Meer
Publicatiedatum: 07-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Waarderingsgrondslagen

Waarderingsgrondslagen

Inleiding

 

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor geeft.

 

Algemene grondslagen voor het opstellen van de Jaarrekening

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (b.v. reorganisaties) dient wel een verplichting te worden gevormd.

Tenzij anders aangegeven staan alle bedragen vermeld in euro’s.

Eigen bijdragen van het Centraal administratiekantoor

Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de WMO een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het Centraal administratiekantoor (CAK). Het CAK verstrekt aan de gemeenten een totaaloverzicht waarbij maandelijks afstorting plaatsvindt van de geïncasseerde bijdragen.

De gemeente kan op deze overzichten van het CAK de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen WMO-administratie. Echter door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten is de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend om de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen.

Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeente geen zekerheden heeft over omvang en hoogte van de eigen bijdragen.

 

Balans

 

Vaste activa

Artikel 59 BBV beschrijft het onderscheid tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen die op enigerlei wijze kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut.

Het afschrijvingsbeleid wordt toegepast conform de door de raad vastgestelde financiële verordening 2007. In deze verordening is in artikel 6 de waardering & afschrijving van vaste activa opgenomen.

 

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan na afsluiting van het geïnvesteerde bedrag. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven in de looptijd van de betrokken geldlening. Immateriële vaste activa mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven.

  

Materiële vaste activa met economisch nut

Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Bij besluit van 25 juni 2013 is het art. 35 BBV gewijzigd. In het verleden was sprake van twee categorieën investeringen (met economisch nut en met maatschappelijk nut). Daaraan is nu een derde categorie toegevoegd: Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (afvalstoffen, riolering en begraafrechten).  

Overige investeringen met economisch nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut worden conform het vastgestelde afschrijving beleid afgeschreven. In voorkomende gevallen worden reserves in mindering gebracht op de investering. Indien een reserve niet voldoende dekking biedt wordt op de restant boekwaarde afgeschreven.

 

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Indien nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelen kapitaal van NV’s en BV’s (“kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen” in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt mocht dalen tot onder de verkrijgingprijs zal afwaardering plaatsvinden. De actuele waarde ligt overigens ruim boven de verkrijgingprijs.

 

Vlottende activa

 Voorraden

De als “onderhanden werken” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs. De vervaardigingprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en administratie- en beheerskosten.

Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd kunnen worden aangemerkt. Zolang daarvan geen sprake is worden verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingkosten in mindering gebracht. Verliezen in de grondexploitatie worden genomen middels het vormen van een voorziening op het moment dat het verlies zich aandient.

 

Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor de verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt dynamisch bepaald op basis van geschatte kans op inning. Voor wat betreft belastingdebiteuren is een percentage bepaald, gebaseerd op in het verleden gerealiseerde cijfers alsmede een individuele inschatting van debiteuren op 0,75% .

 

Liquide middelen

Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.

 

 

Vaste Passiva

Reserves

De (bestemmings)reserves zijn gevormd/ingesteld op basis van daartoe door de raad genomen besluiten. De vermeerderingen en verminderingen die ten gunste respectievelijk ten laste van (bestemmings)reserves zijn verantwoord, zijn eveneens gebaseerd op daartoe strekkende raadsbesluiten (veelal vastgelegd in oorspronkelijke begroting en/of begrotingswijzigingen).

 

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.

In het kader van de notitie reserves en voorzieningen is o.a. besloten dat aan elke ingestelde voorziening een door de raad vastgesteld beheersplan ten grondslag moet liggen. Vermeerderingen en verminderingen dienen in de pas te lopen met de financiële vertaling van deze beheersplannen.

 

Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

 

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

 

Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente zijn gewaarborgd, is buiten de telling van de balans het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen.