Meer
Publicatiedatum: 26-06-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Algemene technische uitgangspunten

Algemene technische uitgangspunten

Voorgesteld wordt bij de samenstelling van de programmabegroting 2019-2022 de navolgende algemene uitgangspunten te hanteren:

 

IJkpunt

De programmabegroting 2019-2022 wordt opgesteld op basis van het tot en met de kadernota 2019 vastgestelde beleid c.q. meegenomen ontwikkelingen met inbegrip van de nieuwe geld kostende voorstellen, waartoe in het kader van de integrale afweging bij de besluitvorming rondom de kadernota 2019 is besloten.

 

Materieel sluitende begroting

Het streven (op basis van het College Resultaten Plan; CRP) is een structureel materieel sluitende meerjarenbegroting voor tenminste de eerste twee jaarschijven (i.c. 2019 en 2020).

 

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

De programmabegroting 2019-2022 wordt opgesteld conform de wet- en regelgeving Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

 

Aantal inwoners

Mede op basis van de bevolkingsprognose Gelderland 2016, door Provincie verstrekte prognose inwonersaantallen en aantal huishoudens en onze eigen inzichten wordt voor de begroting 2019-2022 uitgegaan van de navolgende aantallen inwoners:

 

Werkelijke stand  1-1-2018

1-1-2019

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

Totaal aantal inwoners per 1-1

11.341

11.141

11.135

11.091

11.050

Waarvan jonger dan 20 jaar

2.346

2.350

2.300

2.200

2.100

Waarvan ouder dan 64 jaar

2.579

2.700

2.750

2.850

2.950


De bevolkingsprognose Gelderland 2014 loopt tot en met 2034.
De verwachting is dat:

  • de bevolkingsomvang van Gelderland minder hard zal groeien dan in de vorige prognose voorspeld werd;
  • de natuurlijke aanwas (geboortes minus sterfte) voor het eerst negatief zal zijn;
  • rond 2019 voor het eerst 1 op 5 Gelderlanders 65 jaar of ouder is.

 

Aantal huishoudens

Voor de raming van het aantal huishoudens hebben wij ons gebaseerd op de door de Provincie verstrekte gegevens van Primos (bron: Primos 2012 plus Trend).

 

Werkelijke stand  1-1-2018

1-1-2019

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

Aantal huishoudens

5.121

5.310

5.310

5.320

5.320

 

Onvoorzien

De post onvoorzien wordt gesteld op een vast bedrag van € 15.000.

  

Rentepercentages

In de begroting 2019 worden mede op basis van de actuele rentetarieven van de BNG (april 2018) de navolgende rentepercentages gehanteerd:
Financieringstekort (rentelast kasgeld 1 maand)                                                              0,05 %

Financieringsoverschot (rentebaat deposito 1 maand)                                                 0,00 %

Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)                                                   0,00 %

Rente lang geld (lang geld gelijk 25 jaar)                                                                                 1,66 %

 

Algemene uitkering uit het gemeentefonds

De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2019-2022 geraamd op basis van de meicirculaire 2018.

 

Algemene inflatiecorrectie

Ten aanzien van de in de begroting 2019 op te nemen ramingen wordt ten opzichte van de actuele ramingen 2018 uitgegaan van een algemene inflatiecorrectie van 2,30%. Dit inflatiecorrectiepercentage is gebaseerd op de Centraal Economisch Plan 2018 “Economie op stoom” (maart 2018) van het Centraal Plan Bureau (CPB). Voorgesteld wordt in de begroting 2019-2022 een inflatiecorrectiepercentage op zowel de uitgaven als de inkomsten van 2,30% toe te passen op de inkomsten.

Hierbij kan worden afgeweken wanneer op basis van contracten of wetgeving een ander percentage is bepaald.


Belastingopbrengsten

Bij de raming van de opbrengst van de gemeentelijke heffingen wordt, m.u.v. de rioolrechten, de precario op ondergrondse kabels en leidingen en toeristenbelasting, rekening gehouden met een algemene inflatiecorrectie van 2,30%. De opbrengst van de rioolrechten wordt gebaseerd op het Watertakenplan Olburgen 2018-2022. De precario op kabels en leidingen mag wettelijk niet worden verhoogd en blijft gebaseerd op het tarief 2016. Het laatste jaar waarop deze precario mag worden geheven is 2021.

De toeristenbelasting wordt niet jaarlijks verhoogd met het inflatiepercentage. De jaarlijkse inflatiecorrecties worden opgeteld tot een totaal van € 0,05. Zodra dit totaal is bereikt wordt de toeristenbelasting vanaf dat jaar structureel verhoogd met het tarief van € 0,05.

Salarislasten eigen personeel

Op basis van het Centraal Economisch Plan 2018 “Economie op stoom” (maart 2018) wordt de contractloonontwikkeling voor de overheid geraamd op 2,30% plus 0,90% voor pensioenpremies, samen 3,20%. Voorgesteld wordt om rekening te houden met 3,20% loonkostenstijging bij het opstellen van de begroting 2019.

Constante prijzen

De meerjarenramingen 2019-2022 worden gebaseerd op basis van het prijspeil per 1 januari 2019 in constante prijzen.

 

Kapitaallasten nieuwe investeringen

Bij de berekening van de kapitaallasten van nieuwe investeringen wordt voor wat betreft de rentecomponent uitgegaan van de begrote marktrente van lang geld te weten 1,66%. De afschrijvingslast wordt op basis van artikel 6 van de financiële verordening bepaald en begroot met ingang van het dienstjaar volgend op het jaar waarin de investering gerealiseerd wordt. In de eerste jaarschijf (jaar van realisatie) wordt bij de bepaling van het renteomslag–percentage een half jaar rente geraamd.

  

Aantal bijstandsuitkeringen

Het aantal bijstandsuitkeringen (maatstaf algemene uitkering) houdt rekening met de verlaging van het aantal uitkeringen zoals deze worden aangegeven in het plan van aanpak BUIG. Met de volgende aantallen wordt de komende jaren rekening gehouden voor de berekening van de algemene uitkering:           

 

 

2019

2020

2021

2022

WWB

280

270

260

250

IOAW/IOAZ

27

27

27

27

BBZ

3

3

3

3

Totaal

310

300

290

280


Subsidies en inkomensoverdrachten

In het BBV wordt nader onderscheid gemaakt tussen subsidies en inkomensoverdrachten. De subsidies en inkomensoverdrachten voor 2019 worden geraamd op basis van het niveau van 2018, vermeerderd met het inflatiepercentage. De afgelopen drie jaar zijn de subsidiebedragen bevroren op basis van besluitvorming bij de Kadernota 2015.

 

Stortingen in voorzieningen

De stortingen in de voorzieningen worden gebaseerd op de meest actuele beheersplannen, waarbij de dotatie aan de voorziening Vervangingsinvesteringen Riolering is gebaseerd op het Watertakenplan Olburgen 2018-2022.

Saldering reserves

De dotatie en onttrekking van enkele bestemmingsreserves gebeurt op begrotingsbasis budgettair neutraal (dotatie gelijk aan onttrekking) of op basis van een realistische planning (bestemmingsreserve kapitaallasten). Op rekeningbasis wordt op basis van het werkelijke saldo gedoteerd, dan wel onttrokken.

Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves:

  • bestemmingsreserve verkiezingen;
  • bestemmingsreserve gladheidsbestrijding;
  • bestemmingsreserve opleidingen personeel;
  • bestemmingsreserve kapitaallasten.

 

Toerekening apparaatslasten en urenverdeling

Apparaatslasten worden toegerekend aan producten en aan te activeren investeringen. Uren worden dus niet toegerekend aan voorzieningen. Dit is een wijziging t.o.v. vorige jaren waarin uren niet werden toegerekend aan te activeren investeringen. Op basis van een wijziging in de wet- en regelgeving (BBV) moeten salariskosten nu wel worden toegerekend aan te activeren investeringen.
De urenverdeling zal in de begroting 2019-2022 worden verwerkt op basis van de meest actuele plannen.


Dividend

Het dividend wordt geraamd op basis van 90% van het gemiddelde gerealiseerde dividend van de afgelopen 5 jaar.