Meer
Publicatiedatum: 03-07-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A | Lokale heffingen

Paragraaf A | Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf bevat informatie over de gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en retributies. Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente.

De opbrengsten van de algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De onroerendezaakbelastingen (verder OZB), hondenbelasting en de parkeerbelasting behoren tot deze categorie.

Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke  voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffen- en de rioolheffing.

Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De leges vormen de belangrijkste retributies in de gemeente Doesburg.

Voor bestemmingsheffingen en retributies geldt dat er geen winst gemaakt mag worden. De opbrengst mag daarom niet hoger zijn dan de kosten die gemaakt moeten worden om de dienst te verlenen.

 
De opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en leges

Voor de belangrijkste gemeentelijke belastingen zien de ramingen voor 2018 in vergelijking met 2017 er als volgt uit.

Belastingsoort

2017

2018

OZB

Eigenaar woningen

Eigenaar niet woningen

Gebruiker niet woningen 

 

1.534.242

260.845

166.082

 

1.558.780

265.019

168.739 

Afvalstoffenheffing

1.132.575

1.149.576

Rioolheffing

1.055.290

1.173.776

 Hondenbelasting

48.741 

49.521 

Parkeerheffingen

376.000

409.000

Leges

Algemene dienstverlening

Omgevingsvergunning

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

176.915

168.941

9.796

 

179.267

171.713

10.112

 

De ontwikkeling van de tarieven in 2018

De inwoners van de gemeente krijgen jaarlijks een aanslag gemeentelijke belastingen. Voor de beoordeling van de lastendruk zijn de tarieven dan ook van groot belang.

Naast volumeontwikkelingen (bijvoorbeeld toename aantal woningen) en kostenontwikkelingen (bijvoorbeeld inzameling- en verwerkingsprijzen afval) is uitgegaan van een indexering van de tarieven 2018 met 1,6 % gebaseerd op macro economische verkenningen. Samengevat  hanteren we de volgende uitgangspunten voor de belastingen:

  • de tarieven stijgen met 1,6 %;
  • volumeontwikkelingen;
  • afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn kostendekkend.

     

    De belangrijkste tarieven voor 2018 (in vergelijking met het tarief 2017) zien er als volgt uit:

Belastingsoort

Tarief 2017

Tarief 2018

Percentage

OZB voor woningen:

 

 

 

-        tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,1608%

0,1541%

-4,3%

OZB voor niet-woningen:

 

 

 

-        tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,2039%

0,2051%

0,6%*

-        tarief gebruiker per WOZ-waarde

0,1510%

0,1543%

0,6%*

Afvalstoffenheffing:

 

 

 

-       vastrechtbedrag per halfjaar

€ 63,50

€ 64,50

1,6%

en daarnaast per lediging :

 

 

 

-       een 240 liter container voor restafval

€ 11,15

€ 11,35

1,6%

-       een 240 liter container voor GFT

€ 4,00

€ 4,05

1,6%

-       een 140 liter container voor restafval

€ 6,50

€ 6,60

1,6%

-       een 140 liter container voor GFT

€ 2,40

€ 2,45

1,6%

-       een ondergrondse container 30 liter

€ 1,40

€1 ,45

1,6%

-       een ondergrondse container 60 liter

€ 2,80

€ 2,85

1,6%

-       een container voor kunststof

€ 0,00

€ 0,00

0,0%

 

 

 

 

 Rioolheffing:

-       per m3 waterverbruik

 

€ 2,06

 

€ 2,09

 

1,6%

Hondenbelasting:

 

 

 

-       1e hond

€ 45,05

€ 45,75

1,6%

-       2e hond

€ 67,20

€ 68,30

1,6%

-       iedere volgende hond

€ 101,10

€ 102,70

1,6%

-       hondenkennel

€ 224,95

€ 228,55

1,6%

 

Beschrijving van de beleidsvoornemens per belasting

 Algemeen

We kennen een gesloten belastingstelsel. Dit betekent dat een gemeente een belasting alleen kan heffen als de wet daar nadrukkelijk de bevoegdheid toe geeft. Het beleid betreffende de gemeentelijke belastingen is opgenomen in de volgende documenten:

  • landelijke wet- en regelgeving;
  • belastingverordeningen;
  • verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) 2012-2017.

     

    Onroerende-zaakbelastingen

    Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden een gebruikers- en eigenarenbelasting geheven. Voor woningen wordt alleen een eigenarenbelasting geheven. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt ieder jaar van elk object de waarde vastgesteld. De waarde vormt de grondslag voor de berekening van de OZB aanslagen. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. De burger gaat in 2018 gemiddeld 7,9% minder OZB betalen.

    Bij de tarieven OZB voor 2018 is voorlopig rekening gehouden met een (landelijke) ingeschatte waardestijging volgens de meicirculaire 2017 van 6% voor woningen en van een waardestijging van 1% voor niet-woningen. Dit betekent dat het woningtarief kan dalen met 4,3% om toch de opbrengststijging van 1,6% te realiseren. Het niet-woningentarief moet daarentegen met 0,6% stijgen om de geraamde opbrengst te verwezenlijken. Voor de burger zou dit een gemiddeld hogere OZB belastingaanslag van 1,6% betekenen. De raad heeft echter besloten om in 2018 een totale korting op de OZB te geven van € 200.000. Deze korting betekent een verlaging van de tarieven voor 2018 van ongeveer 9,5%. Rekening houdend met de inflatiecorrectie van 1,6% zal het tarief gemiddeld met 7,9% dalen.

    De definitieve OZB tarieven worden bepaald op basis van de daadwerkelijke waardeontwikkeling in Doesburg. De definitieve OZB tarieven voor 2018 worden vastgesteld in de raadsvergadering van 21 december 2017.

     

    Afvalstoffenheffing

    Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. In Doesburg is de afvalstoffenheffing gebaseerd op Diftar (gedifferentieerde tarieven). De burgers betalen een vast deel en een variabel deel. Het vaste deel is voor iedereen binnen de gemeente gelijk en wordt gevormd door de kosten voor gezamenlijke voorzieningen, de inzet en het beheer daarvan. Denk aan inzamelwagens, (ondergrondse) containers, het recycleplein etc. Het variabele deel bestaat uit het aantal keren dat de groene container aan de weg wordt gezet of de afvalzak in de ondergrondse restafvalcontainer wordt gedeponeerd.

    Vanaf 1 januari 2018 wordt het restafval niet meer aan huis ingezameld maar moet het bij een ondergrondse container voor restafval worden aangeboden. Er zijn containers met een trommel van 60 liter en van 30 liter. De grijze container voor restafval kan vanaf 1 januari gebruikt worden om daarmee het oud papier (gratis) aan te bieden.

    Wanneer daarvoor de ruimte aanwezig is, kunnen bewoners uit de binnenstad of van hoogbouw ook een groene container krijgen voor het GFT. Voor GFT kan men uit 2 containers kiezen: een grote of een kleine groene container voor het groente-, tuin- en fruitafval.

    Bewoners van laagbouw hebben daarnaast nog een oranje container om PMD (Plastic verpakkingen, Metaal verpakkingen en Drankenkartons) (gratis) in aan te bieden.

    Door allerlei genomen maatregelen wordt er steeds minder restafval aangeboden, waardoor de verwerkingskosten van restafval zijn gedaald. We ontvangen zelfs opbrengsten voor verpakkingsmaterialen. Dit is het gevolg van het stimuleringsbeleid voor afvalscheiding. Hiertegenover staat dat er noodzakelijke investeringen zijn gedaan voor het nieuwe recycleplein op Den Helder, ondergrondse restafvalcontainers en voor een drietal milieuparkjes verspreid over de stad.

     

    Bij de begroting 2017 is besloten om het kostendekkingspercentage voor de afvalstoffenheffing op 100% te stellen. Dit betekent een stijging van de opbrengst met € 160.000. Voor de jaren 2017 en 2018 wordt de stijging van de tarieven gecompenseerd door in beide jaren € 160.000 te onttrekken aan de bestemmingsreserve egalisatie afvalstoffenheffing.

     

    Rioolheffing

    De gemeente kan naast de zorg voor het riool ook voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemel- en grondwater binnen de gemeente. Op 26 januari 2012 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Doesburg 2012–2017 vastgesteld. Er is destijds gekozen voor de minimale variant. Dat wil zeggen dat de reserve wordt gebruikt voor een lage rioolheffing op korte termijn en pas later, vanaf 2017, begonnen wordt met sparen voor vervangingen.

    Voor 2018 is bepaald dat het tarief stijgt met de inflatiecorrectie van 1,6%.

    Daarnaast is in 2018, net als in 2017, rekening gehouden met de motie ’bestemming jaarrekening 2015’ om € 100.000 toe te voegen vanuit het jaarrekeningresultaat 2015 in plaats van te dekken uit de riooltarieven. Per saldo betekent dit voor 2018 een tariefstijging van 1,6% ten opzichte van 2017 (toen is ook al rekening is gehouden met het jaarrekeningresultaat van 2015).

     

    Hondenbelasting

    De tarieven voor de hondenbelasting worden jaarlijks uitsluitend met de inflatiecorrectie verhoogd. Voor 2018 bedraagt deze algemene verhoging 1,6%. We kiezen voor een oplopend tarief per hond om ongebreidelde aanschaf van honden te ontmoedigen.

     

    Parkeerbelastingen

    Een beperkte procentuele aanpassing van de parkeertarieven is lastig door te voeren in de parkeerautomaten. Ook zijn parkeerinkomsten sterk afhankelijk van externe toeristische en economische factoren. De begrote parkeerinkomsten uit parkeerautomaten zijn daarom voor 2018 niet geïndexeerd. Als gevolg hiervan wordt dit deel van de tarieven van de parkeerbelastingen in 2018 niet verhoogd.

     

    Leges

    De leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van diensten. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Uit de hieronder ingevoegde tabel onder leges  blijkt dat er inderdaad geen winst wordt gemaakt op de leges.

     

    Precariobelasting voor ondergrondse kabels en leidingen

    Deze belasting is met ingang van 1 januari 2016 in Doesburg ingevoerd en kan nog geheven worden tot en met 2021. Op dit moment is alleen de opbrengst voor de gasleidingen, dit is € 177.935,-, in de begroting opgenomen tot en met het jaar 2021.

 
Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Hieronder hebben we inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we gedaan voor de tarieven van belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn.

 

LEGES

Titel

hfdstuk

Onderwerp

Taakveld

Toe te

rekenen

lasten*

Toe te rekenen baten

Dekking

in %

Titel  1

Algemene dienstverlening

 

 

 

 

 

Basisregistratie personen (BRP)

0.2 Burgerzaken

130.945

4.356

  3%

 

Naturalisatie en optie

0.2 Burgerzaken

10.039

3.157

31%

 

Reisdocument en rijbewijzen

0.2 Burgerzaken

180.919

135.814

75%

 

Burgerlijke stand

0.2 Burgerzaken

44.606

19.270

43%

 

Overige burgerzaken

0.2 Burgerzaken

111.129

2.510

  2%

 

Verklaring Omtrent Gedrag (COVOG)

0.2 Burgerzaken

6.172

8.284

134%

 

Gehandicaptenkaart

0.2 Burgerzaken

3.632

5.876

162%

 

Totaal titel 1:

 

487.442

179.267

37% 

Titel  2

Omgevingsvergunning

 

 

 

 

 

 

8.2 Ruimtelijke ordening

32.178

734

2%

 

 

8.3 Wonen en Bouwen

376.007

170.979

46%

 

Totaal titel 2:

 

408.185

171.713

42%

Titel  3

Dienstverlening (vallend onder de Europese dienstenrichtlijn)

 

 

 

 

 

Uitvoering bijzondere wetten

1.2 Openbare orde en veiligheid

5.506

2.564

47%

 

Algemene plaatselijke verordening

1.2 Openbare orde en veiligheid

174.229

7.548

4%

 

Totaal titel 3:

 

179.735

10.112

6% 

 

TOTAAL (titels 1, 2 en 3):

 

1.075.362

361.092

34%

 

inclusief overheadkosten

  

Lijkbezorgingsrechten

 

 

 

7.5 Begraafplaatsen

90.845

 

 

0.4 Overhead

5.269

 

 

Totale kosten

 

96.114

 

 

 

 

 

Opbrengst belastingen

61.525

 

 

Overige opbrengsten

0

 

 

 Totale opbrengsten

 

61.525

 

Dekking

 

 

64%

  

Afvalstoffenheffing

 

 

 

7.3 Afval

1.050.687

 

 

0.4 Overhead incl. btw en rente

246.257

 

 

2.1 Straatreiniging

123.596

 

 

6.3 Kwijtschelding

61.602

 

 

Totale kosten

 

1.482.142

 

 

 

 

 

7.3 Opbrengst belastingen

1.149.576

 

 

7.3 Overige opbrengsten

156.000

 

