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer

In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd:

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de kasgeldlimiet en het begrote financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden.

 

 

2017

Rekeningtotaal

32.640.633

Percentage regeling

8,50%

Kasgeldlimiet

2.774.454

Financieringssaldo

+ = overschot

-/- = tekort

6.897.036

Kasgeldlimietruimte

9.671.490

 

Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. De gemiddelde kasgeldlimiet is in 2017 niet overschreden.

 

Renterisiconorm

Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing:

 

2017

2018

2019

2020

(1)

Renteherzieningen

0

0

0

0

(2)

Aflossingen

0

0

0

0

(3)

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

(4)

Renterisiconorm

6.528.127

6.436.770

6.421.869

6.379.743

(5a) =(4>3)

Ruimte onder de renterisiconorm

6.528.127

6.436.770

6.421.869

6.379.743

(5b) =(3>4)

Ruimte boven de renterisiconorm

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

(4a)

Begrotingstotaal primitief

32.640.633

32.183.850

32.109.346

31.897.713

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

(4)=
(4a x 4b/100)

Renterisiconorm

6.528.127

6.436.770

6.421.869

6.379.743


Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2016 en ook in meerjarig kader ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet.

 

Verstrekken van leningen en garanties

Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college / gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen:

  • een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;
  • de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeitspositie);
  • de verhouding vaste activa: vaste passiva moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);
  • de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;
  • de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.

 

Het uitzetten van overtollige kasmiddelen

Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren.

 

Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.

 

Koersrisicobeheer

De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege het verplichte schatkistbankieren.

 

Ontwikkeling financieringsstructuur

De ontwikkeling van de financieringsstructuur was in 2017 als volgt:

 

 

01-01-2017

31-12-2017

Vaste activa

19.536.449

20.712.344

Eigen vermogen*

28.162.037

28.787.210

Voorzieningen*

6.087.542

3.708.187

Langlopende leningen

0

0

 

 

Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie

In de jaarrekening 2017 zijn de navolgende rentekosten verwerkt die zijn verbonden aan de financieringsfunctie:

Rente kortlopende leningen incl. boetes

0

Rente opgenomen langlopende leningen

0

Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)

0

Totaal

0

 

Deze rentelasten zijn door middel van de rente omslagmethode toegerekend aan de verschillende programma’s.

 

Paragraaf E | Bedrijfsvoering

Paragraaf E | Bedrijfsvoering

De gemeente Doesburg is voortdurend bezig om haar organisatie en de bedrijfsvoering te versterken en hierdoor nog betere resultaten te boeken. Hierbij wordt een integrale aanpak gehanteerd. Hiermee wordt bedoeld dat we er gericht aan werken om de structuur, de systemen, de mensen en de cultuur van onze organisatie in samenhang met elkaar te ontwikkelen. Goede resultaten voor ons bestuur, onze inwoners, ondernemers en andere partijen bereiken we echter niet alleen door onze eigen ambtelijke organisatie voortdurend door te ontwikkelen. Het is daarnaast van belang om de samenwerking met partners om ons heen goed te onderhouden, uit te bouwen en waar nodig nieuw op te bouwen. Hieronder schetsen we belangrijke elementen.

1. Communicatie & participatie

We hebben in 2017 door verschillende initiatieven doelgroepen communicatie concreet invulling gegeven. Naar aanleiding hiervan hebben we een digitale taal-tool ingevoerd waarmee elke medewerker en bestuurder zelf kan zien hoe leesbaar de teksten zijn en waar de verbeterpunten precies zitten. Ook hebben we een eigen Facebookpagina ontwikkeld, die steeds meer belangstelling krijgt. Het gebruik van Facebook is inmiddels normaal en vanzelfsprekend geworden.

Eind 2017 zijn we meer aandacht gaan besteden aan het presenteren en uiteenzetten van gemeentelijke plannen en prestaties. Daarmee spreken we de inwoners niet alleen aan als consumenten van gemeentelijke producten en diensten, maar ook steeds meer als staatsburger en geïnteresseerde in het gemeentelijke beleid.

We hebben de interne communicatie vergemakkelijkt met de invoering van ons nieuwe intranet: Hanzenet.

 

2. Planning & control, financiën

Om de planning, control en financiën zullen de volgende zaken worden ondernomen:

  • We zetten een richting in waarbij we faciliteren dat raad, college en management goed op hoofdlijnen kunnen sturen – op zowel de inhoud van het programma als de financiën en tegelijkertijd de administratieve last voor de ambtelijke organisatie beperkt is. In dit kader hebben we afgelopen jaar een nieuw ICT-hulpmiddelen – Pepperflow- geïntroduceerd. Hierdoor wordt het mogelijk om op basis van actuele informatie te werken aan de gewenste en het verbeteren van onze resultaten. Tevens beschikken we hierdoor over de mogelijkheid om voor belangstellenden via onze website op digitale wijze onze begroting, najaarsnota en jaarrekening beschikbaar te stellen.
  • Vanaf 2017 zijn de financiële kaders en uitganspunten die de Rijksoverheid ons meegeeft voor ons financieel beheer – verwoord in het Besluit Begroting en Verantwoording - gewijzigd. Deze vernieuwing is in 2017 binnen onze gemeente geconcretiseerd.

 

3. Inkoop

We hebben de afgelopen jaren nadrukkelijk geïnvesteerd in het professionaliseren van onze inkoopfunctie. In het verlengde hiervan hebben we in 2017:

  • “nieuw” inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld;
  • “nieuwe” Algemene Inkoopvoorwaarden en gemeentelijke inkoopvoorwaarden bij IT (GIBIT) vastgesteld;
  • ons aangesloten bij de klachtenregeling aanbesteding Achterhoekse en Liemerse Gemeenten 2017.

 

Vanaf 1 augustus 2017 is de nieuwe groslijstensystematiek van start gegaan in de gemeente Doesburg. De gemeente Doesburg is hierbij voor tenminste 1 jaar aangehaakt aan de groslijstensystematiek van de gemeente Doetinchem.

De Groslijstensystematiek is een objectieve en transparante wijze van uitnodigen van leveranciers om deel te nemen aan onderhandse aanbestedingen. De systematiek is alleen van toepassing op overheidsopdrachten voor cultuurtechnische en civieltechnische werken (geen bouwkundige werken) en overheidsopdrachten voor diensten met betrekking tot cultuurtechnisch en civieltechnisch onderhoud.

Met het nieuwe inkoopbeleid, de nieuwe inkoopvoorwaarden en de klachtenregeling houdt de gemeente gelijke tred met de nieuwste ontwikkelingen en voldoet ze weer volledig aan de laatste wet- en regelgeving op aanbestedingsgebied.

De interne (inkoop)processen zijn overeenkomstig het nieuwe beleid aangepast. Een conforme toepassing van deze processen heeft onze aandacht.

 

4. Automatisering & Informatisering

De inzet en ontwikkeling van informatietechnologie is voor de gemeente een factor die steeds meer van belang is.

Een goede invulling van informatisering & automatisering biedt de mogelijkheden om onze bedrijfsvoering en dienstverlening verder te ontwikkelen en verbeteren. Gezien de snelle technologische ontwikkelingen is effectief omgaan met ICT-toepassingen voor onze gemeente een kritische succesfactor.

 

a)  Digitaal werken en dienstverlenen

We hebben in 2017 verschillende stappen ondernomen in het kader van digitaal werken en dienstverlenen.

Deze initiatieven hebben als doel om:

  • de dienstverlening aan inwoners en ondernemers te verbeteren;
  • te zorgen dat we binnen onze organisatie nog een stuk effectiever en efficiënter gaan werken;
  • collega's in staat te stellen om hun werk op een zo prettig mogelijke wijze uit te voeren (kwaliteit werkgeverschap);
  • een aantal nieuwe ontwikkelingen die vanuit de Rijksoverheid worden geïnitieerd en onderdeel uitmaken van de Digitale Agenda 2020 goed op te pakken (denk hierbij aan de ICT-consequenties van de nieuwe omgevingswet en de nieuwe privacywetgeving).

We hebben het afgelopen jaar in het sociaal domein een nieuw ICT-systeem geïntroduceerd die betere mogelijkheden biedt voor de medewerkers van het jeugd- en sociaal team om klantgericht te werken. Bovendien biedt dit systeem de mogelijkheden om betere stuurinformatie van de teams en het management ter beschikking te stellen.

Daarnaast is er een werkwijze ontwikkeld en zijn er hulpmiddelen geïntroduceerd zodat het voorbereiden, vergaderen en publiceren van B&W-besluiten digitaal plaatsvindt. Daarnaast zijn de voorbereiding getroffen om er voor te zorgen dat ook de raad in de toekomst op een effectieve wijze digitaal kan vergaderen (met behulp van de vergaderapp IBabs).

Bovendien is er een ICT-systeem geïntroduceerd (Pepperflow) die het mogelijk maakt om de belangrijke P&C-stukken digitaal voor belangstellenden ter beschikking te stellen.

De verdere invoering van ‘digitaal werken en dienstverlenen’ pakken we organisatiebreed aan. De stappen die we in 2017 hebben genomen zullen in de komende jaren worden uitgebouwd. Daarom hebben we in 2017 een routeboek opgesteld.  In het routeboek staan de programmadoelen en gewenste projectresultaten voor een periode van 2 jaar opgenomen. De roadmap bevat doelen in de vorm van principes en de implicaties ervan.

 

b)  Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens

De gemeente Doesburg gebruikt voor haar dienstverlening en bedrijfsvoering zeer veel informatie. Deze informatie leggen we vast in verschillende informatiesystemen. Bovendien komt het steeds meer voor dat we deze informatie uitwisselen met partners (bijvoorbeeld op het gebied van zorg & welzijn) en partijen die namens ons dienstverlening aan inwoners verzorgen.

Hierbij is het nadrukkelijk van belang, dat onze informatie goed beveiligd is. Basis voor Doesburg is het Informatiebeveiligingsplan dat in 2016 is opgesteld en gebaseerd is op de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten). In 2017 heeft de gemeente Doesburg voor het eerst deelgenomen aan de ENSIA audit.

Dit verantwoordingsproces heeft als doelstelling om informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren. De (voorlopige) resultaten van deze audit zijn positief beoordeeld door een onafhankelijk bureau.

Ook zijn we begonnen met de voorbereiding op de AVG (Algemeen Verordening gegevensbescherming), de nieuwe wetgeving op de privacy die in 2018 van kracht wordt binnen Nederland. Om dit mogelijk te maken is een nieuwe beleidsmedewerker aangenomen die de coördinatie van informatiebeveiliging en privacy in het takenpakket heeft.

Er is een implementatieplan voor de AVG opgesteld en zijn er voorbereidende acties in gang gezet (waaronder acties om de bewustwording bij medewerkers te stimuleren). In samenwerking met een aantal gemeenten uit de regio is er in een Privacy-werkgroep gewerkt aan producten die een bijdrage gaan leveren aan het ‘Privacy-proof’ maken van onze gemeente.

Incidenten

Het afgelopen jaar is er bij de gemeente Doesburg 1 interne melding geweest van een incident rondom privacy. Dit incident is onderzocht en afgehandeld door de Privacy coördinator. Het betrof geen datalek in de zin van de wet die gemeld moest worden aan de Autoriteit Bescherming Persoonsgegevens.  

ICT Security en cybercriminaliteit in 2017

  1. Het 2017 was een jaar waarin cybercriminaliteit zich nadrukkelijk vaker voordeed en ook regelmatig het nieuws haalde. We nemen preventieve maatregelen om ons te wapenen te cybercriminaliteit. Hierover kan het volgende worden vermeld.
  2. Dagelijks worden er virussen afgevangen die opduiken op gebruikersniveau in onze ICT structuur.  
  3. In 2017 hebben deze niet tot een grote uitbraak / aantasting geleid binnen onze ICT netwerk.
  4. 90 % van alle e-mail die binnenkomt bestaat uit SPAM berichten. Deze wordt structureel afgevangen via een effectief SPAM filter zodat eindgebruikers daar nauwelijks iets van merken.
  5. In 2017 zijn er bij de centrale ICT-servicedesk geen incidenten geregistreerd die als datalek voor Doesburg geoormerkt zijn.

We verwachten dat we de komende jaren binnen onze organisatie er veel tijd en energie aan zullen besteden om informatiebeveiliging en privacy goed te implementeren in onze werkprocessen en om dit verder te verankeren. Daarmee zijn de stappen die we hebben genomen in 2017 en die Ze zullen nemen in 2018 nog maar het begin.

5.  Personeel, organisatie en arbeidsomstandigheden

In 2017 is in samenspraak met de Ondernemingsraad het HR-Beleidsplan ontwikkeld voor de gemeente Doesburg. Dit nieuwe HR-beleid geeft aan welke ambities de Gemeente Doesburg heeft, hoe wij als organisatie willen sturen en werken aan resultaatgerichtheid, samenwerking en ontwikkeling.

Elementen in dit HR-beleidsplan zijn:

-       Leren en ontwikkelen;
-       Strategische personeelsplanning;
-       Het goede gesprek;
-       Belonen;
-       Flexibiliteit;
-       Loopbaan & Mobiliteit.

In september 2017 hebben er bijeenkomsten plaatsgevonden met alle medewerkers van de organisatie. Tijdens deze bijeenkomsten zijn medewerkers bijgepraat over actuele ontwikkelingen en elementen uit het HR-beleidsplan.

In 2017 is een onderhoudsronde functieherwaardering uitgevoerd om te zorgen dat functies weer aansluiten op de huidige praktijk. Het thema duurzame inzetbaarheid heeft een vervolg gekregen door o.a. te starten met het vormgeven van de gesprekscyclus. Dit gebeurt in samenspraak met medewerkers, ondernemingsraad en management.

Voor 2018 ligt de focus op het verder uitwerken en implementeren van de gesprekscyclus, het inrichten van een ontwikkelcentrum Doesburg en het uitvoering geven aan het Dienstverleningsplan met de Arbo-Unie om daarmee het ziekteverzuim verder terug te dringen. 

Enkele feiten over onze in- en uitstroom. In 2017 zijn 12 medewerkers in dienst getreden waarvan:

-       1 medewerker bij het Sociaal Domein;
-       7 medewerkers bij het domein Bedrijfsvoering;
-       4 medewerkers bij het Fysiek Domein.

Er zijn 13 medewerkers uit dienst gegaan, waarvan 5 medewerkers vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en 1 medewerker is helaas overleden. In 2017 zijn er 2 stagiaires en 1 Wepper (werkervaringsplaats) werkzaam geweest bij de gemeente.

 

6. Integriteit

Wij hechten als gemeente aan integer, rechtmatig en transparant handelen, zowel van bestuurders als van ambtenaren. Dat is niet voor niets. Gemeenten werken met publieke middelen, hebben op verschillende terreinen een monopoliepositie en besturen de lokale gemeenschap. Dat brengt verplichtingen met zich mee. Dat doen we in een tijdperk waarin maatschappelijk gezien (semi-)overheidsinstellingen in de het blikpunt van de belangstelling staan.

