Meer
Publicatiedatum: 27-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A | Lokale heffingen

Paragraaf A | Lokale heffingen

 

Inleiding                                                                                                                           


De lokale heffingen maken een belangrijk deel uit van de inkomsten van de gemeente. Jaarlijks is zo’n 15% van de inkomsten afkomstig van de lokale heffingen.

Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de diverse lokale heffingen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale belastingdruk, wat van belang is voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten. Ook wordt weergegeven welk beleid de gemeente Doesburg in boekjaar 2018 heeft gevoerd  ten aanzien van de lokale heffingen en de kwijtschelding hiervan.

 

Overzicht lokale heffingen en geraamde inkomsten


De lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten. De belastingen dienen ter dekking van de algemene uitgaven van de gemeente en zijn in principe vrij besteedbaar. De rechten dienen ter dekking van de kosten die de gemeente maakt voor individuele dienstverlening aan de burger en zijn dus niet vrij besteedbaar.

In de rekening 2018 zijn de navolgende werkelijke bedragen opgenomen voor de diverse gemeentelijke heffingen die in onze gemeente van toepassing zijn. Ter vergelijking zijn ook de cijfers vermeld uit de jaarrekening 2017 en de begroting 2018 (na wijziging).

 

Omschrijving

Realisatie 2017

 

Raming 2018
na wijziging

Realisatie 2018

 

Leges (excl. leges omgevingsvergunning)

€ 330.951

€ 263.514

€ 308.019

Parkeerheffingen (excl. secretarieleges)

€ 291.762

€ 288.500

€ 284.913

Lig-, haven- en kadegelden

 € 50.153

€ 60.000

€ 46.544

Marktgeld

€ 4.395

€ 6.000

€ 4.533

Afvalstoffenheffing

€ 1.151.122

€ 1.079.576

€ 1.112.976

Rioolheffing

€ 1.011.091

€ 1.073.776

€ 1.069.999

Lijkbezorgingsrechten

€ 76.708

€ 61.525

€ 58.564

Leges omgevingsvergunning

€ 80.381

€ 190.703

€ 235.629

Onroerende-zaakbelastingen

€ 1.989.340

€ 1.781.538

€ 1.813.781

Hondenbelasting

€ 48.833

€ 49.521

€ 50.161

Precariobelasting

€ 512.290

€ 496.317

€ 499.002

Toeristenbelasting

€ 200.266

€ 207.845

€ 208.206

Roerende-zaakbelastingen

€ 2.632

€ 1.665

€ 2.994

Reclamebelasting

€ 50.841

€ 46.406

 € 49.411

 TOTAAL

€ 5.800.765

€ 5.606.886

 € 5.744.732

De totale, werkelijke inkomsten van de gemeentelijke heffingen 2018 zijn gedaald ten opzichte van  de rekening 2017.  Dit komt omdat in 2018 op de totale opbrengst OZB tot eenmalig  een korting is besloten van € 200.000.

Onderstaand is in een taartdiagram de percentuele verdeling van de diverse gemeentelijke heffingen ten opzichte van de totale opbrengsten weergegeven:

 

De lokale lastendruk

Om een indruk te geven wat een gemiddeld huishouden uit Doesburg in 2018 aan gemeentelijke heffingen heeft betaald wordt navolgend overzicht gegeven:

 

Meerpersoonshuishouden in een koophuis                                                                                       

    Situatie 2017 Situatie 2018
- OZB (op basis van gemiddelde WOZ-waarde)  € 301,00   € 279,00
- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)     € 225,00 € 229,00
- Rioolheffing (bij een gemiddeld gebruik van 125 m3)     € 258,00   € 261,00
Totaal meerpersoonshuishoudens in een koophuis € 784,00 € 769,00

 

Meerpersoonshuishouden in een huurhuis                                                                                  

  Situatie 2017 Situatie 2018
- Afvalstoffenheffing (gemiddeld aanslagbedrag)       € 225,00 € 229,00
- Rioolheffing (bij een gemiddeld verbruik van 125 m3)   € 258,00  € 261,00

Totaal meerpersoonshuishouden in een huurhuis 

€ 483,00 € 490,00

Het gemiddeld aanslagbedrag OZB 2018 is gedaald ten opzichte van het gemiddelde aanslagbedrag OZB 2017. Dit heeft te maken met de eenmalige korting die in 2018 is verstrekt om de lasten te verlichten. 

 

De lokale lastendruk vergeleken

In de nota gemeentefinanciën 2018 van de provincie Gelderland is o.a. een overzicht opgenomen van de belastingdruk per inwoner per Gelderse gemeente. Om een indruk te geven van de lokale belastingdruk van de gemeente Doesburg in regionaal verband wordt het onderstaande, aan betreffende nota ontleende, overzicht gegeven (de tussen haakjes vermelde bedragen betreffen de cijfers 2017):

 

Gemeente

Belastingdruk
per inwoner

Westervoort

€ 349 (€ 340)

Rheden

€ 362 (€ 357)

Montferland

€ 362 (€ 361)

Doesburg

€ 377 (€ 380)

Zevenaar

€ 389 (€ 385)

Duiven

€ 400 (€ 387)

Doetinchem

€ 402 (€ 397)

Bronckhorst

€ 405 (€ 397)

 

 

Gemiddeld gemeenten tussen 10.000 en 20.000 inwoners

€ 381 (€ 378)

Gemiddelde Gelderland

€ 411 (€ 405)

 

De belastingdruk in de gemeente Doesburg is in vergelijking met de omliggende gemeenten, in vergelijking met de Gelderse gemiddelde en in vergelijking met 2017 gedaald. Dit komt door de eenmalige korting op de OZB in 2018 waartoe is besloten.  

 

Kwijtscheldingsbeleid

In de gemeente Doesburg is het kwijtscheldingsbeleid van toepassing op de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht graven, de onroerende-zaakbelastingen en de rioolheffing. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Deze regeling bevat een drietal toetsen die het mogelijk maken de financiële situatie van de belastingschuldige te beoordelen: de inkomenstoets, de vermogenstoets en de schuldentoets. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om tussen drie verschillende kwijtscheldingsnormen te kiezen: de 90%-, de 95%- of de 100%-norm.

Voor wat betreft de gemeente Doesburg is in de raadsvergadering van 14 december 2000 besloten om het meest ruime kwijtscheldingsbeleid toe te passen. In dat geval wordt in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 procent. Dit betekent dat, uitzonderingen daargelaten, de meeste mensen die een uitkering op bijstandsniveau hebben in aanmerking komen voor kwijtschelding.

In de jaarrekening 2018 is ten laste van Programma 4 Zorg in Doesburg is voor kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen een realisatiebedrag inclusief perceptiekosten opgenomen van €149.161. (De raming na wijziging bedroeg €147.412.)

 

2014

2015

2016

2017

  2018*

Aantal ontvangen aanvragen

496

509

486

520

499

Aantal toekenningen

422

442

398

425

397

Aantal afwijzingen

74

67

88

95

102

*) naar de situatie per eind maart 2019

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Daarbij worden de risico's meegenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is - tenzij anders vermeld in deze paragraaf - gebaseerd op de situatie eind 2018.

Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

 

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten - die onverwachts en substantieel zijn - te kunnen afdekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder de incidentele weerstandscapaciteit wordt de capaciteit verstaan die de gemeente heeft om eenmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder de structurele weerstandscapaciteit worden die middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

De weerstandscapaciteit van de gemeente Doesburg is:

Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

 

Onbenutte belastingcapaciteit

€ 701.946

Totaal structurele weerstandscapaciteit

€ 701.946

 

 

Incidentele weerstandscapaciteit

 

Algemene reserve (na aftrek van genoemde dekkingsvoorstellen)

€ 8.931.328

Bestemmingsreserve decentralisaties

€ 509.000

Stille reserves materiële bezittingen

€ 0

Stille reserves financiële bezittingen

€ 0

Onvoorzien

€ 15.000

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

€ 9.455.328

 

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is voor de gemeente Doesburg is op grond van gegevens van de provincie Gelderland berekend op €701.946 (€ 63 per inwoner, 11.142 inwoners per 2019). Deze is opgebouwd uit de onderstaande posten:

Afvalstoffenheffingen:
De afvalstoffenheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening structureel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

Rioolheffingen:
Conform de BBV-regelgeving moeten de van de burger geheven heffingen voor riolering en bredere watertaken ook daarvoor bestemd blijven. Hierdoor is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

Onroerend zaakbelasting (OZB):
Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in de provincie Gelderland (2019: €246 per inwoner) en de OZB belastingdruk in de gemeente Doesburg (2019: €183 per inwoner) is er sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van afgerond €63 per inwoner. Dit geeft een totale onbenutte OZB capaciteit van €701.946.

 

Algemene reserve

De algemene reserve bedraagt per 31-12-2018 €9.138.328.  De raad heeft voor een bedrag €207.000 dekking bestemd ten laste van de algemene reserve. Voor een specificatie hiervan wordt verwezen naar de toelichting op de balans in de jaarrekening. Rekening houdend met deze mutaties resteert voor de incidentele weerstandscapaciteit een bedrag van €8.931.328.

 

Bestemmingsreserve decentralisaties

De bestemmingsreserve decentralisaties ad €509.000 wordt meegenomen bij de bepaling van de incidentele weerstandscapaciteit. Dit in tegenstelling tot de overige bestemmingsreserves. Deze reserve is namelijk specifiek bedoeld als buffer om tegenvallers op te kunnen vangen en maakt daarmee onderdeel uit van het weerstandsvermogen. 

 

Stille reserves materiële bezittingen en financiële bezittingen

Onder een stille reserve wordt verstaan het (positieve) verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet-bedrijfsgebonden vaste activa. Een niet-bedrijfsgebonden actief zou kunnen worden afgestoten zonder dat het functioneren van de organisatie van de gemeente Doesburg in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten, die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen.

Stille reserves in materiële bezittingen:

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen:

Objectnr.

Activanr.

Omschrijving

Boekwaarde

Actuele waarde

Saldo

1128

144

Clubhuis harmonie Burgemeester Nahuyssingel 2

€ 25.490

€ 101.000

€ 75.510

1275

-

Parkeerplaats de Bleek Burg. Flugi van Aspermontlaan

€ 0

€ 543.000

€ 543.000

2126

98

Sporthal/sportzaal Armgardstraat 2a

0

€ 233.000

€ 233.000

3929

417

Sportterrein Looiersweg 2

€ 41.991

€ 210 .000

€ 168.009

4227 / 4489

-

Sportzaal Wilgenstraat 2 en peuterspeelzaal

€ 0

€ 321.000

€ 321.000

4490

249

Sporthal Beumerskamp Breedestraat 39

€ 60.079

€ 1.030.000

€ 969.921

5832

-

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd Marijkelaan 1

€ 0

€ 251.000

€ 251.000

8675

-

Oranjesingel 22 grond

€ 0

€ 39.000

€ 39.000

8676

418

Oranjesingel 22 grond 2

€ 0

€ 223.000

€ 223.000

Totaal

€ 127.560

€ 2.951.000

€ 2.823.440

Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze bezittingen wel tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend. Deze activa zijn nl. voor het goed functioneren van de organisatie van belang. De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2018). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZ-waarde minimaal €45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van deze stille reserves zeer beperkt worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met de berekende stille reserve in materiële bezittingen.

Stille reserves in financiële bezittingen:

Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen.

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen:

Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

€ 69.030

€ 2.476.500

€ 2.407.470

Aandelen Alliander

€ 8.168

€ 4.791.800

€ 4.783.632

Aandelen Vitens

€ 1.997

€ 1.281.600

€ 1.279.603

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

€ 22.235

€ 181.000

€ 158.765

Totaal

€ 101.430

€ 8.730.900

€ 8.629.470

De opbrengstwaarde is gebaseerd op het zichtbaar eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele of reëel aandeel van de gemeente Doesburg daarin. Dit op basis van de intrinsieke waarde of het gerealiseerd resultaat (bij Circulus-Berkel B.V.) van de gemeente Doesburg.


In de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de contante waarde van de in de begroting 2019 geraamde dividenden (op basis van een eeuwigdurende rente van 4%, wat neerkomt op 25 keer het geraamde jaardividend). Deze dividenden vallen immers structureel weg bij een eventuele verkoop:

Omschrijving

Saldo boek-  en
opbrengstwaarde

CW dividend

Saldo
(mits positief)

Aandelen BNG

€ 2.407.470

€ 1.700.000

€ 707.470

Aandelen Alliander

€ 4.783.632

€ 2.917.500

€ 1.866.132

Aandelen Vitens

€ 1.279.603

€ 745.000

€ 534.603

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

€ 158.765

€ 0

€ 158.765

Totaal

€ 8.629.470

€ 5.362.500

€ 3.266.970

Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt bij de berekening van de weerstandscapaciteit ook geen rekening gehouden met deze berekende stille reserve.


Onvoorzien

De post onvoorzien is voor de gemeente Doesburg bepaald op een bedrag van € 15.000.


Inventarisatie van de risico’s

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen.

 

Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg


Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt:

  • Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;
  • Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;
  • Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;
  • Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen.

 

Structurele risico’s


Inkomensdeel WWB (BUIG)

Het maximale risico is met ingang van de begroting 2014 niet meer volledig afgedekt. Dit betekent dat het maximale risico in 2019 afgerond €360.000 bedraagt, gebaseerd op 7,5% van het inkomensdeel. Hiervan is €100.000 afgedekt in de programmabegroting 2019-2022. Daarnaast is er een bestemmingsreserve BUIG om fluctuaties en risico's op te kunnen vangen. We houden rekening met 25% van het maximale risico, te weten €90.000.

Presikhaaf bedrijven

Vanaf 2015 hebben we een bijdrage opgenomen voor het geraamde exploitatietekort van Presikhaaf Bedrijven. De activiteiten zijn overgenomen door Scalabor en dat risico voor kom rekening van de gemeente Arnhem. De financiële effecten inzake de afwikkeling kunnen worden opgevangen binnen bij de Presikhaaf Bedrijven gevormde reserves en voorzieningen. Daarom is dit risico komen te vervallen.

Fluctuaties gemeentefonds

De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt 60% uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen derhalve de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in de primitieve begroting 2019 begroot op €19,6 miljoen. Het risico wordt geschat op 3% van dit bedrag €588.000

Hierbij is er rekening mee gehouden dat er mogelijk een lagere onderuitputting is in verband met het BTW-compensatiefonds. Daarnaast kunnen er fluctuaties optreden door de onderuitputting op rijksuitgaven, die via het principe van trap-op-trap-af ook gevolgen hebben voor het gemeentefonds. Ook wordt er rekening mee gehouden dat de toevoegingen in het kader van de april-circulaire 2018 met betrekking tot het interbestuurlijk programma (IBP). Hierin zijn o.a. ook duurzame klimaatdoelstellingen opgenomen.

Precario op kabels en leidingen

In de programmabegroting 2019-2022 zijn de opbrengsten van precariobelasting op Kabels en Leidingen opgenomen tot en met 2021. Aangezien de  juridische procedure hierover door Liander niet wordt doorgezet, is het risico terzake hiervan ook komen te vervallen.

 

Incidentele risico’s


Verleende gemeentegaranties

De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder:

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2018

Risicoprofiel

Kwalificatie

Vitens N.V.

€ 62.400

Laag

 

Zorggroep Attent

€ 594.000

Middel

 

Gestichten van Weldadigheid

€ 2.430.000

Laag

 

Totaal

€ 3.086.400

 

€ 308.600

Het risico op deze waarborgen wordt ingeschat op 10%, te weten € 308.600 (afgerond).



Aan derden verstrekte geldleningen

Daarnaast heeft onze gemeente een aantal leningen verstrekt aan derden. Aan de terugontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Dit betreft met name de navolgende leningen:

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2018

Risicoprofiel

Kwalificatie

Woonservice IJsselland

€ 1.365.400

Laag

 

Zwembad Den Helder*

€ 917.200

Laag

 

Vitens

€ 143.200

Laag

 

Totaal

 € 2.425.800

 

€ 121.300

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid.

Het risico op de verstrekte geldleningen wordt ingeschat op 5%. Dit komt neer op ene bedrag van € 121.300.

 

De kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte leningen wordt laag ingeschat vanwege de onderstaande calculatie:

 

Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2018

€ 917.202

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde, per peildatum 1-1-2018)

€ 1.424.000

Maximaal risico

€ 0

Opgemerkt wordt dat in de programmabegroting 2019-2022 de subsidie voor 2019 aan de stichting zwembad is verwerkt van € 300.000. Bij een eventuele discontinuïteit van de stichting valt dit bedrag vrij.

 

Verbonden partijen

Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf  “Verbonden partijen”. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Rekening wordt gehouden met een maximaal risico van € 450.000 en een kans van 10%.

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde per 31 december 2018. Dit is 25% van € 2.243.000 maakt € 449.600 (afgerond).

Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen

Er hebben plaatselijk en landelijk procedures gelopen m.b.t. de precariobelasting op kabels en leidingen. Het risico op deze post beschouwen wij al geheel gemitigeerd in verband met het intrekken van het hoger beroep door Liander.

 

In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien:

Structurele risico’s

Kans

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Inkomensdeel WWB

25%

€ 360.000

€ 90.000

Presikhaaf bedrijven

vervallen

vervallen

vervallen

Fluctuaties gemeentefonds

3%

€ 19.600.000

€ 588.000

Precariobelasting kabels en leidingen

vervallen

vervallen vervallen

Totaal

 

€ 19.960.000

€ 678.000

 

 

Incidentele risico’s

Kans

Maximale risico

Kans x financieel gevolg

Verleende gemeentegaranties

10%

€ 3.086.400

€ 308.600

Verleende geldleningen

5%

€ 2.425.800

€ 121.300

Verbonden partijen

10%

€ 450.000

€ 45.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

20%

€ 2.243.000

€ 449.600

Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen

vervallen

vervallen

vervallen

Totaal

 

€ 8.205.200

€ 924.500

 

 

Berekening weerstandsvermogen

 

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

 

Dynamisch weerstandsvermogen

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

€ 701.946

Structurele risico’s

€ 678.000

Saldo (overschot):

€ 23.946

 

Statisch weerstandsvermogen

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit

  € 9.455.328

Incidentele risico’s

€ 924.500

Saldo (overschot)

€ 8.530.828

 

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen toereikend is.

 

Indien de maximale omvang van de incidentele risico’s (meest negatieve scenario) wordt afgezet tegen de incidentele weerstandscapaciteit is het resultaat:

 

 

Maximale incidentele risico’s t.o.v. de incidentele weerstandscapaciteit

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit

€ 9.455.328

Maximale incidentele risico’s

€ 8.205.000

Saldo (overschot)

€ 1.250.128

 

 

Kengetallen

De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het voor de raad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen.


Jaarrekening 2018

Verloop van de kengetallen

Kengetallen:

Werkelijk 2017

Raming 2018

Werkelijk 2018

Netto schuldquote

-/- 23,12%

-/- 31,29%

-/-14,99%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-/- 33,15%

-/- 41,53%

-/-28,85%

Solvabiliteitsratio

72,40%

78,53%

77,94%

Grondexploitatie

5,82%

4,64%

6,59%

Structurele exploitatieruimte

0,79%

-/-3,00%

-/-1,47%

Belastingcapaciteit

104,10%

95,70%

101,96%

Gemeente Doesburg heeft veel eigen vermogen en geen langlopende schulden. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we een beperkt risico lopen met grondexploitaties. Onze structurele exploitatieruimte laat zien dat baten vrijwel gelijk zijn aan lasten.

 

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan:

  • het beleidskader
  • het beheer
  • actuele ontwikkelingen
  • kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

 

C.1 Wegen

1.1 Het beleidskader

De gemeente heeft de plicht een openbare weg te onderhouden (art. 15 Wegenwet), met uitzondering van Rijks en provinciale wegen.

Verder kan de gemeente, als wegbeheerder, aansprakelijk worden gesteld op basis van het Burgerlijk Wetboek. Er zijn daarvoor twee mogelijke vormen: risico- (art. 6:174) en schuldaansprakelijkheid (art. 6:162). Bij schuldaansprakelijkheid moet het slachtoffer bewijzen dat de wegbeheerder een fout heeft gemaakt, er moet sprake zijn van een gebrek aan de weg. Bij risicoaansprakelijkheid hoeft dit bewijs niet te worden geleverd.

Vanwege zowel de onderhoudsplicht als de mogelijke aansprakelijkheidstelling is het voor de gemeente van belang haar wegen goed te onderhouden. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor Rationeel wegbeheer (CROW-publicatie 147) van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW), een nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Als de gemeente werkt volgens deze richtlijnen kan zij aantonen dat er naar behoren wordt onderhouden.

In 2017 is het Beleidsplan Wegen vastgesteld, waarin wet- en regelgeving, lokale ambities, etc. zijn vertaald in kaders. Zo is er onder andere vastgesteld dat we werken met beeldkwaliteiten, conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK).

1.2 Het beheer

In 2017 is ook het Beheerplan Wegen vastgesteld. In dit beheerplan wordt de (gewenste) werkwijze beschreven ten aanzien van beheer en onderhoud.

Het wegenareaal wordt bijgehouden in een geautomatiseerd (beheer)systeem. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onder andere het materiaal, de functie en de (beeld)kwaliteit. Door middel van een inspectie wordt frequent de huidige staat van het areaal in beeld gebracht. Op basis van een maatregelpakket wordt een planning voor de korte termijn door de beheersoftware gegeneerd; met een maatregeltoets worden de feitelijke werkzaamheden vorm gegeven in een onderhoudsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen groot onderhoud en klein onderhoud.

Groot onderhoud zijn voorziene werkzaamheden die voorvloeien uit de jaarlijkse inspectie. Voor groot onderhoud van wegen heeft de gemeente Doesburg bij de vaststelling van het Beheerplan Wegen een voorziening getroffen. Dit is de voorziening (groot onderhoud) wegen. In 2018 zijn in verband met de uitvoering van enkele grote investeringsprojecten geen groot onderhoudswerkzaamheden ten laste van de voorziening wegen gebracht. De geplande werkzaamheden zijn waar mogelijk en nodig doorgeschoven naar 2019. Hierdoor is een lagere storting in c.q. vrijval van de voorziening wegen verantwoord in de jaarrekening 2018.

Bij klein onderhoud is ten laste van de begroting een bepaald budget vastgesteld, omdat de ervaring leert dat een deel van de werkzaamheden zich moeilijk laten voorspellen. Daarnaast wordt gekeken of werkzaamheden integraal opgepakt kunnen worden. Dat wil zeggen dat bij investeringsprojecten (bijv. riolering of rehabilitatie van wegen) wordt bezien of meegelift kan worden.

In 2019 moet gewerkt gaan worden aan een budget voor de lange termijn, zodat in de begroting rekening gehouden kan worden met toekomstige pieken. Voor dit budget moeten voor de beheersoftware nog de onderhoudscycli met de bijbehorende maatregel en de bedragen worden geformuleerd. Daarbij worden ook de investeringen in rehabilitaties van wegen betrokken. Dit betreft investeringen voor het in z’n geheel vervangen van wegen, inclusief bijvoorbeeld functieverbeterende aanpassingen en/of funderingen.

1.3 Actuele ontwikkelingen

Bij de vaststelling van het beleidsplan en het beheerplan is vastgesteld dat de kwaliteit van de beheergegevens moet worden verbeterd. In 2019 zal hieraan verder worden gewerkt. Dit betreft de uitdetaillering areaalinformatie, de formulering van onderhoudscycli en de investeringen in rehabilitaties van wegen. Het rehabilitatieplan wegen zal, conform de toezegging aan de raad, gereed zijn met de kadernota 2020. Verder zal er in 2019 een actuele wegenlegger worden opgeleverd, welke de gemeente moet hebben conform art. 27 Wegenwet.

In het kader van duurzaamheid zal er gekeken moeten worden naar energie- en materiaalgebruik. Voor wegen zou in het kader hiervan gekeken kunnen worden of asfalt met een bepaalde mate van wegdekreflectie toegepast kan worden op bijv. kruisingen, ter vervanging van openbare verlichting.

1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 351.000 m2 verharding, waarvan 134.000 m2 asfalt (hoofdzakelijk rijwegen en fietspaden) en 217.000 m2 elementenverharding (hoofdzakelijk woonstraten en voet- en fietspaden).

 

C.2 Riolering

2.1 Het (wettelijk) beleidskader

Gemeenten hebben op grond van de Wet milieubeheer (Wm) een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en een zorgplicht voor grondwater. Waterschappen hebben op grond van de Waterschapswet, in samenhang met de Waterwet, een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater.

In de wet milieubeheer is een voorkeursvolgorde voor afvalwater vastgelegd. In de wet wordt  gesproken van stedelijk afvalwater. Daarnaast zijn er nog twee aparte zorgplichten, de hemelwaterzorgplicht en de zorgplicht voor grondwater. Deze laatste zijn verankerd in de Waterwet.

De zorgplicht voor stedelijk afvalwater wordt ingevuld door de aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool. Met de zorgplicht wordt invulling gegeven aan de implementatie van de EU-richtlijn stedelijk afvalwater.

De zorgplicht voor het hemelwater bestaat uit een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. De eigenaar van particulier terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in een plan.

De zorgplicht voor het grondwater bestaat uit een aantal elementen die tezamen bepalen of de gemeente verantwoordelijk kan worden gehouden om nadelige grondwaterstandgevolgen te voorkomen. Het betreft o.a. om de zorgplicht in openbaar gebied en om structureel nadelige gevolgen voor de grondwaterstand. Klimatologische omstandigheden (waaronder calamiteiten zoals extreme neerslag en overstroming door rivieren) die kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand vallen daar niet onder. Ook valt de zorg voor particuliere terreinen niet onder de wettelijke zorgplicht voor het grondwater. Indien voldaan wordt aan alle elementen van de grondwaterzorgplicht tezamen, dan is de gemeente gehouden maatregelen te treffen om de grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. De zorgplicht voor het grondwater heeft het karakter van een inspanningsverplichting omdat het grondwaterpeil geen eenvoudig te sturen beheergebied is. Er is dan ook een zekere mate van beleidsvrijheid voor de aanpak die rekening houdt met lokale omstandigheden.

In februari 2018 heeft de raad het Watertakenplan Olburgen 2018-2022 (WTPO) vastgesteld. De gemeenten Bronckhorst, Rheden en Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel hebben gezamenlijk een visie opgesteld en uitgewerkt in dit plan voor de riolering en zuivering. De rioolstelsels van deze gemeenten brengen afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Olburgen van Waterschap Rijn en IJssel. Deze rioolstelsels en de RWZI vormen samen één afvalwatersysteem. Door samen te werken en de inspanningen op elkaar af te stemmen, kunnen we van elkaar leren. Met als gevolg effectiever en efficiënter (samen)werken.

In het WTPO zijn de watertaken (visie, doelen, programma etc.) vastgelegd. Onderdeel van dit plan is een kostendekkingsplan, waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen. Belangrijke aspecten uit het WTPO zijn onder andere:

  • Het blijven bijdragen aan een goede volksgezondheid, door het inzamelen, transporten en/of verwerken van afval-, hemel- en grondwater;
  • Het voorkomen van wateroverlast;
  • Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;
  • Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

Het beleid is gericht op:

  • zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;
  • zo min mogelijk overlast voor de omgeving;
  • waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.


2.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het WTPO zijn opgenomen en vindt met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarvan een belangrijk element.

In Beinum zorgen drie rioolgemalen voor de afvoer van het afvalwater. Twee van deze gemalen RG Broekhuizen en RG Molengaarde) zijn recent gerenoveerd. RG Hermaat is al in een eerder stadium gerenoveerd.

Een belangrijk hulpmiddel voor het beheer en onderhoud is het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Brockhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met het waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel.

Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€ 380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten, Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Dit zijn aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem gaat ons daar bij helpen met behoud van de eigen autonomie.

Daarnaast werken wij met het zogenaamde RTC (Real Time Control). Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit gebeurt door middel van beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel. Water op straatsituaties en rioolwater overstorten op oppervlaktewater worden hiermee teruggebracht.

Dit jaar zijn wij toegetreden tot Operatie Steenbreek (OS). Met de deelname aan dit project wordt beoogd om zowel de openbare als de particuliere ruimte te vergroenen en de trend van verstening te keren. Waarom vergroenen?

  • Verstening geeft een versnelde afvoer van regenwater, die tot overbelasting van de riolering kunnen leiden;
  • Verstening versterkt hitte-stress;
  • Verstening vermindert de ruimte voor biodiversiteit;
  • Verstening zorgt voor perioden van droogte dat er minder water beschikbaar is;
  • Verstening heeft een negatief effect op de luchtkwaliteit;
  • Een groene leefomgeving werkt stres verminderend en heeft een algemeen positief effect op de gezondheid en het welzijn van de mens.


2.3 Actuele ontwikkelingen

In 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. Doelstelling is drieledig:

  • het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van 380 miljoen op de jaarlijkse kosten;
  • het verminderen van de kwetsbaarheid;
  • het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen.

Op de RWZI (RioolWaterZuivering Installatie) Olburgen wordt het afvalwater van de gemeente Doesburg, een deel van de gemeente Bronckhorst en een deel van de gemeente Rheden gezuiverd. Daarnaast gaat het afvalwater van het dorp Angerlo (gemeente Zevenaar) via het stelsel van Doesburg ook naar de RWZI in Olburgen. Dit is dan ook de reden dat Doesburg heeft gekozen voor een intensievere samenwerking binnen het in 2014 opgerichte AWT Olburgen (Afvalwaterteam). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW 2011. Daarnaast werken wij in dezelfde samenstelling in de OAS Olburgen (Optimalisatie Afvalwater Systeem).

Doesburg heeft in 2016 wateroverlast gehad door hevige regenval. Dit is aanleiding geweest om samen met de bewoners de klachten te inventariseren. Vervolgens is een quick scan uitgevoerd om te kijken naar de mogelijkheden om wateroverlast in de toekomst terug te brengen. In de oude binnenstad is van oudsher veel verhard oppervlak en een (verouderd) rioolstelsel wat dateert uit 1935.

Rood is een hoog liggend gebied en geel een lager gelegen gebied

Dit alles heeft geleid tot het doorrekenen van het rioolstelsel en het opstellen van een hemelwaterstructuurplan voor de binnenstad. Aan de hand van de berekeningen en de hoogteligging van straten is in het hemelwaterstructuurplan aangegeven hoe om te gaan met het  hemelwater. Afvoeren kan soms bovengronds via goten. In andere situatie zal er een extra hemelwaterriool worden aangelegd. In de meeste gevallen wordt gestreefd naar het separaat inzamelen van de verschillende waterstromen. Naar aanleiding van het hemelwaterstructuurplan zijn in 2018 enkele projecten opgestart om de wateroverlast in de Windmolenstraat, de Hogestraat en de Bergstraat terug te dringen.

2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren met betrekking tot riolering zijn verwerkt in het WTPO.

 

C.3 Water

3.1 Het beleidskader

Water en ruimtelijke ordening zijn steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom wordt water beter ingebed in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen. Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming.

Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen. Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) van 2008.

Het watertoets is ook verplicht voor een omgevingsvergunning van een afwijkend bestemmingsplan.  De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om zowel grond- als oppervlaktewater. De mogelijke gevolgen van een nieuwe ontwikkeling (veiligheid en wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging, e.d.) moeten in beeld worden gebracht.

Met de komst van de waterwet in 2009 en het daarmee wegvallen van verschillende vergunningen is  de samenwerking tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat en/of waterschap) belangrijker geworden.

Waterbeheer is daarmee geen zaak meer van één partij, maar een samenspel van alle bestuurslagen in Nederland. Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en een andere manier van (samen)werken. Samenwerken op basis van afspraken in plaats van op basis van vergunningvoorschriften. In toenemende mate zal de samenwerking met waterbeheerders als Rijkswaterstaat en het waterschap intensiever worden. De stedelijke wateropgaaf vraagt in toenemende onze aandacht.

Aandachtspunten zijn extra ruimte voor waterberging en het apart inzamelen van regenwater. De capaciteit van het rioleringsstelsel dient hierop afgestemd te worden zodat de veiligheid van onze burgers voor de toekomst is gewaarborgd. Kortom waterbeheer zal in de toekomst steeds meer een gezamenlijk proces van alle overheden worden. Water houdt zich immers niet aan gemeentegrenzen en zelfs niet aan nationale grenzen.

Met ingang van 2015 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn schrijft de waterkwaliteit voor van Europese wateren. Hiermee wordt de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa gewaarborgd en beschermd. Voor het bereiken hiervan is in Nederland een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost.

Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van "foutieve" aansluitingen in de gescheiden stelsels.

3.2 Het beheer

Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer.

Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, waterschap Rijn en IJssel, in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld zijn op enkele locaties zogenaamde kroosslurpers aangebracht. De waterpartijen in Beinum zijn in 2007 in beheer bij het waterschap Rijn en IJssel gekomen.

In 2018 is gestart met het vervangen van vijf duikers in de binnenstad. Het betreft duikers die de stadsgrachten met elkaar verbinden. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in het terugdringen van de kroosvorming en het  verbeteren van de doorstroming van het watersysteem in de binnenstad.

3.3 Actuele ontwikkelingen

Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen “foutieve” aansluitingen speciale aandacht. Het betreft hier het stelsel in Beinum en Campstede. "Foutieve" aansluiting zijn vuilwaterhuisaansluitleidingen die zijn aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste kunnen zorgen voor een capaciteitsprobleem doordat te veel regenwater in het vuilwatersysteem van de riolering terecht komt. Door het herstellen van "foutieve" aansluitingen komt er meer regenwater in de vijvers. Meer regenwater in de vijvers kan de waterkwaliteit en de doorstroming verbeteren. Een onderzoek naar de "foutieve"  aansluitingen voor gebied Molengaarde en Leigraafseweg heeft in 2008 en 2009 plaatsgevonden. De primaire aanleiding was toen de overbelasting van het vuilwaterstelsel. De gevonden foutieve aansluitingen zijn toen hersteld.

In het kader van het programma verbetering doorstroming vijvers Beinum is in 2018 het onderzoek naar foutieve aansluitingen verder uitgebreid. Waterschap en gemeente willen de komende jaren de doorstroming en de waterkwaliteit van de vijvers in Beinum verbeteren. Opheffen van "foutieve" rioolaansluitingen is daar een onderdeel van. In verband hiermee is samen met het waterschap en de bewoners het project "Beinum gaat naar buiten" opgestart. Met dit project wordt beoogd om het watersysteem en de groene ruimten in Beinum aan te passen en waar nodig te verbeteren.

Deltaprogramma
Er is een nieuw Deltaprogramma. Het gaat hier om een nationaal programma wat jaarlijks wordt geactualiseerd. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken erin samen. Ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en organisaties met veel kennis over water zijn erbij betrokken. De kern van het programma is ons land in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt. De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht.

Deltaprogramma en Doesburg
Doesburg heeft samen met IJsselgemeenten uit de regio, de provincie en RWS gewerkt aan de zogenaamde voorkeurstrategie IJssel (VKS). Dit is een langetermijnperspectief, waarin op hoofdlijnen is aangegeven op welke wijze de regio wil anti­ciperen op de opgave van de hoogwaterveiligheid. De VKS IJssel is geen blauw­druk, maar vooral een bouwsteen voor het Deltaprogramma Rivieren en het Nationaal Waterplan. Daarnaast geeft de voorkeursstrategie inzicht in de wijze waarop de regio denkt te anticiperen op de hoogwaterveiligheid. Door maatregelen per tijdspad te duiden, zijn maatregelen op de korte termijn toekomstbestendig, en worden maatregelen op de lange termijn niet onmogelijk gemaakt.

De voorkeursstrategie is een dynamisch document en bestaat uit een mix van maatregelen. Dijken op orde brengen, piping aanpakken (lekkende dijken), het beschermingsniveau actualiseren i.p.v. kansbenadering en de gevolgen van klimaatverandering opvangen.

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (RWS en waterschap). De overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten etc.) wat in beheer is bij het waterschap Rijn en IJssel.

De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Maar ook de gemeente speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming.

 

C.4 Groen

4.1 Het beleidskader

Het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014 vormen het gemeentelijk beleidskader ten aanzien van het stedelijk groen en geven richting aan het na te streven eindbeeld. De gemeente Doesburg wenst via het Groenstructuurplan en Bomenbeleidsplan haar beleid aangaande het stedelijk groen nader te structureren in met name te ontwikkelen bebouwingslocaties. Beide beleidsplannen dienen een stelselmatige inrichting en doelgericht beheer van de Openbare Ruimte.

4.2 Het beheer

De visie voor het beheer van het openbaar groen moet zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin de structuur en de kwaliteit zijn omschreven en een beheerplan waarin de uitvoering en de kosten worden verantwoord.  Een hulpmiddel hierbij is het gemeentelijke groenbeheersysteem. Het groenbeheerplan is in 2013 opgesteld en dient in 2019 geactualiseerd te worden. T.b.v. de uitvoering ”buiten“ zijn onderhoudsbestekken gemaakt die uitgaan van het beheer op “beeldkwaliteit”.

Ingaande 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel en maakt dit werk onderdeel uit van de overeenkomst die de gemeente heeft met Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk en de kwaliteit hiervan is bij het team Stadsbeheer. Uitvoeringsprogramma?s van het onderhoud spelen een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. De hoofdgroepen in het beheer kunnen als volgt worden omschreven:

  • groenbeheer door gemeente en Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst.
  • het beheer van gazons, bermen en sportvelden door Circulus Berkel en aannemer middels een bestek
  • boombeheer door gemeente en groenaannemer middels uitbesteding.

4.3 Actuele ontwikkelingen

Via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Circulus Berkel  wordt momenteel het openbaar groen binnen de gemeente beheerd. De huidige populatie SW-medewerkers blijven werkzaam in Doesburg en er wordt fors uitvoering gegeven aan het begrip Social Return.

Het voorliggende beheerplan voorziet in een kwaliteitsslag in het centrum en de centra in de wijken. Hiervoor is in 2018 het opstellen van een renovatieplan voor vrijwel alle wijken in de gemeente Doesburg in de rit gezet. Vervolgens kan dit plan gefaseerd uitgevoerd gaan worden. Daarbij wordt rekening gehouden met het omvormen van groen, waar dit gewenst is, naar gazon dan wel vaste planten. De weg zoals deze nu is ingezet wordt in 2019 doorgezet. 

Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur. De gemeente heeft voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. De achterstand in de onderhoudstoestand is in 2018 verder aangepakt door boomonderhoud in de wijk De Ooi. De inhaalslag wordt gecontinueerd om het bomenbestand naar het gewenste en vereiste kwaliteitsniveau te brengen. Wel is een groot gedeelte van de bomensoort essen aangetast door de essentaksterfte. Dat heeft vooral grote consequenties voor de essenlanen in het buitengebied. Momenteel is een plan in voorbereiding om deze lanen te kunnen vervangen.

4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Het openbaar groen omvat ca. 55 hectare. Hiervan hoort ongeveer 2 hectare bij de voetbalvelden aan de Oranjesingel, waarvan één natuurgrasveld (dat wordt onderhouden door de gemeente Doesburg) en één kunstgrasveld (dat wordt onderhouden door Sportclub Doesburg). Daarnaast wordt momenteel ongeveer 2 hectare omgevormd naar tennisbanen. Effectief heeft de gemeente Doesburg ca. 51 hectare openbaar groen in beheer. Het totale bomenbestand beslaat afgerond 5.400 stuks.

 

C.5 Gebouwen

5.1 Het beleidskader

Het beleidskader voor schoolgebouwen vormt de verordening onderwijshuisvesting. Dit beleidskader ziet met name op stichting en eerste inrichting van schoolgebouwen. De gemeente Doesburg investeert om Integrale zogenaamde Kind Centra (IKC's) te realiseren. De schoolbesturen gaan over de inhoud van de IKC's en zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan basisscholen. Hierop wordt onderstaand dan ook niet verder ingegaan.

Het beleidskader voor het beheer van het  gemeentelijke vastgoed (gebouwen die in bezig zijn van de gemeente)  wordt gevormd door het meerjarig onderhoudsprogramma (MJOP) van gemeentelijke gebouwen. In het onderhoudsbeheerplan wordt hoofdzakelijk uitgegaan van een kwaliteitsniveau tussen 2 en 3. Dit kwaliteitsniveau is gerelateerd aan redelijk tot goed onderhoud. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties. Hiervoor geldt kwaliteitsniveau 4, matig onderhoud, waarbij de gebouwen nog steeds veilig en gezond gebruikt kunnen worden.  Het huidige MJOP is in 2016 vastgesteld en in 2017 bijgewerkt.  Het MJOP wordt om de 4 jaar geactualiseerd, waarbij de bijbehorende dotaties door de raad worden vastgesteld.

5.2 Het beheer

Voor het beheer en technisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van het eerder genoemde MJOP, dat is ondergebracht in een geautomatiseerd beheersysteem. Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Een MJOP is in de basis ook een dynamisch document, dat jaarlijks op basis van gerealiseerd onderhoud wordt bijgesteld.

5.3 Actuele ontwikkelingen

Voor een structurele wijze van het geven van uitvoering aan beheer en onderhoud van het gemeentelijke vastgoed is een meerjarig onderhoudsplan noodzakelijk. Begin 2019 zijn de nieuwe meerjarige onderhoudsplannen per object afgerond. Deze onderhoudsplannen zijn opgesteld met als doel een realistisch beeld te krijgen van de onderhoudstoestand en de nodige vervangingen. Deze dienen als uitvoeringsrichtlijn voor beheer en onderhoud vanaf 2019.

Het meerjarig onderhoudsplan 2019 laat structureel een negatief saldo zien ten opzichte van de huidige geraamde jaarlijkse dotatie aan de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van achterstallig onderhoud, stijgende prijzen en het feit dat vervangingen niet zijn meegenomen in het vigerende meerjarig onderhoudsplan (vervangingen zijn onder andere CV-installaties en klimaatsystemen). Over het meerjarig onderhoudsplan 2019 dient een besluit aan de raad te worden voorgelegd.

Er loopt een onderzoek naar de herstructurering van de sportaccommodaties. Gevolg is dat er een keuze gemaakt moet worden in de wijze van beheer van de huidige accommodaties. De sportaccommodaties worden om die reden technisch beheerd op kwaliteitsniveau 4. Het gebouw van de nieuwe stadswerf wordt vanaf 2019 opgenomen in het meerjarig onderhoudsplan.

Het gebouw van het stads- en streekarchief Nieuwstraat 2-4 wordt in 2020 gerestaureerd. Achterstallig onderhoud wordt hiermee weggewerkt. Hiervoor komt mogelijk provinciale subsidie beschikbaar. Het stadhuis, met name het monumentale gedeelte, wordt gerestaureerd en verduurzaamd. De vochtproblematiek aan de buiten muren wordt hiermee opgelost. Ook worden alle luiken gerestaureerd. Ook hiervoor loopt een subsidieaanvraag bij de provincie. Voor het in stand houden van de rijksmonumenten in eigendom van de gemeente is een rijkssubsidie verkregen. Er wordt onderzoek gedaan naar de mate van duurzaamheid voor het stadhuis en het stads- en streekarchief.

5.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Het gemeentelijk vastgoed betreft de navolgende objecten:

Gebouw Adres Bouwjaar B.v.o. m2 Streef-
niveau
Stadhuis Philippus Gastelaarsstraat 2 1475 2.950 2
Sporthal Breedestraat 39 1980 2.700 4
Gymzaal Wilgenstraat 2 1973 714 4
Gymzaal Armgardstraat 22a 1976 488 4
Mauritskazerne Halve Maanweg 3 1994 743 2
Stads- en streekarchief Nieuwstraat 4 1907 1.422 2
Idem, verdieping Nieuwstraat 2 1907 834 2
Jongerencentrum 0313 De Linie 2 2006 796 2
De Harmonie Burg. Nahuyssingel 2a 1970 306 3
Martinitoren Markt 2 1960 97 2
Poortgebouw Meipoortwal 3 1815 49 2
Baarhuisje Meipoortwal 3 1873 20 2
Stadswerf Parallelweg Den Helder 2 2017   2
Bibliotheek (huur) De Linie 4 2006   2
Grafmonument Gyskens Meipoortwal 3 nb.   3

 

C. 6 Openbare verlichting

6.1 Het beleidskader

De openbare verlichting draag bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het beheerplan. De looptijd van beide plannen is tot 2020. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing. In het beheerplan is beschreven hoe het beheer wordt vorm gegeven. Het betreft de exploitatielasten (met name energiekosten), publieke taak (o.a. beleidsontwikkeling), kort cyclisch onderhoud (dagelijks beheer en onderhoud) en lang cyclisch onderhoud (met name vervangingen).

6.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL 2011” van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd. In het beleidsplan is aangegeven dat de gemeente, t.a.v. de lichtsterkte afwijkt van de ROVL. Toepassing zou leiden tot meer licht en tot meer energieverbruik.

Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. Het contract omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces, waarbij de gemeente samen met het externe bedrijf werkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting.

6.3 Actuele ontwikkelingen

In 2017 is een vervangingsplan aan het bestuur voorgelegd, met als bijlage een uitvoeringsplan. De uitvoering is ook in 2017 gestart, in de wijk De Ooi. Deze vervanging is in 2018 afgerond behoudens bij de PéGé-woningen. In november 2018 is gestart met de uitvoering van het vervangingsplan hoofdwegen te Doesburg. In de komende jaren zullen ook op andere locaties masten en armaturen worden vervangen.

De netbeheerder is verantwoordelijk voor het ondergronds netwerk, het zogenaamde gereguleerde domein. Hier hebben zich diverse malen storingen voor gedaan in 2015. De netbeheerder is hierop aangesproken, in Achterhoeks verband. Deze problemen lijken te zijn verholpen. In 2018 hebben zich geen noemenswaardige problemen voorgedaan.

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn ten aanzien van de openbare verlichting. Deze zal vermoedelijk invloed hebben op de inrichting van de openbare verlichting. Deze ontwikkeling zal nauwlettend worden gevolgd.

6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.600 lichtmasten. In Doesburg staan een kleine 300 masten langs achterpaden, deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland. Circa 4% van de omvang van het openbare verlichtingsnet bestaat uit klassieke lichtmasten. De komende jaren zal het aantal klassieke lichtmasten in de binnenstad worden uitgebreid door middel van het maken van werk-met-werk (o.a. bij rioleringswerkzaamheden).

Door de periodieke controle worden over het algemeen tijdig gebreken onderkend. Daarnaast is het beleid de afgelopen jaren gericht op het vervangen van de oude hoog vermogende armaturen door dimbare energiezuinige laag vermogende armaturen (veelal LED). Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld. Dit betekent in de praktijk dat, wanneer de situatie daarom vraagt, de OV aan- dan wel uit zal gaan.

Via de OV-kabel wordt een signaal meegezonden dat zorgt voor de aan- en uitschakeling van de gehele openbare verlichting in Doesburg. De nieuwe energiezuinige LED-verlichting wordt in de avond- en nachturen gedimd (van 19:00 uur tot 06:00 uur).

Het energieverbruik is gedaald ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen. Dit is met name toe te schrijven aan het toenemende gebruik van energiezuinige armaturen. Dit resulteert in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt.

 

C. 7 Speelgelegenheid

7.1 Het beleidskader

Tot op heden wordt gewerkt met de door de raad vastgestelde beheervisie (2007-2009), waarin onder andere de verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld. In 2017 heeft een evaluatie van het speelbeleid plaatsgevonden. De output is gebruikt voor het in 2018 vastgestelde beleidsplan. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Naar aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan worden aangepast. vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld.

Het WAS (Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen) is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.

7.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de raad vastgestelde beleidskaders, waaronder de genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven:

  • Publieke taak, bestaande uit onder andere:
    beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;
  • Dagelijks onderhoud, onder andere bestaande uit:
    controleren op zichtbare gevaren, herstel van vernielingen en kleine gebreken, bijhouden ondergronden en bijhouden van gegevens in beheersoftware;
  • Kort cyclisch onderhoud, bestaande uit onder meer:
    het verven van toestellen en vervangen zand in zandbakken, frequente inspecties van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden (met vastlegging van de resultaten in de beheersoftware), het uitvoeren van hieruit voortvloeiende reparaties indien dit noodzakelijk is;
  • Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit:
    vervangen van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden.


7.3 Actuele ontwikkelingen

In 2018 hebben de speeltoestellen de jaarlijkse inspectie ondergaan. Waar nodig zijn reparaties met betrekking tot veiligheidsrisico’s uitgevoerd.  In 2018 is tevens een nieuw beleidsplan opgesteld. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Na aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden en vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld.

Het beleidskader is een vertaling van de geldende wet- en regelgeving onderdeel. De belangrijkste zijn:

  • Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), voorheen Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS);
  • NEN-EN 1176;
  • NEN-EN 1177.


7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeente verzorgt van 44 speelgelegenheden het beheer, onderhoud en vervanging. Het aantal toestellen op die speelgelegenheden bedraagt op dit moment 348 stuks.

 

Paragraaf D | Financiering

Paragraaf D | Financiering

Inleiding

Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren.

Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken.

De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in de financiële verordening 2017. Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut dat februari 2019 is geactualiseerd. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten:

    • het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
    • het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s (indien van toepassing);
    • het zo veel mogelijk beperken van de kosten van eventuele leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
    • het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

 

Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer

In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd:

 

Kasgeldlimiet:

De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de kasgeldlimiet en het begrote financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden.

 

2018

Rekeningtotaal

€ 33.030.652

Percentage regeling

8,50%

Kasgeldlimiet

€ 2.807.605

Financieringssaldo

+ = overschot

-/- = tekort

€ 5.653.681

Kasgeldlimietruimte

€ 8.461.286

Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. De gemiddelde kasgeldlimiet is in 2018 niet overschreden.

 

Renterisiconorm:

Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing:

 

2018

2019

2020

2021

(1)

Renteherzieningen

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

(2)

Aflossingen

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

(3)

Renterisico (1+2)

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

(4)

Renterisiconorm

€ 6.610.130

€ 6.898.832

€ 6.628.867

€ 6.521.262

(5a) =(4>3)

Ruimte onder de renterisiconorm

€ 6.610.130

€ 6.898.832

€ 6.628.867

€ 6.621.262

(5b) =(3>4)

Ruimte boven de renterisiconorm

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm:

(4a)

Begrotingstotaal primitief

€ 33.050.652

€ 34.494.162

€ 33.144.333

€ 32.606.310

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

(4)=
(4a x 4b/100)

Renterisiconorm

€ 6.610.130

€ 6.898.832

€ 6.628.867

€ 6.521.262


Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2018 en ook in meerjarig kader ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet.

 

Verstrekken van leningen en garanties

Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college / gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen:

  • een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;
  • de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeitspositie);
  • de verhouding vaste activa: vaste passiva moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);
  • de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;
  • de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.

 

Het uitzetten van overtollige kasmiddelen

Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren.

 

Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.

 

Koersrisicobeheer

De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege de verplichting tot schatkistbankieren.

 

 

Ontwikkeling financieringsstructuur

De ontwikkeling van de financieringsstructuur was in 2018 als volgt:

 

01-01-2018

31-12-2018

Vaste activa

€ 20.712.344

€ 22.695.099

Eigen vermogen*

€28.787.210

€ 27.240.179

Voorzieningen*

€ 3.708.187

€ 2.473.993

Langlopende leningen

€ 0

€ 0

 

 

Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie

In de jaarrekening 2018 zijn de navolgende rentekosten verwerkt, die zijn verbonden aan de financieringsfunctie:

Rente kortlopende leningen incl. boetes

€ 0

Rente opgenomen langlopende leningen

€ 0

Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)

€ 0

Totaal

€ 0

 

Deze rentelasten worden in principe door middel van de rente-omslagmethode toegerekend aan de verschillende programma’s.

Paragraaf E | Bedrijfsvoering

Paragraaf E | Bedrijfsvoering

1. Planning & control, financiën, resultaatsturing

In 2017 hebben we het systeem Pepperflow in gebruik genomen, waarmee we:

  • teams ondersteunen bij de doorontwikkeling van resultaatgericht werken;
  • betere mogelijkheden creëren voor bestuur en management voor (resultaat)sturing en beheersing;
  • de totstandkoming van onze P&C documenten kunnen vereenvoudigen;
  • de doorlooptijden van onze P&C documenten kunnen verkorten;
  • de financiële functie verder kunnen optimaliseren;
  • de ambtelijke ureninzet voor de vervaardiging van P&C producten kunnen gaan reduceren.
  • de (digitale) informatievoorziening voor bestuur, management en burgers kunnen optimaliseren (middels de begrotingsapp).

In 2018 hebben we de verdere implementatie van deze applicatie verder opgepakt. Concreet hebben we de jaarrekening 2017, de begroting 2019-2022 en de najaarsnota 2018 met behulp van dit systeem opgesteld. In 2019 willen we toewerken naar een integrale voortgangsrapportage waarin real time op elk gewenst moment en plaats onafhankelijk de stand van zaken kan worden gevolgd van o.a. de programmadoelen en de bijbehorende maatregelen, de budgetten en de belangrijke projecten. Ook voor raadsleden.

 

2. Automatisering & Informatisering

De inzet en ontwikkeling van informatietechnologie is voor onze gemeente een factor die steeds meer van belang is. Een goede invulling van informatisering & automatisering biedt de mogelijkheden om onze bedrijfsvoering en dienstverlening verder te ontwikkelen en verbeteren. Gezien de snelle technologische ontwikkelingen wordt ‘goed omgaan met ICT’ voor onze gemeente een kritische succesfactor. Het toepassen van informatietechnologie in de publieke sector wordt gestimuleerd en geduwd door de Rijksoverheid. Hierbij spelen onder andere de landelijke informatievoorzieningen een rol. Er worden landelijke informatiebanken ontwikkeld waar verschillende (semi-) overheidsinstellingen gebruik van kunnen maken. De landelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in het door de Rijksoverheid gepropageerde Digitale Agenda 2020.

In 2018 waren de volgende twee thema’s voor onze gemeente van wezenlijk belang.

A. Digitale dienstverlening en digitaal werken

ICT biedt ons als gemeente de mogelijkheid om onze dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en anderen te verbeteren. Onze inwoners handelen in hun dagelijkse leven allerlei zaken via internet af. Zo kopen ze op de tijdstippen die zij willen en vanaf de plaats die zij prettig vinden producten en regelen zaken met de overheid. Ook in de dienstverlening die wij als gemeente bieden liggen hier verschillende mogelijkheden om onze klanten beter te bedienen. Daarnaast zijn er mogelijkheden om te zorgen dat onze medewerkers een stuk efficiënter hun werk kunnen doen.

Om deze mogelijkheden zijn we in loop van het jaar 2018 het organisatie brede programma digitaal werken & dienstverlenen gestart. We hebben gezien het belang dat we aan dit onderwerp hechten een aparte programma-organisatie opgezet. Vanuit deze programma-opzet, onder leiding van de burgemeester vanuit haar rol als portefeuillehouder op dit vlak en de gemeentesecretaris, is in 2018 veel werk verzet. We nemen stap voor stap verschillende werkprocessen onder loep de richten deze met behulp van ‘lean-mothoden’ efficiënter in. Bij sommige werkprocessen gebruiken de methodiek van ‘klantreizen’. Onderdeel hier van is ook dat er met inwoners/ondernemers gesproken wordt over hoe zij de dienstverlening ervaren hebben, wat ze goed vonden en wat hen betreft verbeterd kan worden. De eerste wezenlijke concrete resultaten van het programma worden in 2019 gerealiseerd.

B. informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens

Gemeente Doesburg gebruikt voor haar dienstverlening en bedrijfsvoering zeer veel informatie. Deze informatie leggen we vast in verschillende informatiesystemen. Bovendien komt het steeds meer voor dat we deze informatie uitwisselen met partners (bijvoorbeeld op het gebied van zorg & welzijn) en partijen die namens ons dienstverlening aan inwoners verzorgen.

Hierbij is het nadrukkelijk van belang, dat onze informatie goed beveiligd is. Basis voor Doesburg hierbij is het Informatiebeveiligingsplan dat in 2016 is opgesteld en gebaseerd is op de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten).

C. ENSIA

In 2018 heeft de gemeente Doesburg voor de tweede keer deelgenomen aan de ENSIA audit. Dit verantwoordingsproces heeft als doelstelling om informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren. De (voorlopige) resultaten van deze audit zijn positief beoordeeld door een onafhankelijk audit bureau.

D. AVG

2018 was ook het jaar van de implementatie van de AVG (Algemeen Verordening gegevensbescherming), deze wetgeving op de privacy is sinds mei 2018 van kracht in Nederland. In Doesburg is aan de hand van een implementatieplan hard gewerkt om de basis voor de AVG maatregelen in te richten. Zo is er een Functionaris Gegevensbescherming aangesteld voor Doesburg; hebben we het proces melden datalekken ingericht en uitgerold en is er een verwerkingsregister opgesteld dat ook openbaar beschikbaar is gemaakt, via de website. De rechten van de betrokkenen op het gebied van privacy zijn vastgelegd in een Privacyverklaring. Informatie hierover is verspreid via het lokale huis aan huisblad; via de website en via de Facebookpagina van de gemeente. In samenwerking met een aantal gemeenten uit de regio is er in een privacy-groep gewerkt aan producten die een bijdrage moeten leveren aan de uitrol van privacy binnen de gemeentelijke organisaties.

E. Informatiebeveiliging

Het afgelopen jaar zijn er bij de gemeente Doesburg 7 incidenten geregistreerd op het gebied van Informatiebeveiliging.  Deze incidenten zijn onderzocht en afgehandeld door de CISO / Privacy coördinator conform het protocol. In een geval betrof het daadwerkelijk een datalek. Deze is ook gemeld bij de AP, zoals wettelijk verplicht is.

F. ICT Security en cybercriminaliteit in 2018

Ook in 2018 was cybercriminaliteit regelmatig een onderwerp in het nieuws. We nemen vanuit de ICT organisatie continue preventieve maatregelen om ons te wapenen tegen deze cybercriminaliteit. Dagelijks worden er virussen afgevangen die opduiken op gebruikersniveau in onze ICT structuur. In 2018 hebben deze niet tot een grote uitbraak / aantasting geleid binnen onze ICT netwerk. 90 % van alle e-mail die binnenkomt bestaat uit SPAM berichten. Deze wordt structureel afgevangen via een effectief SPAM filter zodat eindgebruikers daar nauwelijks iets van merken.

In 2018 Hebben we ons in de ICT samenwerkingsverband ingeschreven voor het VNG programma GGI-Veilig. GGI-Veilig ondersteunt de gemeente bij het verhogen van de digitale weerbaarheid en het veiliger maken van de ICT-infrastructuur.

Ook is in de samenwerking een Europese aanbesteding voorbereid voor de inkoop van awareness producten en diensten op het gebied van Informatieveiligheid. Tenslotte beschikken we sinds 2018 over een voorziening voor het gebruik van beveiligde mail voor medewerkers die regelmatig privacy gevoelige informatie moeten versturen de mail.

 

3. Personeel, organisatie en arbeidsomstandigheden

De gemeente Doesburg heeft voor haar medewerkers in 2018 een ontwikkelcentrum ingericht. Om het praten en denken over ontwikkeling te stimuleren en medewerkers actief aan te sporen om met hun ontwikkeling bezig te zijn, is in 2018 ook een ‘week van de ontwikkeling’ georganiseerd. In deze week zijn medewerkers meegenomen in ‘de bedoeling’ en aan de hand van activiteiten bewust gemaakt van gewenst gedrag. In dit ontwikkelcentrum vinden medewerkers op dit moment mogelijkheden voor leren via een online trainingsbibliotheek, kennis delen via een auteurstool, voor het uitvoeren van projecten via een klussenbank en persoonlijke ontwikkeling via een koppeling met meesterinjewerk. Ook kunnen medewerkers hier terecht voor (externe)  loopbaancoaching/-advies, intervisie en teamontwikkeling. Speerpunten als leren en ontwikkelen, mobiliteit en arbeidsmarkt staan hierin centraal.

Het verzuim is van 9,2% in 2017 gedaald naar 4,8% in 2018. Hiermee is het gelukt om onder de norm van 5% te komen. In 2018 is ook het arbobeleid geactualiseerd en besloten de rol van preventiemedewerker bij P&O neer te leggen. In 2018 is totaal extern ingehuurd voor € 1.146.517 . Dit is een percentage van 16,45% van de loonsom.

Met onderstaande ontwikkelingen gaan we in 2019 verder:

A. Doorontwikkeling organisatie

Gemeente Doesburg ontwikkelt zich in door tot een organisatie waar optimaal integraal ingespeeld wordt op vragen vanuit onze omgeving en maximaal gestreefd wordt naar excellente dienstverlening richting burger en bedrijven. De huidige organisatiestructuur, processen en cultuur lijken nog onvoldoende bij te dragen aan de wil om echt resultaatgericht en dienstverlenend te zijn. Ook thema’s als integrale samenwerking (intern en extern) en leiderschap zijn speerpunten voor de komende periode. We gaan de domeinen loslaten en werken met resultaatverantwoordelijke teams met meewerkende teamleiders. Dat maakt dat de besliskracht laag in de organisatie komt te liggen. Voor medewerkers betekent dit meer regelruimte voor het eigen werk.

Een succesvolle organisatieontwikkeling vergt meer dan een andere focus en een andere structuur. Het vergt onder andere ook een nieuwe manier van denken, werken, leiderschap en cultuur. Naast een andere structuur moeten we groeien naar een andere manier van werken met een daarbij behorende cultuur. Het creëren van een open cultuur waardoor medewerkers van elkaar leren, samenwerken, verbeterideeën aandragen en hiermee aan de slag gaan. In 2018 is door de gemeentesecretaris de aanzet gegeven voor een organisatie-ontwikkelingsplan. Deze organisatie-ontwikkeling wordt in 2019 verder doorgezet. In dit kader zal P&O in 2019 bijdragen aan het organiseren van dienend leiderschap door het optimaal faciliteren en coachen van medewerkers bij het bereiken van hun individuele- en teamdoelstellingen.

B. Wet normalisering rechtpositie voor ambtenaren (Wnra)

Op 1 januari 2020 treedt de Wnra in werking. Vanaf dat moment vallen de ambtelijk medewerkers onder het civiele arbeidsrecht en is het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Dit houdt in dat er aanpassingen moeten plaatsvinden om op 1 januari 2020 Wnra-proof te zijn. De ambtelijk medewerkers houden wel de speciale status van ambtenaar. P&O is in 2018 gestart om zich te verdiepen in dit thema en bereidt in 2019 de implementatie van de Wnra voor. Dit met als doel om de gevolgen van de invoering van de Wnra in de gemeente Doesburg zo goed mogelijk in kaart te brengen en de implementatie naar de nieuwe situatie soepel en tijdig te laten verlopen.

C. Integriteit

Integer handelen moet de basishouding zijn van iedere ambtenaar! Dat is niet voor niets. Gemeenten werken met publieke middelen, hebben op verschillende terreinen een monopolypositie en besturen de lokale gemeenschap. Dat brengt verplichtingen met zich mee. Dat doen we in een tijdperk waarin maatschappelijk gezien (semi-) overheidsinstellingen in de het blikpunt van de belangstelling staan. In onze regelingen en gedragscodes geven we aan hoe we verwachten dat bestuurders en ambtenaren zich gedragen. Het zijn slechts hulpmiddelen. Integriteit is een kwestie een bewustwording, mentaliteit en de juiste houding.

Integriteit mag geen dode letter zijn en wij geven er een pragmatische invulling aan. Het krijgt bijvoorbeeld de gewenste aandacht bij aanbestedingstrajecten en tijdens de gesprekscyclus. We zetten integriteit opnieuw op de kaart. Niet alleen richten we er in ons ontwikkelcentrum een leerlijn voor nieuwe medewerkers op in. We zullen dit thema vanaf nu jaarlijks terug laten keren door ook voor alle zittende medewerkers activiteiten te ontwikkelen en deze op te nemen in het ontwikkelcentrum.

 

4. Communicatie & participatie

We willen bij de vraagstukken waarover college of raad besluiten moeten nemen betrokken partijen in een vroegtijdig stadium betrekken bij de beeld- en oordeelsvorming. De methodiek Factor C kan hierbij helpen en wordt nieuw leven ingeblazen met de komst van de twee vaste communicatieadviseurs. Bij alle grote nieuw op te starten projecten wordt overwogen om met factor C te werken. Burgerparticipatie wordt ook steeds meer en grootster ingezet. Eind 2018 is er een start gemaakt met twee grootschalige projecten met de nadruk op burgerparticipatie, zoals Naar Buiten In Beinum. Het plan voor de herinrichting van de openbare ruimte dat geheel samen met inwoners wordt opgepakt. Ook Omgevingsplan Beinum is een dergelijk groot project. Een experiment dat er voor moet zorgen dat Doesburg straks klaar is voor de nieuwe omgevingswet. In deze pilot hebben enkele inwoners zelfs zitting in de projectgroep. Er is steeds ruimte en aandacht voor evaluatie en terugkoppeling naar alle betrokken en geïnteresseerde partijen.

Er is binnen de ambtelijke organisatie aandacht voor eenvoudig schrijven en taalgebruik. Er wordt standaard gebruik gemaakt van social media voor diverse uitingen. Hierbij is er niet alleen aandacht voor het zenden van informatie, maar wordt er vooral ook informatie opgehaald uit de samenleving. Het recent aangeschafte monitoringssysteem OBI4WAN is een goed hulpmiddel dat wordt gebruikt door zowel de communicatieadviseurs als de medewerkers van de publieksbalie.

 

5. Inkoop

Het optimaliseren van onze inkoopprocessen en een conforme toepassing van deze processen heeft onze continue aandacht. Mede vanuit de managementletter 2018 zijn inmiddels een aantal verbetermaatregelen in gang gezet die in 2019 verder ter hand worden genomen. Het gaat hierbij o.a. om de implementatie van een centrale verplichtingenadministratie en het optimaliseren van het contractenbeheer. 

 

Paragraaf F | Verbonden partijen

Paragraaf F | Verbonden partijen

In deze paragraaf worden de partijen uiteengezet waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaat- dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt is er sprake van een financieel belang.

Lijst met verbonden partijen:

 

  • N.V. Bank Nederlandse Gemeenten
  • Alliander N.V.
  • Vitens N.V.
  • Circulus-Berkel B.V.
  • Gemeenschappelijk orgaan Regio Arnhem-Nijmegen
  • Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA)
  • Veiligheid- en Gezondheids-regio Gelderland Midden
  • Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg
  • Presikhaaf Bedrijven
  • Omgevingsdienst regio Arnhem
  • Euregio Rijn-Waal
  • Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)
  • MGR Sociaal domein Centraal-Gelderland

 

Vennootschappen

Programma

 

Aantal aandelen

% deelneming

Eigen vermogen per 31-12

Vreemd vermogen per 31-12

Exploitatieresultaat

Verslagjaar

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

5

27.612

0,05 %

€ 4.953 mln.

€ 135.041 mln.

€ 393 mln.

2017

Alliander  N.V.

5

172.952

0,13 %

€ 3.686 mln.

€ 4.039 mln.

€ 235 mln.

2017

Vitens N.V.

5

17.843

0,24 %

€ 534 mln.

€ 1.194 mln.

€ 47,7 mln.

2017

Circulus-Berkel B.V.

2

273

3,27 %

€ 12,9 mln.

€ 32,1 mln.

€ 2,6 mln.

2017

BNG bank

Het openbaar belang
Doesburg is aandeelhouder van de BNG. De BNG is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Alliander N.V.

Het publieke belang
Alliander N.V. is de holding van een netwerkbedrijf. De dochterbedrijven zijn netbeheerders voor het transport van (duurzame) energie. De Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) uit 2007 verplicht energiebedrijven tot een volledige splitsing. In 2009 is het productie- en leveringsbedrijf Nuon Energy afgesplitst en verkocht aan het Zweedse Vattenfall. De naam N.V. Nuon is gewijzigd in Alliander N.V. Bij de verkoop  van de aandelen Nuon zijn wij eigenaar geworden van een aantal aandelen Alliander N.V., dat gelijk is aan het verkochte aantal aandelen N.V. Nuon.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Vitens

Het publieke belang
Onze gemeente is samen met nog 70 andere gemeenten, de provincies Gelderland en Overijssel en de N.V. Nuon aandeelhouder van Vitens. Vitens is het waterbedrijf voor ruim 4 miljoen mensen en bedrijven in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.


Circulus-Berkel B.V.

Het publieke belang
Circulus-Berkel verzorgt het afvalbeheer en verricht diensten in de openbare ruimte voor acht klantgemeenten, die ook aandeelhouder zijn. Het werkgebied van Circulus-Berkel bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Bronckhorst, Brummen, Deventer, Doesburg, Epe, Lochem, Zutphen en Voorst. Uitgangspunt bij hun activiteiten: individuele afspraken met gemeenten, met als gezamenlijk doel een duurzame leefomgeving. Het jaar 2015 was het eerste jaar waarin Circulus-Berkel als gefuseerd bedrijf naar buiten trad. Daarvoor was het Berkel Milieu N.V. en Circulus B.V.


Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

 Gemeenschappelijke regelingen

Programma

GR bijdrage 2018

Percentage deelneming

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Exploitatie
resultaat

Verslagjaar

 

Gemeenschappelijk orgaan regio Arnhem-Nijmegen

1

€ 24.625

1,6%

€ 771.300 € 3.122.000 -/- € 10.528

2017

Veiligheid- en Gezondheids-regio Gelderland Midden

1/4

€ 967.439

1,7%

€ 8.239.483 € 14.246.499 € 2.875.983

2017

Streekarchivariaat
De Liemers en Doesburg

1

€ 62.313

18,6%

€ 0 € 41.101 € 0

2017

Presikhaaf Bedrijven

4

€ 2.743.000

3,6%

€ 788.000 € 19.091.000 -/- € 10.535.000

2017

Omgevingsdienst Regio Arnhem

2

€ 130.203

4%

€ 771.300 € 3.122.000 -/- € 83.400

2017

Euregio Rijn-Waal

3

 € 3.325

 

€ 1.315.072

€ 2.424.385

€ 45

2016

Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)

4

 € 488.952

 

€ 0

€ 5.349.993

€ 0

2017

MGR Sociaal domein Centraal-Gelderland

4

€ 88.040

 

€ 0

€ 1.586.452

€ 0

2017

Gemeenschappelijk orgaan regio Arnhem-Nijmegen

Het publieke belang

Het gemeenschappelijk orgaan is een samenwerkingsverband dat de belangen behartigt van de deelnemende gemeenten in de regio. Dit kunnen individuele belangen zijn, maar ook regionale. Daarnaast voeren zij gemeenschappelijke taken uit voor de gemeenten in de regio.

Veranderingen gedurende verslagjaar

Geen.


Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden

Het publieke belang
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden is in 2002 ontstaan door een fusie van Hulpverlening Arnhem en omstreken en de Regionale brandweer en de GGD West-Veluwe/Vallei. De gemeenschappelijke regeling verzorgt voor 16 gemeenten in de regio Midden Gelderland de regionale brandweer, ambulancezorg en volksgezondheid/GGD.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.


Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

Het publieke belang
Het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg is een in 1959 gestart samenwerkingsverband dat de archieven beheert van de gemeenten Doesburg, Duiven, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar. De kosten van het Streekarchivariaat worden over de deelnemende gemeenten verdeeld op basis van inwoners en naar rato van werktijden. Het percentage deelneming is berekend aan de hand van het aandeel in de totale kosten.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.


Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Presikhaaf Bedrijven

Het publieke belang
Dit is een gemeenschappelijke regeling die in de regio Midden Gelderland mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hulp biedt bij het verkrijgen van een betaalde baan. Dit kan via een indicatie in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening of door een re-integratietraject.

Veranderingen gedurende verslagjaar
De GR is in liquidatie. Alle activiteiten worden overgedragen aan andere partijen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Zie hierboven.

 

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

Het publieke belang
Vanaf 1 april 2013 is Omgevingsdienst Regio Arnhem de uitvoeringsorganisatie voor meerdere VTH-taken van Provincie Gelderland en gemeenten in de regio. Ook is de omgevingsdienst voor deze overheden het aanspreekpunt voor bouw- en milieuvraagstukken. Alle gemeenten binnen Gelderland hebben besloten om in totaal zeven omgevingsdiensten op te richten. Samen vormen zij het stelsel van Gelderse omgevingsdiensten. Deze omgevingsdiensten verzorgen namens gemeenten en provincie milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Omgevingsdienst Regio Arnhem is één van deze zeven omgevingsdiensten; Doesburg is samen met de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Duiven, Westervoort, Rijnwaarden, Renkum, Rheden, Overbetuwe, Rozendaal, Zevenaar en de Provincie Gelderland een van de partners van de Omgevingsdienst Regio Arnhem.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.


Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Euregio Rijn-Waal

Het openbaar belang
De Euregio Rijn-Waal heeft als belangrijkste doel de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van economie en maatschappij te verbeteren en te intensiveren. De Euregio Rijn-Waal brengt partners bij elkaar om gezamenlijke initiatieven te starten en zo gebruik te maken van synergie-effecten.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)

Het openbaar belang
De vervoersorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer een optimale aansluiting heeft op het openbaar-vervoer-netwerk.

Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.

Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

MGR Sociaal domein centraal Gelderland

Het openbaar belang
De MGR (Modulaire Gemeenschappelijke Regeling) biedt een algemeen kader voor samenwerking op het gebied van het sociaal domein binnen de regio Centraal Gelderland en voorziet in samenwerkingsmodules. Er wordt deelgenomen aan de modules: Inkoop, Werkgevers Service Punt (WSP).


Veranderingen gedurende verslagjaar
Geen.


Beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij
Het bestaande beleid voortzetten.

 

Paragraaf G | Grondbeleid

Paragraaf G | Grondbeleid

Algemeen

Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de Nota Grondbeleid (2008) en aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in bestemmingsplan en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Wro biedt gemeenten mogelijkheden om grondeigenaren, bouwers en ontwikkelaars woningen te laten bouwen volgens een vastgesteld gemeentelijk woningbouwprogramma. Een omgevingsvergunning kan en moet worden geweigerd, wanneer initiatiefnemers afwijken van dit gemeentelijk programma. Met deze ‘stok achter de deur’ is het voor gemeenten met geringe bouwopgaven minder noodzakelijk zelf bouwgrond in eigendom te hebben. Ook zonder grond kan de gemeente ‘sturen’ in bouwprogramma’s en in de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De gemeente Doesburg zal - of zij nu zelf wel of niet grond inbrengt - in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken met ontwikkelaars en/of bouwers over bouwprogramma’s en de aanleg van openbare voorzieningen.

Beleidsregels

In de Nota grondbeleid 2008 zijn de navolgende 12 beleidsregels opgenomen:

  1. De gemeente Doesburg houdt rekening met de beleidskaders die van invloed zijn op het lokale grondbeleid.
  2. Wanneer de gemeente kiest voor een actief grondbeleid zal zij hiervoor het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten gebruiken. Eventueel gevolgd door het onteigeningsinstrument in die gevallen, waar een minnelijke verwerving van ontwikkelingsgronden lijkt te zijn uitgesloten.
  3. Zodra een bestemmingsplan is vastgesteld wordt, indien nodig voor de verwerving van de gronden, aan de hand van een onteigeningsplan een onteigeningsbesluit genomen; Dit besluit laat onverlet dat de gemeente zal blijven proberen om gronden langs minnelijke weg te verwerven.
  4. Bij uitbreidingslocaties wordt in beginsel gekozen voor een actief grondbeleid.
  5. Per geval wordt voorafgaand aan verwerving bepaald op welke wijze onroerende zaken het beste kunnen worden beheerd. Financiële aspecten spelen bij de besluitvorming een belangrijke rol.
  6. Bij nieuwe erfpachtovereenkomsten wordt de canon ééns in de 5 jaar herzien én wordt de canon jaarlijks geïndexeerd op inflatie-effecten, bijvoorbeeld door hierop het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie (CPI) toe te passen.
  7. Afhankelijk van de uitkomsten van een uit te voeren onderzoek naar ongeoorloofd grondgebruik zal een voorstel aan de Raad worden voorgelegd inzake handhaving gemeentelijke eigendommen.
  8. Bij de bepaling van gronduitgifteprijzen zal gebruik worden gemaakt van de berekeningsmethoden zoals beschreven in de bijlagen C en D behorende bij de nota Grondbeleid. Periodiek en afhankelijk van de situatie zullen gronduitgifteprijzen worden vastgesteld en/of geactualiseerd . Voor nieuwe exploitaties zal de gronduitgifteprijs, zodra de exploitatie ter hand kan worden genomen, door de gemeenteraad worden vastgesteld.
  9. Bij elke ontwikkeling waarbij de gemeente grond verkoopt en/of diensten en werken aanbesteedt zullen de criteria ‘voorkoming staatssteun’ en de regels met betrekking tot het (Europees) aanbestedingsrecht in acht worden genomen.
  10. Bij particuliere ontwikkelingen, waarbij de gemeente voorzieningen moet treffen van openbaar nut, zal de gemeentelijke inzet er onverminderd op zijn gericht om met desbetreffende markpartijen realisatieovereenkomsten te sluiten met hierin opgenomen afspraken over de te leveren financiële bijdragen in openbare voorzieningen.
  11. De gemeente Doesburg voert een actief risicomanagement, door:
    - de uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig bij te stellen, zonder dat hiermee de kwaliteit van het plan substantieel wordt aangetast (in dat geval is nieuw bestuurlijk draagvlak vereist);
    - de onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten;
    -activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan het vastgestelde financiële kader.
  12. Jaarlijks wordt van alle grondbedrijf projecten het eindresultaat geprognosticeerd (boekwaarde plus opbrengst minus uitgaven) en verantwoord in de jaarrekening. De gemeente Doesburg actualiseert periodiek de actieve grondexploitaties.

 

Stand van zaken met betrekking tot de verschillende ontwikkelingen


Resultaatverwachting grondexploitatieprojecten

Naam locatie

prognose eindresultaat*

(vermoedelijk) jaar van realisatie

Beinum-West, (woningbouw)

0/+

2023

Koppelweg 20, 22 (woningbouw)

0/+

2022

+ (positief), 0 (neutraal), - (negatief)


1. De ontwikkelingen tot 2022

In 2018 is een nieuwe visie op het wonen met een horizon tot 2022 vastgesteld (Woonvisie 2017-2022, Doesburg: Een thuis voor iedereen). In deze visie krijgen de zorgcomponent en duurzaamheid, naast een voldoende aanbod aan betaalbare woningen, ruim aandacht. Wij constateren een toenemende behoefte aan woningen. Met de vrije sector kavels in Beinum West wordt in een deel van deze behoefte voorzien. Plannen zijn in ontwikkeling voor realisatie van woningen aan de Koppelweg, Halve Maanweg en (op langere termijn) in het centrum van Beinum. Deze drie transformatielocaties zijn al langer in beeld en expliciet opgenomen in de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030.

Om te voorkomen dat er teveel woningen worden gebouwd hebben de Liemerse gemeenten in 2017 een nieuwe Woonagenda vastgesteld, waarin per gemeente het tot 2027 toe te voegen aantallen woningen zijn vastgelegd. De prognoses waarop deze aantallen zijn gebaseerd houden slechts ten dele rekening met (boven)regionale woonbehoeften. Locatie Koppelweg gelegen aan de Oude IJssel is zo’n locatie waarvoor (boven)regionale belangstelling bestaat. Door de andere Liemerse gemeenten wordt dit onderkend. Zij hebben er mee ingestemd dat specifiek voor deze locatie extra woningbouw-programma beschikbaar is gekomen.

Een voorzichtige inschatting is dat in de periode 2019 tot 2022 minstens 160 woningen zullen worden toegevoegd, waarvan het merendeel in het (middel)dure koopsegment (Beinum West, 35 koopwoningen; Koppelweg, 80 koopwoningen; Halve Maanweg, 25 sociale huur woningen; diverse kleine inbreidingslocaties binnenstad, 20 koop- en huurwoningen). Met toevoeging van woningen in het iets duurdere segment is de verwachting dat als gevolg van doorstroming goedkopere koop- en huurwoningen vrij komen.

 

2.  Het wonen

2.1 De woonagenda

In de Liemerse Woonagenda 2017-2027 benadrukken de  Liemerse gemeenten dat zij op het gebied van wonen meer willen samenwerken en afspraken willen maken over woningaantallen en het soort woningen dat elke gemeente toevoegt. De grootste opgave voor de komende jaren, ligt in het verduurzamen van de woningvoorraad.

2.2  De woonvisie

De uitgevoerde woonanalyse en woningbehoefte-onderzoek waren de belangrijkste bouwstenen voor de nieuwe woonvisie. Daarnaast is in de visie rekening gehouden met de nieuwste inzichten op het gebied van zorg, duurzaamheid en betaalbaarheid. De nieuwe visie, met een horizon tot 2022, is in februari 2018 vastgesteld.

2.3  Prestatieafspraken Wonen

In de met Stichting Woonservice IJsselland gemaakte Prestatieafspraken Wonen komt meer en meer de nadruk te liggen op het conditioneren van de bestaande woningvoorraad. In het verslagjaar zijn 120 woningen energiezuiniger gemaakt door na-isolatie en het aanbrengen van zonnepanelen. Een 30 stuks HAT-woningen in de binnenstad zijn gerenoveerd. Daarnaast zijn er 5 woning verkocht aan zittende bewoners, dit ter bevordering van het eigen woningbezit. In 2019 gaat de corporatie verder op de ingeslagen weg. Zo zullen er aan de Seringenlaan 39 woningen worden verduurzaamd en voorzien van zonnepanelen. In het verslagjaar zijn de plannen verder voorbereid voor de vervanging van 95 gedateerde woningen in de wijk De Ooi en voor nieuwbouw op locatie Halve Maanweg (zie 3.5 en 3.6)

 

3.    De projecten

3.1   Beinum West

In het voorjaar van 2018 is gestart met de kavelverkoop op ontwikkelingslocatie De Strijp / De Kilder. De uit te geven bouwkavels variëren in grootte van 400 tot  800 m2. De nieuwbouw wordt onderworpen aan minder beeldkwaliteitsregels. De zelfbouwers worden uitgenodigd om hun woningen energieneutraal te bouwen. Dit levert hen een korting op de grondprijs op van € 20 per m2. Met deze korting is rekening gehouden in de in 2017 vastgestelde gewijzigde financiële grondexploitatie.

Wat is er gebeurd in 2018:

  • Aan de Brink / Op het Veld  (bouwfase 1) zijn 5 bouwkavels verkocht en 6 reserverings-overeenkomsten gesloten. Wanneer de reserveringen worden omgezet in daadwerkelijke koop, resteren nog drie kavels.
  • Aan De Strijp / De Kilder  (bouwfase 2) zijn 12 kavels gereserveerd en 3 koopovereenkomsten gesloten. In totaal gaat het hier om 23 kavels.
  • Voor locatie Het Erf zijn plannen in voorbereiding voor de bouw van een kleinschalige woonzorgvoorziening (24 studio’s).  

In de financiële grondexploitatie wordt er rekening mee gehouden dat de laatste kavels in 2023 worden verkocht en bebouwd.

3.2  Koppelweg e.o.

De komende jaren wordt locatie Koppelweg (bedrijvenstrook en v.m. voetbalvelden) getransformeerd tot een aantrekkelijk woon- en recreatief gebied. Om de verschillende initiatieven in goede banen te leiden, is in oktober 2017 een gebiedsvisie vastgesteld. In deze visie zijn de ruimtelijke ontwikkelingskaders aangegeven, welke weer als uitgangspunt fungeren voor de op te stellen bestemmingsplannen. De gebiedsvisie, getiteld: De Blauwe Knoop,  heeft zich niet beperkt tot locatie Koppelweg, maar omvat ook het Sluis- en stuwcomplex aan de Barend Ubbinkweg.

In het verslagjaar is het Waterschap gestart met de bouw van een educatiecentrum en een vistrap. Verwachting is dat medio 2019 deze werken worden opgeleverd.

Op basis van de vastgestelde stedenbouwkundige uitgangspunten voor woningbouw aan de Oude IJssel zijn verdere voorbereidingen getroffen om begin 2019 de bestemmingsplanprocedure hiervoor op te starten ter verkrijging van de nodige bouwtitels. Hieraan voorafgaande zijn met twee beoogde ontwikkelaars intentieovereenkomsten afgesloten en is een bodembedrag uitonderhandeld voor de af te nemen bouwgrond. De geprognosticeerde kosten en opbrengsten voor locatie Koppelweg 20, 22 (Stadswerf c.a.) en Koppelweg 14 zijn vervat in respectievelijk een financiële grondexploitatie en projectkrediet. Een derde eigenaar in dit gebied is op zijn verzoek in de gelegenheid gesteld om zijn locatie te transformeren tot woningbouwlocatie. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn hiervoor de kaders aangegeven.

Een deel van de als stadspark in te richten voetbalvelden wordt benut voor de realisatie van een nieuwe tennisaccommodatie. In augustus is gestart met de nieuwbouw van een onderhoudsarm en energiezuinig clubgebouw, vier kunstgrasbanen en twee padelbanen. Medio 2019 wordt het complex opgeleverd. De met de nieuwbouw gemoeide investering wordt voor het grootste deel gefinancierd uit een door de gemeente beschikbaar gestelde eenmalige bijdrage en laagrentende lening. Het resterende tekort wordt betaald uit eigen middelen en giften van derden.

3.3  Centrumplan Beinum

Het her ontwikkelen van het centrum van Beinum wordt genoemd als één van de 10 fysiek te realiseren projecten in de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030. Bedoeling is om op deze locatie de nu aanwezige centrumfuncties te optimaliseren. Maar ook wordt er naar gestreefd een nader te bepalen aantal appartementen toe te voegen. Met de bouw van appartementen wordt de nu vrij eenzijdige opbouw van de wijk (vrijwel hoofdzakelijk eengezinswoningen) doorbroken.

Om tot een optimale herinrichting te komen zijn onderzoeken gestart naar een eventuele verplaatsing van de prominent aanwezige sporthal naar een locatie elders in de stad. De planning om medio 2018 de verschillende alternatieven te presenteren en het uiteindelijke (woon) programma vast te stellen, is niet gehaald. Dit wordt 2019. Een braakliggend gemeenteterreintje van 900 m2 wordt bij de herinrichting betrokken.

3.4   Turfhaven

Eind 2017 zijn GTW-loods, kraan en trechter verkocht aan LOC17 BV. De ondernemers willen de loods in fasen transformeren tot een toeristisch recreatieve verblijfsplaats. In het verslagjaar zijn de ondernemers gestart met de restauratie van de loods. De haven en camperplaatsen blijven voorlopig geëxploiteerd worden door de gemeente. Waar aanvankelijk de gedachte was dat in 2019 afscheid kan worden genomen van de drijvende voorziening –vanaf dan kunnen camper- en havengasten gebruik maken van een sanitair annex havengebouw in de GTW-loods – wordt dit nu waarschijnlijk niet eerder dan 2020. Bedoeling is dat de exploitatie van haven en campergasten op termijn wordt overgenomen door LOC17 BV.

De gemeente is nog ‘aan zet’ voor de realisatie van een trap en hellingbaan tegen de fietsdijk. Met deze voorziening kan de bezoeker van de Turfhaven via de enkele jaren geleden gerenoveerde Kloosterstraat zijn weg vinden naar de binnenstad. De planvoorbereidingen voor trap en hellingbaan vinden plaats in 2019. Voor de uitvoering is medewerking (vergunning) van het Waterschap vereist.

3.5  Vervanging PeGe-woningen (Bloemenbuurt)

Stichting Woonservice IJsselland gaat in de periode van 2019-2021 fasegewijs 95 woningen in de Bloemenbuurt in de wijk De Ooi vervangen. De woningen in de Bloemenbuurt dateren uit de jaren ’60 en vragen forse investeringen om ze te laten voldoen aan de huidige maatstaven. Alles overwegende heeft de corporatie in overleg met haar huurders besloten de woningen te vervangen. Bewoners die na nieuwbouw terug willen komen in hun ‘vertrouwde’ buurt,  krijgen een terugkeergarantie en zolang een wisselwoning aangeboden. De corporatie is van plan om maximaal hetzelfde aantal woningen terug te bouwen. Er komen 22 eengezinswoningen. De overige woningen worden zogenaamde levensloopbestendige woningen voor 1-2 persoonshuishoudens. Met het toevoegen van woningen voor 1-2 persoonshuishoudens wordt ingespeeld op de marktvraag (zoals verwoord in de woonvisie). De woningen worden gasloos, goed geïsoleerd, voorzien van zonnepanelen en een warmtepomp om hiermee de energievraag tot een minimum te beperken. Sloop en nieuwbouw zijn het moment om de rond deze woningen gelegen openbare ruimte aan te pakken. Daarbij moet onder andere worden gedacht aan renovatie/vervanging van de riolering, bestrating en straatmeubilair. Maar ook aan het herinrichten van de rondom deze woningen gelegen groenstroken en plantsoenen. Het afkoppelen van regenwater bij nieuwbouw is een wettelijke verplichting.

In het verslagjaar is de corporatie gestaag doorgegaan met  de planvoorbereidingen en is het bestemmingsplan vastgesteld. Tevens is in opdracht van de gemeente en in goede samenwerking met de corporatie begonnen met het opstellen van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Het streven is om begin 2019 de 1e fase woningen te slopen en nieuw te bouwen. Tegen die tijd is ook bekend welke kosten zijn gemoeid met de herinrichting van de openbare ruimte en welk aandeel in de hiermee gemoeide investering door de corporatie moet worden betaald. Streven is om de eerste serie woningen in oktober –april 2019 op te leveren.

3.6  Halve Maanweg

In de Ruimtelijke Structuurvisie Doesburg 2030 is locatie Halve Maanweg genoemd als locatie waar op termijn de aanwezige bedrijfsgebouwen idealiter plaats dienen te maken voor woningbouw. Voor de 1e  bouwfase, te realiseren op grondgebied van Stichting Woonservice IJsselland, zijn de planvoorbereidingen in gang gezet. Hier zouden circa 24 woonappartementen moeten komen, waarbij de onderste bouwlaag wordt ingericht voor bewoners-parkeren.

In het verslagjaar is het stedenbouwkundig kader voor woningbouw op deze locatie vastgesteld en is met de corporatie een ontwikkelovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is onder andere opgenomen dat er een surplus aan 50 parkeerplaatsen moet worden gerealiseerd voor bezoekers van de binnenstad. Eind 2018 is een klankbordgroep geformeerd en heeft de corporatie een architect geselecteerd. In 2019 worden de bouwplannen verder voorbereid en in procedure gebracht, waarna mogelijk in 2020 kan worden gestart met de bouw.