 

 Totale opbrengsten

 

1.305.576

 

 

 

 

 

Dekking

 

 

88%

  

Marktgeld

 

 

 

3.1 Economische ontwikkeling

11.640

 

 

0.4 Overhead

7.370

 

 

Totale kosten

 

19.010

 

 

 

 

 

Opbrengst marktgelden

7.179

 

 

 Totale opbrengsten

 

7.179

 

 

 

 

 

Dekking

 

 

38%

  

Rioolheffing

 

 

 

7.2 Riolering

658.219

 

 

0.4 Overhead incl btw en rente

334.470

 

 

2.1 Straatreiniging

123.596

 

 

6.3 Kwijtschelding

64.169

 

 

Totale kosten

 

1.180.454

 

 

 

 

 

Opbrengst heffingen

1.173.776

 

 

Overige opbrengsten

596

 

 

 Totale opbrengsten

 

1.174.372

 

 

 

 

 

Dekking

 

 

99%

 

Lokale lastendruk

Onderstaand overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Doesburg 2018. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing, de zogenaamde gemeentelijke woonlasten. De volgende uitgangspunten gelden bij de vergelijking van de belastingdruk van 2018 met die van 2017:

 

  • onderscheid tussen huur en koop bij meerpersoonshuishoudens;
  • de waarde van een woning van € 198.000 (2017: € 187.000 + 6 %);
  • waterverbruik 125 m3 en grote containers met gemiddeld aantal ledigingen van 7 voor restafval en 5 voor GFT.

     

    De belastingdruk voor de bewoners ziet er in 2017 en 2018 dan als volgt uit:

     

 

Jaar

 

Meerpersoonshuishouden

 

OZB

 

Afval

 

Riool

 

Totaal

2018

in huurhuis

 

229

261

490

2018

in koophuis

279

229

261

769

2017

in huurhuis

-

225

258

483

2017

in koophuis

301

225

258

784

 

 

De lastendruk voor huishoudens met een koophuis daalt in 2018 met gemiddeld 1,9% ten opzichte van 2017. Dit heeft te maken met de daling van de tarieven OZB met gemiddeld 7,9%.

De lastendruk voor huishoudens met een huurhuis stijgt in 2018 met gemiddeld 1,6% (inflatiecorrectie) ten opzichte van 2017. Deze huishoudens betalen geen OZB.

 

Het kwijtscheldingsbeleid

In de belastingverordeningen is geregeld dat kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen alleen verleend kan worden voor de afvalstoffenheffing, het onderhoudsrecht graven, de rioolheffing en de OZB. Kwijtschelding wordt verleend op basis van de rijksnormen. De kwijtscheldingsnorm is 100 % van de bijstandsnorm. In de begroting 2018 is het volgende budget (exclusief uitvoeringskosten) opgenomen om uitvoering te kunnen geven aan het beleid.

  • kwijtschelding gemeentelijke heffingen               € 128.338

     

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is gebaseerd op de primitieve begroting.

Het weerstandsvermogen is toereikend als er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

 

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

 

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden.

Onderscheid wordt gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

 

De weerstandscapaciteit van onze gemeente is:

 

Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

 

Onbenutte belastingcapaciteit

785.378

Totaal structurele weerstandscapaciteit

785.378

 

 

Incidentele weerstandscapaciteit

 

Algemene reserve

9.342.902

Bestemmingsreserve decentralisaties

500.000

Stille reserves materiële bezittingen

0

Stille reserves financiële bezittingen

0

Onvoorzien

15.000

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

9.857.902

 

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is voor onze gemeente berekend op € 785.378 (afgerond € 59 per inwoner).

 

Afvalstoffenheffingen
De afvalstoffenheffing is op basis van de huidige wijze van kostentoerekening geheel kostendekkend. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

 

Rioolheffingen

Het is toegestaan om een deel van de kosten van straatreiniging in de tarifering voor de rioolheffingen te betrekken. Daartoe is bij de begroting 2015 besloten waardoor er geen sprake is van onbenutte belastingcapaciteit.

OZB

Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in Gelderland (2017 € 235 per inwoner) en de OZB belastingdruk Doesburg (2017 € 176) is een belastingcapaciteit aanwezig van afgerond € 59 per inwoner. Dit geeft een totale OZB capaciteit van afgerond € 657.000.

 

Kwijtscheldingen

Kwijtschelding afvalstoffenheffingen en rioolrechten worden gedekt uit de algemene middelen. Indien wordt besloten om deze kwijtschelding te verdisconteren in de tarieven levert dit een structurele meeropbrengst op van afgerond € 128.000.

 

Algemene reserve

De totale algemene reserve bedraagt per 1 januari 2018 € 9.342.902. Rekening is gehouden met de door de Raad besloten mutaties.

  

Bestemmingsreserve decentralisaties

De bestemmingsreserve decentralisaties wordt meegenomen bij de bepaling van de incidentele weerstandscapaciteit. Dit in tegenstelling tot de overige bestemmingsreserves. Deze reserve is echter specifiek bedoeld is als buffer om tegenvallers te voorkomen en is daarmee weerstandsvermogen. 

 

Stille reserves

Onder een stille reserve wordt verstaan het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet bedrijfsgebonden actief waarbij de eerste materieel hoger uitvalt dan de tweede. Een niet bedrijfsgebonden actief is een actief dat afgestoten zou kunnen worden zonder dat het functioneren van de organisatie in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Onderscheid wordt gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen.

 

Stille reserves in materiële bezittingen:

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen:

 

Objectnr.

Omschrijving

Boekwaarde

Actuele waarde

Saldo

1128

Clubhuis harmonie Burgemeester Nahuyssingel 2

25.490

151.000

125.510

1275

Parkeerplaats de Bleek Burg. Flugi van Aspermontlaan

0

528.000

528.000

2126

Sporthal/sportzaal Armgardstraat 2a

0

225.000

225.000

2800

Sportterrein Sportclub Doesburg Oranjesingel 22

0

291.000

291.000

3929

Sportterrein (incl. kantine/kleedkamers) Sportclub Doesburg Looiersweg

46.934

196.000

149.066

4227

Sportzaal Wilgenstraat 2 en peuterspeelzaal

0

227.000

227.000

4490

Sporthal Beumerskamp Breedestraat 39

120.159

1.001.000

880.841

5023

Sportterrein/tennisvelden Leigraafseweg 37, veld

457.300

766.000

308.700

5832

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd Marijkelaan 1

0

262.000

262.000

Totaal

649.883

3.647.000

2.997.117

 

Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze bezittingen tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend.

De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2016). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZ-waarde minimaal € 45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. 

Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van de genoemde stille reserves steeds beperkter worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met de berekende stille reserve. Om de stille reserves in beeld te houden worden zij wel in deze paragraaf getoond.

 

 

Stille reserves in financiële bezittingen:

Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de (verhandelbare) deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen.

 

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen:

Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

69.030

1.376.000

1.306.970

Aandelen Alliander

8.168

4.652.700

4.644.532

Aandelen Vitens

1.997

1.051.200

1.049.203

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

22.235

111.180

88.945

Totaal

101.430

7.191.080

7.089.650

 

De opbrengstwaarde is gebaseerd op het eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele aandeel van onze gemeente in het aandelenkapitaal (intrinsieke waarde).

 

In de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de contante waarde van de in de begroting na wijziging geraamde dividenden (op basis van een eeuwigdurende rente van 1%). Deze vallen immers bij een eventuele verkoop weg:

Omschrijving

Saldo boek-  en opbrengstwaarde

CW dividend

Saldo
(mits positief)

Aandelen BNG

1.306.970

855.000

451.970

Aandelen Alliander

4.644.532

2.341.250

2.303.282

Aandelen Vitens

1.049.203

641.250

407.953

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

88.945

450.000

0

Totaal

7.089.650

4.287.500

3.163.205

 

Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de berekende stille reserve.

 

Onvoorzien

De post onvoorzien is vastgesteld op een bedrag van € 15.000. 

 

Inventarisatie van de risico’s

 

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen.

Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = kans x gevolg

 Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt:

  • Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;
  • Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;
  • Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;
  • Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen

     

    Structurele risico’s

    Inkomensdeel WWB (BUIG)
    Het maximale risico is met ingang van de begroting 2014 niet meer volledig afgedekt. Dit betekent dat het maximale risico afgerond € 365.963 bedraagt, gebaseerd op 7,5% van het inkomensdeel. Hiervan is € 200.000 afgedekt binnen de begroting. We houden rekening met 25% van het maximale risico, te weten € 91.491.

    Presikhaaf bedrijven
    De exploitatie van Presikhaaf Bedrijven blijft een risico ondanks dat we hierop hebben geanticipeerd. Daarom wordt een risico benoemd van € 200.000. We houden rekening met 50% van dit bedrag.

     

    Fluctuaties gemeentefonds

    De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt 60% uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen derhalve de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten.

     

    De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in de primitieve begroting 2018 begroot op € 18,9 miljoen. Het maximale risico wordt geschat op 2% van dit bedrag, te weten € 377.740.

     

    Inzet opbrengst precariobelasting kabels en leidingen.

    In de begroting 2018-2021 is een bedrag opgenomen van € 178.000 voor precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen. Tegen de betreffende aanslag loopt nog steeds een procedure. Dit risico wordt ingeschat op € 178.000 (maximaal financieel gevolg) * 50% (kans) = € 89.000.

     

     

    Incidentele risico’s


    Verleende gemeentegaranties en aan derden verstrekte geldleningen

    De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder:

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2016

Risicoprofiel

Kwalificatie

Vitens N.V.

90.034

Laag

0

Zorggroep Attent

811.883

Laag

0

Totaal

901.917

 

0

 

De garantie voor Zorggroep Attent is op nihil gesteld omdat Attent zijn leningen gaat herfinancieren. De gemeente staat niet meer garant voor deze nieuwe leningen.

 

Daarnaast heeft onze gemeente een aantal leningen verstrekt aan derden. Aan de terugontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Het betreft de navolgende leningen:

 

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2016

Risicoprofiel

Kwalificatie

Woonservice IJsselland

1.568.385

Laag

0

Zwembad Den Helder*

1.149.208

Middel

0

Vitens

268.440

Laag

0

Totaal

2.986.033

 

0

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid incl. nieuwe lening van € 250.000

 

Het risico op de verleende gemeentegaranties en verstrekte geldleningen wordt nihil ingeschat waarbij de kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte leningen als volgt is bepaald:

 

 

Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2016

1.149.208

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde)

1.564.800

Maximaal risico

0

 

Opgemerkt wordt dat in de gemeentebegroting de subsidie aan de stichting zwembad is begroot op afgerond € 300.000. Bij een eventueel faillissement van de stichting valt dit bedrag vrij.

 

Verbonden partijen

Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf  “Verbonden partijen”. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Rekening wordt gehouden met maximaal € 450.000.

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op de boekwaarde van de diverse complexen per 31 december 2016, afgerond € 1.686.800 (boekwaarde € 2.586.800 minus de risicovoorziening van € 900.000).

 

  

In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien:

 

Structurele risico’s

Kans

Max. risico

Kans x financieel gevolg

Inkomensdeel WWB

25%

365.963

91.491

Presikhaaf bedrijven

50%

200.000

100.000

Fluctuaties gemeentefonds

2%

18.887.000

377.740

Opbrengst Precariobelasting kabels en leidingen

50%

178.000

89.000

Totaal

 

19.630.963

658.231

 

 

Incidentele risico’s

Kans

Max. risico

Kans x financieel gevolg

Verleende gemeentegaranties en geldleningen

50%

811.883

162.377

Verbonden partijen

10%

450.000

45.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

25%

1.686.800

421.700

Totaal

 

2.948.683

629.077

 

 

Berekening weerstandsvermogen

 

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

  

Dynamisch weerstandsvermogen:

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit:

785.378

Structurele risico’s:

658.231

Saldo (overschot):

127.147

 

Statisch weerstandsvermogen:

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit:

9.857.902

Incidentele risico’s:

629.077

Saldo (overschot):

9.228.825

 

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen toereikend is.

 

Indien de maximale omvang van de incidentele risico’s (meest negatieve scenario) worden afgezet tegen de incidentele weerstandscapaciteit dan is de uitkomst als volgt:

Maximale incidentele risico’s t.o.v. de incidentele weerstandscapaciteit

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit:

9.857.902

Incidentele risico’s:

2.948.683

Saldo (overschot):

6.909.219

 

  

Kengetallen


De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen. Op de volgende pagina staat een schematische weergave met een uitleg per kengetal opgesteld door het ministerie van Binnenlandse zaken en Koningsrelaties.