Het afgelopen jaar hebben we specifiek bij dit onderwerp stil gestaan bij de indiensttreding van nieuwe collega’s. Nieuwe collega’s leggen de eed of belofte af tijdens een B&W-vergadering en rondom dit moment wordt specifiek stil gestaan integer gedrag. Bovendien stonden we bij dit onderwerp stil tijdens functioneringsgesprekken. Er is in 2017 één medewerker geweest die contact heeft opgenomen met een vertrouwenspersoon van onze gemeente.

 

7. Juridische kwaliteitszorg

Ons voornemen om in 2017 te werken aan verbetering van onze juridische kwaliteitszorg hebben we niet gerealiseerd. Door de uitstroom van 2 juridisch adviseurs zijn we hier niet aan toegekomen.

Paragraaf F | Verbonden partijen

Paragraaf F | Verbonden partijen

In deze paragraaf worden de partijen uiteengezet waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaat- dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt is er sprake van een financieel belang.

Lijst met verbonden partijen

 

Hieronder volgt  lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg.

Verbonden partij

Vestigingsplaats

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

Den Haag

Alliander 

Arnhem

NUON 

Utrecht

Vitens 

Utrecht

Circulus-Berkel B.V.

Zutphen

Nazorg Bodem Holding B.V.

Arnhem

Stadsregio Arnhem-Nijmegen

Nijmegen

Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA)

Geen vaste vestigingsplaats

Veiligheid- en Gezondheids-regio Gelderland Midden

Arnhem

Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg

Zevenaar

Presikhaaf Bedrijven

Arnhem

Omgevingsdienst regio Arnhem

Arnhem

 

 

Vennootschappen

 

 

Aantal aandelen

01-01-16

% deelneming

Eigen vermogen*

Vreemd vermogen*

Exploitatie

Resultaat*

BNG bank

27.612

0,05 %

4.163 mln.

145.317 mln.

226 mln.

Alliander  N.V.

172.952

0,13 %

3.686 mln.

4.039 mln.

235 mln.

NUON 

62.263

0,046%

4.101 mln.

-

554 mln.

Vitens 

17.843

0,24 %

42,2 mln.

1.293 mln.

41,2 mln.

Circulus-Berkel B.V.

49

3,27 %

9,5 mln.

2,8 mln.

0,4 mln.

Nazorg Bodem Holding 

33

0,8 %

0,3 mln.

0,1 mln.

-

* Op basis van meest recent gepubliceerd jaarverslag.
 
 

BNG bank

Het openbaar belang

Doesburg is aandeelhouder van de BNG. De BNG is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

 Veranderingen gedurende verslagjaar
Gedurende 2016 hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

 


Alliander N.V.

Het publieke belang

Alliander N.V. is de holding van een netwerkbedrijf. De dochterbedrijven zijn netbeheerders voor het transport van (duurzame) energie. De Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) uit 2007 verplicht energiebedrijven tot een volledige splitsing. In 2009 is het productie- en leveringsbedrijf Nuon Energy afgesplitst en verkocht aan het Zweedse Vattenfall. De naam N.V. Nuon is gewijzigd in Alliander N.V. Bij de verkoop  van de aandelen Nuon zijn wij eigenaar geworden van een aantal aandelen Alliander N.V., dat gelijk is aan het verkochte aantal aandelen N.V. Nuon.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Gedurende 2016 hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in Alliander N.V.
Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

 

 

Vitens

Het publieke belang

Onze gemeente is samen met nog 70 andere gemeenten, de provincies Gelderland en Overijssel en de N.V. Nuon aandeelhouder van Vitens. Vitens is het waterbedrijf voor ruim 4 miljoen mensen en bedrijven in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Gedurende 2016 hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in Vitens.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

 

 

Circulus-Berkel B.V.

Het publieke belang

Circulus-Berkel verzorgt het afvalbeheer en verricht diensten in de openbare ruimte voor acht klantgemeenten, die ook aandeelhouder zijn. Het werkgebied van Circulus-Berkel bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Bronckhorst, Brummen, Deventer, Doesburg, Epe, Lochem en Zutphen. Uitgangspunt bij hun activiteiten: individuele afspraken met gemeenten, met als gezamenlijk doel een duurzame leefomgeving. Het jaar 2015 was het eerste jaar waarin Circulus-Berkel als gefuseerd bedrijf naar buiten trad. Daarvoor was het Berkel Milieu N.V. en Circulus B.V.

Veranderingen gedurende verslagjaar

Gedurende 2016 hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in Circulus-Berkel BV.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

Nazorg Bodem Holding B.V.