Begroting 2018

Verloop van de kengetallen

Kengetallen:

R2016

B2017

B2018

netto schuldquote

-29,77%

-42,37%

        -31,29%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-39,04%

-52,84%

-41,53%

solvabiliteitsratio

72,93%

78,01%

         78,53%

structurele exploitatieruimte

4,13%

0,40%

0,63%

grondexploitatie

3,56%

5,08%

4,64%

belastingcapaciteit

92,77%

94,25%

102,85%

 


Gemeente Doesburg heeft veel eigen vermogen en geen schulden. We hebben dus veel meer eigen middelen dan schuld. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we weinig risico lopen met grondexploitaties. Onze structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele baten vrijwel gelijk zijn aan lasten. We geven dus ongeveer evenveel uit dan dat we ontvangen. Tenslotte is er nog ruimte om de belastingen te verhogen.

 

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

 

In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan:

  • het beleidskader
  • het beheer
  • actuele ontwikkelingen
  • kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren
  • de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

     

     

    C.1 Wegen

    1.1 Het beleidskader

    De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van openbare wegen. Uitgangspunt hierbij is dat tegen de laagst maatschappelijke kosten de openbare verhardingen dienen te worden onderhouden. Een achterstand bij het onderhoud kan de veiligheid van de weggebruikers in gevaar brengen en leiden tot klachten en het aansprakelijk stellen van de wegbeheerder. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het CROW (nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte).

     

    1.2 Het beheer

    Tweejaarlijks vindt een visuele wegeninspectie plaats. Dit resulteert vervolgens in een score voor de genoemde thema’s die worden uitgedrukt in termen van voldoende, matig en onvoldoende. Vervolgens wordt een maatregeltoets uitgevoerd en een onderhoudsplan opgesteld. Uit oogpunt van doelmatigheid wordt voor het groot onderhoud een projectmatige benadering gehanteerd. Hier onder wordt verstaan dat op grond van de maatregeltoets zoveel mogelijk een keuze wordt gemaakt voor het uitvoeren van een onderhoudsmaatregel voor een gehele straat c.q. wijk(deel). Bij het opstellen van het onderhoudsplan is afstemming op de verschillende toekomstige werkzaamheden aan de boven- en ondergrondse infrastructuur van belang. Het onderhoudsplan betreft naast het groot onderhoud ook klein onderhoud. Het gaat voor het merendeel om correctief onderhoud en in beperkte mate om preventief onderhoud. De navolgende maatregelen worden hierin meegenomen: herstel van schade aan asfalt (bakfrezen), repareren van scheuren in het asfalt, herstel van kuilen, gaten en overige ongerechtigheden in de elementenverharding (straatklinker, betontegel etc.), aanbrengen c.q. herstel van wegmarkeringen.

     

    1.3 Actuele ontwikkelingen

    Met het adviesbureau waar wij onze beheerpakket Wegen van betrekken wordt doorlopend gewerkt aan een verbetering van de actuele beheersinformatie. Uitgangspunt is hierbij dat de kwetsbaarheid die wij als kleine organisatie hebben, zoveel mogelijk wordt beperkt. De infrastructurele werken die op het vlak van de verkeersveiligheid en rioleringen “op de rol” staan vragen om een zorgvuldige afstemming. Dit heeft tot gevolg dat de continuïteit van groot onderhoud wegen soms in gevaar komt door de vele koppelingen tussen groot onderhoud wegen met aspecten van verkeersveiligheid, aanleg van nieuwe infrastructuur en groot onderhoud rioleringen. Uit de jaarlijks uit te voeren inspecties moet blijken of de huidige middelen voldoende zijn om de genoemde thema’s duurzaamheid, veiligheid, comfort en aanzien op een aanvaardbaar niveau te houden.

     

    In het najaar van 2017 zal een beleids- en beheerplan wegen ter vaststelling worden voorgelegd aan de raad. Het beleids- en beheersplan wegen omschrijft de toestand van het Doesburgse wegennet. En bevat daarnaast een visie, de strategie en de kosten van het onderhouden van dit wegennet. Het beleids- en beheersplan is van belang om de benodigde investeringskredieten te onderbouwen en dient voorts om de gemeente Doesburg als wegbeheerder handvatten te geven voor de jaarlijks op te stellen onderhoudsplannen.

      

    1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

    Uit het beheersysteem blijkt dat de gemeente Doesburg in totaal 351.000 m2 verhardingen in beheer heeft. Hiervan is ca. 134.000 m2 asfaltverharding en ca 217.000 m2 elementenverharding.

 

C.2 Riolering

2.1 Het beleidskader

De Wet Milieubeheer biedt het wettelijke kader voor de gemeentelijke rioleringstaak. Hierin wordt de

gemeente verplicht een plan op te stellen waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen. Daarnaast zijn in het door de raad vastgestelde Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) een aantal (nieuwe) watertaken en doelen vastgelegd. De belangrijkste doelen zijn:

  • Het blijven bijdragen aan een goede volksgezondheid, door het inzamelen, transporten en/of verwerken van afval-, hemel- en grondwater;
  • Het voorkomen van wateroverlast;
  • Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;
  • Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

     

  • Het beleid is gericht op:
  • zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;
  • zo min mogelijk overlast voor de omgeving;
  • waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.

     

    2.2 Het beheer

    Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het VGRP zijn opgenomen en vindt met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarmee een belangrijk element.

    Daarnaast is een belangrijk hulpmiddel het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Bronckhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met het waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel.

     

    Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het bestuursakkoord water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€ 380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten,Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem helpt ons daarbij met behoud van de eigen autonomie.

     

    Ons eigen RTC (Real Time Control), maakt deel uit van het regionale meetsysteem. Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit vindt plaats door middel van drie beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel en worden water op straatsituaties en het aantal rioolwateroverstorten, op het oppervlaktewater bij hevige regenval, beperkt.

     

    De rioolgemalen Molengaarde en Broekhuizen hebben een leeftijd bereikt dat renovatie noodzakelijk is. RG Molengaarde is recent gerenoveerd. De renovatie van RG Broekhuizen is in voorbereiding.

     

    2.3 Actuele ontwikkelingen

      

  • In 2011 is het bestuursakkoord Water (BAW) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. Doelstelling is drieledig:

    • het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van 380 miljoen op de jaarlijkse kosten;
    • het verminderen van de kwetsbaarheid;
    • het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen
  • Doesburg maakt deel uit van het in 2014 opgerichte AWT Olburgen (Afvalwaterteam). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW. Daarnaast werken wij in dezelfde samenstelling in de OAS Olburgen (Optimalisatie Afvalwater Systeem).
  • Er wordt gewerkt aan een AWPO (Afval WaterPlan Olburgen). Dit doen we ook samen met onze partners van het afvalwaterteam Olburgen. Het AWPO is de opvolger van het vGRP (verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2012 - 2017). Gezamenlijk geven we vorm aan de intenties van het BAW en de opgestelde visie van het afvalwaterteam Olburgen. Het AWPO zal in het eerste kwartaal van 2018 worden aangeboden aan de raad ter vaststelling.
  • Doesburg heeft in 2016 last gehad van Wateroverlast door hevige regenval. De klachten zijn geïnventariseerd en er hebben een aantal bewonersavonden plaatsgevonden om met bewoners te praten over de situatie bij hun in de straat. Er heeft een quick-scan plaats gevonden om te onderzoeken of er op korte termijn mogelijkheden zijn om de wateroverlast in de toekomst te verminderen. Dit heeft geleidt tot een aantal concrete maatregelen om de wateroverlast in de binnenstad te beperken. Deze maatregelen zullen in de eerste helft van 2018 worden uitgevoerd.
  • Daarnaast vindt er een studie plaats om Doesburg klimaat adaptief te maken. Dit is een studie die op langere termijn zal leiden tot een verdere optimalisatie van de afvoer van regenwater in de binnenstad. Met als belangrijkste doel het terugdringen van wateroverlast. De maatregelen die hier uit voortvloeien zullen in de komende jaren gefaseerd worden uitgevoerd. Indien mogelijk zal een combinatie plaatsvinden met geplande renovatie van de openbare ruimte.

 

C.3 Water

3.1 Het beleidskader

Uitgangspunt is het streven naar een betrouwbaar en duurzaam watersysteem. Met name ruimte voor water in relatie tot de ruimtelijke ordening vraagt nadere aandacht. Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen. Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het besluit ruimtelijke ordening (BRO) van 2008. De watertoets is belangrijk in het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

 

Met de komst van de waterwet en het daarmee wegvallen van verschillende vergunningen treedt een belangrijke wijziging op in de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat en/of waterschap). Deze wijziging vraagt een andere manier van (samen)werken. Samenwerken op basis van afspraken in plaats van op basis van vergunningvoorschriften.

De samenwerking met het waterschap Rijn en IJssel zal de komende jaren intensiever worden. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het begrip “stedelijke wateropgaaf” zijn zaken waarmee provincie en waterschap nadrukkelijk aandacht vragen voor het op orde brengen van het watersysteem. Aandachtspunten zijn hierbij: extra waterbergend vermogen (ruimte voor water), op een andere wijze omgaan met regenwater, de capaciteit van het rioleringsstelsel en de veiligheid van onze burgers.

Kortom waterbeheer zal in de toekomst steeds meer een gezamenlijk proces van alle overheden worden. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zullen steeds meer samenwerking (moeten) zoeken. Naast alle gestelde doelen en nieuwe wetgeving springt het samenwerken wel het meest in het oog. Een sectorale benadering zoals in het verleden plaatsvond, verdwijnt. Een integrale benadering komt daar voor in de plaats. Water houdt zich immers niet aan gemeente- en nationale grenzen.

 

Sinds 2015 moet het oppervlaktewater aan een aantal ecologische- en waterkwaliteitsnormen voldoen. Het betreft de zogenaamde Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hoofddoel van de KRW is het beschermen van grond- en oppervlaktewater.

De bescherming van waterbronnen is een uitgangspunt voor de KRW. Voor het bereiken van deze doelen is een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost. Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van foute aansluitingen in de gescheiden stelsels.

3.2 Het beheer

Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer. Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, waterschap Rijn en IJssel, in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld zijn op enkele locaties zogenaamde kroosslurpers aangebracht.

De waterpartijen in Beinum zijn eveneens in beheer bij het waterschap Rijn en IJssel.

3.3 Actuele ontwikkelingen

Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen foutieve aansluitingen een speciale aandacht. Het betreft hier het stelsel in Beinum en Campstede. Foutieve aansluiting zijn vuilwaterhuisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste kunnen zorgen voor een capaciteitsprobleem doordat te veel regenwater in het vuilwatersysteem van de riolering terecht komt.

Door het herstellen van de foute aansluiting komt er meer regenwater in de vijvers. Meer regenwater in de vijvers kan de waterkwaliteit en de doorstroming verbeteren. Het onderzoek naar de foutieve aansluitingen voor Molengaarde en Leigraafseweg (1e fase) is afgerond en de desbetreffende aansluiting zijn hersteld. Met het waterschap wordt overleg gevoerd over het beleid in de toekomst t.a.v. foutieve aansluitingen.

 

Samen met het waterschap Rijn en IJssel wordt er gewerkt aan een plan voor het verbeteren van het watersysteem in Beinum. De vijvers zijn gemiddeld 40 jaar oud en zijn aan een renovatie toe. Daarbij staat de huidige constructie ter discussie. Ook de doorstroming van het watersysteem moet worden aangepakt. I.v.h.m zal het onderzoek naar foutieve aansluitingen verder worden opgeschaald. De verbeteringsmaatregelen zullen leiden tot een betere waterkwaliteit en minder kroosvorming. Uitgangspunt voor de renovatie is een toekomstbestendig en duurzaam watersysteem wat de leefomgeving van onze burgers ten goede komt.

 

Er is een nieuw deltaprogramma. Het deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken hier samen met inbreng van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Ons laaggelegen land in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. Dat is de kern van het deltaprogramma. Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt. De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht.

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (RWS en waterschap). De overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten etc.) wat in beheer is bij het waterschap Rijn en IJssel.

De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Maar ook de gemeente speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming.

C.4 Groen

4.1 Het beleidskader

Het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014 vormen het gemeentelijk beleidskader ten aanzien van het stedelijk groen en geven richting aan het na te streven eindbeeld. De gemeente Doesburg wenst via het Groenstructuurplan en Bomenbeleidsplan haar beleid aangaande het stedelijk groen nader te structureren in met name te ontwikkelen bebouwingslocaties. Beide beleidsplannen dienen een stelselmatige inrichting en doelgericht beheer van de Openbare Ruimte.

4.2 Het beheer

De visie voor het beheer van het openbaar groen moet zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin de structuur en kwaliteit zijn omschreven en een beheerplan waarin de uitvoering en de kosten worden verantwoord.  Een hulpmiddel hierbij is het gemeentelijke groenbeheersysteem. T.b.v. de uitvoering ”buiten “ zijn onderhoudsbestekken gemaakt die uitgaan van het beheer op “beeldkwaliteit”. Ingaande 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel en maakt dit werk onderdeel uit van de overeenkomst die de gemeente heeft met Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk en de kwaliteit hiervan is bij het cluster Stadswerf neergelegd. Uitvoeringsprogramma?s van het onderhoud spelen een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. De hoofdgroepen in het beheer kunnen als volgt worden omschreven:

  • groenbeheer door gemeente en Circulus Berkel middels een samenwerkingsovereenkomst.
  • het beheer van gazons, bermen en sportvelden door Circuls Berkel en aannemer middels een bestek
  • boombeheer door gemeente en groenaannemer middels uitbesteding.