Het publieke belang

De nazorg Bodem Holding BV is ontstaan uit de Grondbank GMG die in 2009 is geprivatiseerd. De BV is een nazorgorganisatie gericht op het voorkomen van stagnatie van ruimtelijke en economische ontwikkeling van verontreinigde locaties, waardoor een duurzame ontwikkeling van de economie mede wordt gestimuleerd. Nazorg B.V. neemt langdurige (>7 jaar) (na)zorg voor bodemsaneringlocaties over. De aandeelhouders worden gevormd door een 13-tal gemeenten en een waterschap. Nazorg Bodem Holding B.V. zal, wijzigingen voorbehouden, over de periode 2009 -2018, geen dividend aan aandeelhouders uitkeren. Bij de evaluatie in 2011 en 2015 is dit standpunt niet aangepast.

 Veranderingen gedurende verslagjaar

Gedurende 2016 hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in Nazorg Bodem Holding B.V.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

 

Gemeenschappelijke regelingen/samenwerkingsverband

 

 

P

GR bijdrage 2016

percentage deelneming

Eigen vermogen*

Vreemd vermogen*

Explotatie
resultaat*

Stadsregio Arnhem-Nijmegen

1

35.200

1,6%

14.888.530

173.370.242

2.119.488

Veiligheid- en Gezondheids-regio Gelderland Midden

1/4

867.200

1,7%

2.487.257

13.018.002

194.411

Streekarchivariaat
De Liemers en Doesburg

1

45.600

18,6%

17.098

28.212

0

Presikhaaf Bedrijven

4

2.652.000

3,6%

0

47.188.000

–16.602.000

Omgevingsdienst Regio Arnhem

2

69.884

4%

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

 

 

 

 

 

 

 

* Op basis van meest recent gepubliceerd jaarverslag.

 

Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden

Het publieke belang

Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden is in 2002 ontstaan door een fusie van Hulpverlening Arnhem en omstreken en de Regionale brandweer en de GGD West-Veluwe/Vallei. De gemeenschappelijke regeling verzorgt voor 16 gemeenten in de regio Midden Gelderland de regionale brandweer, ambulancezorg en volksgezondheid/GGD.


Veranderingen gedurende verslagjaar

Er zijn hebben zich geen veranderingen voorgedaan gedurende 2016.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

 

Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

Het publieke belang

Het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg is een in 1959 gestart samenwerkingsverband dat de archieven beheert van de gemeenten Doesburg, Duiven, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar. De kosten van het Streekarchivariaat worden over de deelnemende gemeenten verdeeld op basis van inwoners en naar rato van werktijden. Het percentage deelneming is berekend aan de hand van het aandeel in de totale kosten.

Veranderingen gedurende verslagjaar

Er zijn hebben zich geen veranderingen voorgedaan gedurende 2016.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.
 
 

 

Presikhaaf Bedrijven

Het publieke belang

Dit is een gemeenschappelijke regeling die in de regio Midden Gelderland mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hulp biedt bij het verkrijgen van een betaalde baan. Dit kan via een indicatie in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening of door een re-integratietraject. Aan de gemeenschappelijke regeling nemen 10 gemeenten deel.

 

Veranderingen gedurende verslagjaar

Gezien de vele ontwikkelingen op het gebied van de decentralisaties en mogelijk op het gebied van de gemeenschappelijke regeling is het waarschijnlijk dat er met wijzigingen rekening moet worden gehouden.


Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

De genoemde veranderingen kunnen beleidsmatig tot wijzigingen leiden.

 

 

OmgevingsDienst Regio Arnhem (ODRA)

Het publieke belang

Vanaf 1 april 2013 is Omgevingsdienst Regio Arnhem de uitvoeringsorganisatie voor meerdere VTH-taken van Provincie Gelderland en gemeenten in de regio. Ook is de omgevingsdienst voor deze overheden het aanspreekpunt voor bouw- en milieuvraagstukken. Alle gemeenten binnen Gelderland hebben besloten om in totaal zeven omgevingsdiensten op te richten. Samen vormen zij het stelsel van Gelderse omgevingsdiensten. Deze omgevingsdiensten verzorgen namens gemeenten en provincie milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Omgevingsdienst Regio Arnhem is één van deze zeven omgevingsdiensten; Doesburg is samen met de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Duiven, Westervoort, Rijnwaarden, Renkum, Rheden, Overbetuwe, Rozendaal, Zevenaar en de Provincie Gelderland een van de partners van de Omgevingsdienst Regio Arnhem.

 

Veranderingen gedurende verslagjaar

Er zijn hebben zich geen veranderingen voorgedaan gedurende 2016.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij

Het bestaande beleid voortzetten.

Paragraaf G | Grondbeleid

Paragraaf G | Grondbeleid

Algemeen

Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de Nota Grondbeleid (2008) en aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in bestemmingsplan en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Wro biedt gemeenten mogelijkheden om grondeigenaren, bouwers en ontwikkelaars woningen te laten bouwen volgens een vastgesteld gemeentelijk woningbouwprogramma. Een omgevingsvergunning kan en moet worden geweigerd, wanneer initiatiefnemers afwijken van dit gemeentelijk programma. Met deze ‘stok achter de deur’ is het voor gemeenten met geringe bouwopgaven minder noodzakelijk zelf bouwgrond in eigendom te hebben. Ook zonder grond kan de gemeente ‘sturen’ in bouwprogramma’s en in de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De gemeente Doesburg zal of zij nu zelf wel of niet grond inbrengt in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken met ontwikkelaars en/of bouwers over bouwprogramma’s en de aanleg van openbare voorzieningen.