    4.3 Actuele ontwikkelingen

    Via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Circulus Berkel  wordt momenteel het openbaar groen binnen de gemeente beheerd. De huidige populatie SW-medewerkers blijven werkzaam in Doesburg en er wordt fors uitvoering gegeven aan het begrip Social Return. Hoewel het opgestelde bestek voorziet in het onderhoud van het openbaar groen op basis van beeld speelt de kwaliteit en de functie van het groen een belangrijkere rol.

     

    Het voorliggende beheerplan voorziet in een kwaliteitsslag in het centrum en de centra in de wijken en het omvormen van groen naar gazon dan wel vaste planten. De weg zoals deze nu is ingezet is in de tweede helft van 2016 geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie is reden om deze samenwerking te continueren.

     

    Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur. De gemeente heeft voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. Met de achterstand in het onderhoudstoestand is het afgelopen jaar een begin gemaakt. De komende 4 jaar zal deze inhaalslag worden gecontinueerd om het bomenbestand op naar gewenste en vereiste kwaliteitsniveau te brengen.

    4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

    Het openbaar groen omvat ca. 57 hectare waarvan op dit moment ongeveer 80% traditioneel (intensief) en 20 % ecologisch wordt beheerd. Het totale bomenbestand beslaat afgerond 5.600 stuks.

 

Intensief groenbeheer

Oppervlakte

Sierplantsoen/ bodembedekkers

84.252 m2

Rozen

3.286 m2

Gazon

173.646 m2

Sportvelden

21.936 m2

Bermen*

242.472 m2

Hagen

5.807 m2

Totaal

471.881 m2

 

Ecologisch groenbeheer

Oppervlakte

Bloemrijke bermen

21.344 m2

Bosplantsoen*

209.579 m2

Vaste planten

3.538 m2

Boerenhagen*

Struwelen*

85.442 m2

3.388 m2

Totaal

93.752 m2

 

Verdeling bomenbestand

Aantal

Bomen < 6 m

1.339

Bomen > 6 m

2.954

Volwassen

641

Leibomen

75

Knotbomen

361

Bolbomen

49

Haagbomen

23

Gekandelaarde bomen

128

Fruitbomen

36

Totaal bomen

*(inkl.gedeelte Lage Linie)

5.606

 

 

 

C.5 Gebouwen

5.1  Schoolgebouwen

5.1.1. Het beleidskader

De verordening voorziening onderwijshuisvesting vormt het beleidskader voor het beheer van onze schoolgebouwen.

 

5.1.2 Het beheer

De schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan de basisscholen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreek een rijksvergoeding.

 

5.1.3 Actuele ontwikkelingen

De gemeente Doesburg investeert op dit moment nog in de schoolgebouwen om de Integrale Kind Centra te realiseren. De schoolbesturen gaan over de inhoud van de Centra.

5.1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeentelijk schoolgebouwen zijn:

• Wetelaar (incl het gedeelte van de Ark)

• Horizon Stad

• Horizon Ooi

• Anne Frankschool

 

5.2  Overige gemeentelijke gebouwen

5.2.1 Het beleidskader

Het meerjaren onderhoudsprogramma gemeentelijke gebouwen vormt het beleidskader voor het beheer van onze

gemeentelijke gebouwen. In het onderhoudsplan wordt uitgegaan van een kwaliteitsniveau tussen 6 en 7. Dit kwaliteitsniveau is gerelateerd aan sober en doelmatig onderhoud. Het MJOP wordt in principe elke 4 jaar geactualiseerd, waarbij de bijbehorende dotaties door de Raad worden vastgesteld.

5.2.2 Het beheer

Voor het beheer en technisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP), dat is ondergebracht in een geautomatiseerd beheersysteem. Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Ook de jaarlijkse stortingen (dotaties) in het gemeentelijke onderhoudsfonds worden door dit programma cijfermatig gegenereerd.

 

Objecten, niet vallende onder het MOP

Het onderhoud aan de voormalige dienstwoning Koppelweg 22, valt niet onder het gebouwenbeheer en maakt derhalve geen deel uit van het gemeentelijk onderhoudsplan. Het pand is in handen gegeven aan een vastgoedbeschermingsorganisatie in afwachting van nadere ontwikkelingen in dit gebied (collegebesluit december 2012). Er wordt enkel en alleen consoliderend onderhoud uitgevoerd (met gering budget uit de grondexploitatie De Ooi). De woning zal daardoor op termijn in verval geraken.

 

5.2.3 Actuele ontwikkelingen

Bij de vaststelling van het onderhoud beheersplan door de Raad in 2008, zijn de structurele onderhoudslasten van het gebouw Stadswerf geminimaliseerd tot consolidatieniveau. Aanleiding hiervoor was het voornemen om de Stadswerf op een andere locatie te stationeren, waardoor in het huidige gebouw niet verder diende te worden geïnvesteerd qua onderhoud. Tot dat in medio 2017 een nieuw onderkomen op Den Helder is gerealiseerd, dient het huidige consoliderend onderhoud te worden voortgezet. Deze situatie is eveneens van toepassing op de opstallen van de milieustraat.

 

Dienstwoning Koppelweg 22, gebouw Stadswerf en de Sportaccommodatie Looiersweg zullen media november 2017 gesloopt gaan worden.

  

5.2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Het gemeentelijk gebouwenonderhoud betreft de navolgende objecten:

• Mauritskazerne (brandweer/politie)

• Stadhuis

• Stadswerf (inclusief KCA-station)

• Stadsarchief en kantoren (Nieuwstraat 2-4)

• Martinitoren

• Poortgebouw c.s. Alg. Begraafplaats

• UVV- gebouw Ooipoortstraat

• Sporthal Beumerskamp

• Gymzaal Armgardstraat

• Gymzaal Wilgenstraat

• Jongerencentrum 0313

• Sportaccommodatie Looiersweg

 

C. 6 Openbare verlichting

 

6.1 Het beleidskader

De openbare verlichting draag bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). In 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld. Hierin is onder andere vastgesteld dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing.