II Beleidsregels

In de Nota grondbeleid 2008 zijn de navolgende 12 beleidsregels opgenomen:

  • De gemeente Doesburg houdt rekening met de beleidskaders die van invloed zijn op het lokale grondbeleid.

 

  • Wanneer de gemeente kiest voor een actief grondbeleid zal zij hiervoor het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten gebruiken. Eventueel gevolgd door het onteigeningsinstrument in die gevallen, waar een minnelijke verwerving van ontwikkelingsgronden lijkt te zijn uitgesloten.

 

  • Zodra een bestemmingsplan is vastgesteld wordt, indien nodig voor de verwerving van de gronden, aan de hand van een onteigeningsplan een onteigeningsbesluit genomen; Dit besluit laat onverlet dat de gemeente zal blijven proberen om gronden langs minnelijke weg te verwerven.

 

  • Bij uitbreidingslocaties wordt in beginsel gekozen voor een actief grondbeleid.

 

  • Per geval wordt voorafgaand aan verwerving bepaald op welke wijze onroerende zaken het beste kunnen worden beheerd. Financiële aspecten spelen bij de besluitvorming een belangrijke rol.

 

  • Bij nieuwe erfpachtovereenkomsten wordt de canon ééns in de 5 jaar herzien én wordt de canon jaarlijks geïndexeerd op inflatie-effecten, bijvoorbeeld door hierop het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie (CPI) toe te passen.

 

  • Afhankelijk van de uitkomsten van een uit te voeren onderzoek naar ongeoorloofd grondgebruik zal een voorstel aan de Raad worden voorgelegd inzake handhaving gemeentelijke eigendommen.

 

  • Bij de bepaling van gronduitgifteprijzen zal gebruik worden gemaakt van de berekeningsmethoden zoals beschreven in de bijlagen C en D behorende bij de nota Grondbeleid. Periodiek en afhankelijk van de situatie zullen gronduitgifteprijzen worden vastgesteld en/of geactualiseerd . Voor nieuwe exploitaties zal de gronduitgifteprijs, zodra de exploitatie ter hand kan worden genomen, door de gemeenteraad worden vastgesteld.

 

  • Bij elke ontwikkeling waarbij de gemeente grond verkoopt en/of diensten en werken aanbesteedt zullen de criteria ‘voorkoming staatssteun’ en de regels met betrekking tot het (Europees) aanbestedingsrecht in acht worden genomen.

 

  • Bij particuliere ontwikkelingen, waarbij de gemeente voorzieningen moet treffen van openbaar nut, zal de gemeentelijke inzet er onverminderd op zijn gericht om met desbetreffende markpartijen realisatieovereenkomsten te sluiten met hierin opgenomen afspraken over de te leveren financiële bijdragen in openbare voorzieningen.

De gemeente Doesburg voert een actief risicomanagement, door:

  • de uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig bij te stellen, zonder dat hiermee de kwaliteit van het plan substantieel wordt aangetast. In dat geval is nieuw bestuurlijk draagvlak vereist;
  • de onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten;
  • activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan het vastgestelde financiële kader.
  • Jaarlijks wordt van alle grondbedrijf projecten het eindresultaat geprognosticeerd (boekwaarde plus opbrengst minus uitgaven) en verantwoord in de jaarrekening. De gemeente Doesburg actualiseert periodiek de actieve grondexploitaties.

 

 

III Stand van zaken met betrekking tot de grondexploitaties


Resultaatverwachting

naam locatie

 

 

prognose eindresultaat*

 

(vermoedelijk) jaar van realisatie

Beinum-West, (Grondbedrijf complex)

0/-

2023

+ (positief), 0 (neutraal), - (negatief)



1. De ontwikkelingen tot 2022

In voorbereiding is een nieuwe visie op het wonen met een horizon tot 2022. In deze visie krijgen de zorgcomponent en duurzaamheid, naast een voldoende aanbod aan betaalbare woningen, ruim aandacht. Wij constateren nu de financiële crisis achter ons ligt een toenemende behoefte aan woningen. Met de vrije sector kavels in Beinum West wordt in een deel van deze behoefte voorzien. Plannen zijn in ontwikkeling voor realisatie van woningen aan de Koppelweg, Halve Maanweg en (op langere termijn) in het centrum van Beinum. Deze drie transformatielocaties zijn al langer in beeld en expliciet opgenomen in de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030.

Om te voorkomen dat er teveel woningen worden gebouwd hebben de Liemerse gemeenten in 2017 een nieuwe Woonagenda vastgesteld, waarin per gemeente het tot 2027 toe te voegen aantallen woningen zijn vastgelegd. De prognoses waarop deze aantallen zijn gebaseerd houden slechts ten dele rekening met (boven)regionale woonbehoeften. Locatie Koppelweg gelegen aan de Oude IJssel is zo’n locatie waarvoor (boven)regionale belangstelling bestaat. Door de andere Liemerse gemeenten wordt dit onderkend. Zij hebben er mee ingestemd dat specifiek voor deze locatie extra woningbouw-programma beschikbaar komt.

Een voorzichtige inschatting is dat tot 2022 minstens 165 woningen zullen worden toegevoegd, waarvan het merendeel in het (middel)dure koopsegment.

2. Het wonen

2.1 De woonagenda

In oktober 2017 is de Liemerse Woonagenda 2017-2027 vastgesteld. In deze agenda benadrukken de Liemerse gemeenten dat zij op het gebied van wonen meer willen samenwerken en afspraken willen maken over woningaantallen. Aan de gemeente Doesburg is het toegestaan om tot 2027 maximaal 142 woningen netto toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad. Dit is een lager aantal dan eerder nog mocht worden gerealiseerd. Oorzaak hiervan is dat de nieuwste prognoses over woningbehoeften voor Doesburg beduidend lager liggen dan voorheen. In bijzondere gevallen kan - met instemming van de Liemerse Gemeenten – de woningaantallen worden verhoogd, maar dan moet wel worden aangetoond dat de extra toe te voegen woningen leiden tot een kwalitatieve meerwaarde voor de regio. De Liemerse gemeenten zijn eind 2017 akkoord gegaan met extra woningbouw-programma voor de Koppelweg. Alhier aan de oever van de Oude IJssel is ruimte voor maximaal 100 woningen, te bouwen in meerdere fasen.

2.2 De woonvisie

Op basis van een woonanalyse, een woningbehoefte-onderzoek en trends op het gebied van zorg, duurzaamheid en betaalbaarheid, is in 2017 een goed beeld verkregen van de Doesburgse woningvoorraad en de hierop gewenste aanpassingen. Alle verzamelde gegevens worden verwerkt in een nieuwe woonvisie met een horizon tot 2022. In februari 2018 wordt de visie vastgesteld.

2.3 Prestatieafspraken Wonen

In de met Stichting Woonservice IJsselland gemaakte Prestatieafspraken Wonen komt meer en meer de nadruk te liggen op het conditioneren van de bestaande woningvoorraad. In het verslagjaar is het volledig verbouwde wooncomplex IJsselzicht (inmiddels omgedoopt tot Grotenhuijs) opgeleverd, woningen aan de Julianastraat/Emmastraat/Prins Hendrikstraat zijn gerenoveerd in combinatie met verduurzamingsmaatregen en woningen aan de Acaciastraat zijn energiezuiniger gemaakt door dak en gevels te isoleren en de installatie van zonnepanelen. Afgelopen zomer is het nieuwbouwcomplex Hanzehave opgeleverd (zie 3.2)

 

3. De projecten

3.1 Beinum West

In 2017 zijn voorbereidingen getroffen voor de uitgifte van vrije sectorkavels aan de Strijp en De Kilder. Om dit mogelijk te maken is medio 2017 de 4de wijziging van de financiële grondexploitatie voor uitbreidingswijk Beinum vastgesteld. De uit te geven bouwkavels zullen in grootte variëren van 400 tot 800 m2. De nieuwbouw wordt onderworpen aan minder beeldkwaliteitsregels en krijgen geen gasaansluiting. De zelfbouwers worden uitgenodigd om hun woningen energieneutraal te bouwen. Dit levert hen een korting op de grondprijs op van € 20 per m2.

Wij constateren dat de vraag naar woningen allengs toeneemt. De verwachting is dat van de 14 nog niet verkochte woonkavels in "Aan de Brink / Op ’t Erf" er minstens 5 in 2018 worden verkocht en bebouwd. In de gewijzigde grondexploitatie wordt rekening gehouden met een gemiddelde verkoop van 5 tot 6 bouwkavels per jaar. Wanneer dit aantal kan worden waargemaakt, zullen de laatste kavels in 2023 worden verkocht.

3.2 Hanzehave (De Ark)

In 2017 is door Stichting Woonservice IJsselland het 2de woongebouw Groepswonen op voormalige schoollocatie De Ark aan de Kraakselaan te Doesburg opgeleverd. Het terrein rondom het woongebouw is deels als semi openbaar park ingericht. Niet alleen de bewoners van Hanzehave maar ook omwonenden worden uitgenodigd hiervan gebruik te maken.

3.3 Den Helder

Afgelopen najaar is het recycleplein annex stadswerf op locatie Den Helder, strategisch gelegen langs de provinciale wegen N318 en N337, opgeleverd en in gebruik genomen. Voor de investering, gemoeid met de nieuwe stadswerf is een lening aangegaan welke wordt gefinancierd uit de jaarlijkse retributie/canon van een aan Circulus Berkel (de exploitant van het Recycleplein) verleende opstal- c.q. erfpachtrecht.

3.4 Koppelweg e.o.

De komende jaren wordt locatie Koppelweg (bedrijvenstrook en v.m. voetbalvelden) getransformeerd tot een aantrekkelijk woon- en recreatief gebied. Om de verschillende initiatieven in goede banen te leiden, is in oktober 2017 een gebiedsvisie vastgesteld. In deze visie zijn de ruimtelijke ontwikkelingskaders aangegeven, welke weer als uitgangspunt fungeren voor de op te stellen bestemmingsplannen. De gebiedsvisie, getiteld: De Blauwe Knoop, heeft zich niet beperkt tot locatie Koppelweg, maar omvat ook het Sluis- en stuwcomplex aan de Barend Ubbinkweg. Het Waterschap is van plan hier te investeren in een waterkrachtcentrale, educatiecentrum en een vistrap.

In het verslagjaar zijn met drie ontwikkelaars / eigenaren besprekingen gevoerd over woningbouw op de bedrijvenstrook langs de Oude IJssel. In totaal kunnen hier maximaal 100 woningen gerealiseerd worden in de middeldure tot dure koopsfeer. In 2018 worden ontwikkelingsovereenkomsten gesloten en wordt een bestemmingsplanprocedure opgestart ter verkrijging van de nodige bouwtitels.

In potentie ligt er langs de Oude IJssel 11.400 m2 bouwgrond, waarvan 6.200 m2 in particulier eigendom en 5.200 m2 in gemeentelijk eigendom, waaronder de Stadswerf met naastgelegen bedrijfswoning.

Een deel van de als stadspark in te richten voetbalvelden is gereserveerd voor Tennisvereniging Doesburg 2002. In 2017 zijn er toezeggingen gedaan voor het beschikbaar stellen van een eenmalig investeringsbedrag en het verstrekken van een laagrentende lening. Eind 2017 is het voormalige clubgebouw van V.V. Sportclub Doesburg gesloopt. Naar het zich laat aanzien zal in de tweede helft gestart worden met de nieuwbouw van een onderhoudsarm en energiezuinig clubgebouw, vier kunstgrasbanen en twee padelbanen.

3.5 Centrumplan Beinum

Het her ontwikkelen van het centrum van Beinum wordt genoemd als één van de 10 fysiek te realiseren projecten in de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030. Bedoeling is om op deze locatie de nu aanwezige centrumfuncties te optimaliseren. Maar ook wordt er naar gestreefd een nader te bepalen aantal appartementen toe te voegen. Met de bouw van appartementen wordt de nu vrij eenzijdige opbouw van de wijk (vrijwel hoofdzakelijk eengezinswoningen) doorbroken.

Om tot een optimale herinrichting te komen is in 2017 een onderzoek gestart naar een eventuele verplaatsing van de prominent aanwezige sporthal naar een locatie elders in de stad. Bedoeling is om medio 2018 de verschillende alternatieven te kunnen presenteren en het uiteindelijke (woon) programma vast te stellen. Mogelijk dat in 2020 kan worden gestart met de bouw. Met het oog op een mogelijke uitbreiding van het winkelcentrum, ligt er nabij de winkels een braakliggend gemeenteterreintje van 900 m2. Dit terrein zal bij de herinrichting worden betrokken.

3.6 Turfhaven

GTW-loods, kraan en trechter zijn verkocht aan LOC17 BV. De loods wordt in fasen getransformeerd tot een toeristisch recreatieve verblijfsplaats. Bedoeling is om vanuit de verkoopopbrengst een trap en hellingbaan tegen de fietsdijk te bekostigen en te realiseren. Met deze voorziening kan de bezoeker van de Turfhaven via de volledig gerenoveerde Kloosterstraat zijn weg vinden naar de binnenstad.

De haven en camperplaatsen blijven voorlopig geëxploiteerd worden door de gemeente. Naar het zich nu laat aanzien kan in 2019 afscheid worden genomen van de drijvende voorziening en kan de camper- en havengast gebruik maken van een sanitair annex havengebouw in de GTW-loods.

Bedoeling is dat de exploitatie van haven en campergasten op termijn wordt overgenomen door LOC17 BV.

3.7 Halve Maanweg

In de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030 is locatie Halve Maanweg genoemd als locatie waar op termijn de aanwezige bedrijfsgebouwen idealiter plaats dienen te maken voor woningbouw. Voor de 1e bouwfase - te realiseren op grondgebied van Stichting Woonservice IJsselland - zijn de planvoorbereidingen in gang gezet. Eind 2017 is het voormalige kantoorgebouw van de corporatie gesloopt. Hier zouden circa 24 woonappartementen moeten komen. waarbij de onderste bouwlaag wordt ingericht voor bewoners-parkeren.

Verwachting is dat in 2018 de ruimtelijke kaders voor deze ontwikkeling worden vastgesteld, waarna met de corporatie een ontwikkelovereenkomst wordt gesloten. In deze overeenkomst wordt onder andere opgenomen dat in de ontwikkeling circa 50 parkeerplaatsen voor bezoekers van de binnenstad worden meegenomen.

Idealiter wordt de woningbouw op deze locatie binnen de gestelde horizon van 2030 gevolgd door een 2de en mogelijk 3de bouwfase, hierbij vooropgesteld dat er behoefte is aan het toevoegen van meer woningen. In potentie is er ruimte voor totaal 70 tot 80 woningen.