In 2018 geven we verder vorm en inhoud aan datgene wat is voorgesteld in het beleidsplan. We gaan door met het uitvoeren van het vervangingsplan, waarmee onder andere inefficiënte masten (middels remplace) worden vervangen. Met het vervangingsplan geven we ook inhoud aan het standaardiseren van de verlichtingsmaterialen. In 2018 zullen we onderzoeken in hoeverre Doesburg voldoet aan het Besluit Elektrische Installaties (BEI).

 

6.2 Het beheer

In 2016 is het beheerplan openbare verlichting vastgesteld. Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL 2011” van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd.

Het onderhoud wordt uitgevoerd door een extern bedrijf, op basis van klachten. Via een bestek met enkele omliggende gemeenten is dit vorm gegeven. Het contract omvat verder periodieke controle van de openbare verlichting op beeldkwaliteit, waarbij kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces waarbij wordt gewerkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting.

 

6.3 Actuele ontwikkelingen

De netbeheerder is verantwoordelijk voor het ondergronds netwerk, het zogenaamde gereguleerde domein. In Doesburg wordt sinds medio 2017 dimregiem 3a toegepast, dat wil zeggen: 0:00 – 6:00 uur dimmen tot 50%, 6:00 – daglicht niet dimmen, donker tot 22:00 uur niet dimmen en van 22:00- 0:00 uur tot 70% dimmen.

In 2017 is het beheerplan vertaald naar een vervangingsplan. Het college heeft ingestemd met opdrachtverstrekking, voor uitvoering van de vervangingen 2017 - 2020.

 

6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.200 lichtpunten. Daarnaast staan er een kleine 300 masten langs (vooral) achterpaden, welke voor Woonservice IJsselland worden beheerd. Een kleine 4% van het geheel bestaat uit klassieke verlichting (binnenstad).

Het beleid is gericht op het vervangen van de oude hoog vermogende armaturen door de energiezuinige laag vermogende armaturen. Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld.

Het energieverbruik is redelijk stabiel ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen door uitbreiding van het areaal. Dit is met name toe te schrijven aan het gebruik van zuiniger lampen. Dit resulteert nog steeds in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt.

 

C. 7 Speelgelegenheid

 

7.1 Het beleidskader

Tot op heden wordt gewerkt met de door de Raad vastgestelde beheervisie (2007-2009), waarin onder andere  verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld.

 

In 2017 is gestart met een nieuw op te stellen beleids- en beheerplan, waarin het beleidskader voor de komende jaren wordt vastgesteld. Dit beleidskader is een vertaling van de geldende wet- en regelgeving onderdeel. De belangrijkste zijn:

  • Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), voorheen Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS);
  • NEN-EN 1176;
  • NEN-EN 1177.

 

Het WAS is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat

 

    1. Het beheer

Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de Raad vastgestelde beleidskaders, waaronder genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven:

  • Publieke taak, bestaande uit onder andere: beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;
  • Dagelijks onderhoud, bestaande uit onder andere: controleren op zichtbare gevaren, herstel vernielingen en bijhouden ondergronden en bijhouden gegevens in beheersoftware;
  • Kort cyclisch onderhoud, onder andere bestaande uit:

    • frequente inspectie van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden, met vastlegging van de resultaten (in de beheersoftware) en indien noodzakelijk worden reparaties uitgevoerd
    • groot onderhoud: verven van toestellen en vervangen zand in zandbakken;
  • Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit: vervangen van toestellen, -aanleidingen en ondergronden.

  

7.3 Actuele ontwikkelingen

Op een aantal locaties zijn speelplaatsen opgeheven of juist aangebracht, voorbeelden zijn: het inrichten van een nieuwe speelplaats in de Hoogestraat en het opheffen van de speelplaatsen aan de Kraakselaan en Julianalaan. Deze areaalwijzigingen moeten meegenomen worden bij het opstellen van het nieuwe Beleids- en beheerplan spelen. Hierin moet overigens ook aandacht zijn voor de schoolpleinen, deze zijn buiten de schooltijden namelijk ook openbare speelplaatsen. In voorgaande plannen zijn deze schoolpleinen niet benoemd, het aan te bevelen dat nu wel te doen om daarmee meer duidelijkheid te krijgen ten aanzien van onderhoudsbehoefte.

 

 7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeente heeft 324 speeltoestellen/-aanleidingen in beheer, verdeeld over 45 speelplaatsen.

 

Paragraaf D | Financiering

Paragraaf D | Financiering

In de paragraaf financiering moet tenminste het beleid van het risicobeheer en van de financieringsportefeuille worden behandeld.

 

Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren.

Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken.

 

De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de Raad bepaald in artikel 15 van de financiële verordening die op 22 december 2016 is vastgesteld. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten:

 

    • het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
    • het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
    • het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
    • het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

       

      Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer

      In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd:

       

      Kasgeldlimiet

      De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de primitief begrote kasgeldlimiet en het begrote primitieve financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden:

       

 

2018

2019

2020

2021

Begrotingstotaal

32.183.850

32.109.346

31.898.713

31.414.039

Percentage regeling

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Kasgeldlimiet

 

2.735.627

2.729.294

2.711.391

2.670.193

Geraamd financieringssaldo

+ = overschot

-/- = tekort

2.194.246

3.182.310

4.706.487

5.911.660

Kasgeldlimietruimte

4.929.873

5.911.604

7.417.877

8.581.854

 

Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. Zoals uit het vorenstaande blijkt wordt op begrotingsbasis de kasgeldlimiet niet overschreden. Het omzetten van kort geld in lang geld wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Een en ander wordt jaarlijks bezien in relatie tot de voorgenomen investeringen.

 

Het financieringssaldo is als volgt berekend:

 

 

2018

2019

2020

2021

Boekwaarde investeringen

24.132.673

23.006.248

21.826.643

20.683.318

Uitgeleende langlopende geldleningen

3.522.679

3.308.288

3.092.260

2.883.052

Totaal

27.655.352

26.314.535

24.918.903

23.566.370

Opgenomen langlopende geldleningen

0

0

0

0

Eigen financieringsmiddelen

29.849.598

29.496.845

29.625.390

29.478.030

Financieringssaldo

2.194.246

3.182.310

4.706.487

5.911.660

 

overschot

overschot

overschot

overschot

 

Renterisiconorm

Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing:

 

 

2018

2019

2020

2021

(1)

Renteherzieningen

0

0

0

0

(2)

Aflossingen

0

0

0

0

(3)

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

(4)

Renterisiconorm

6.436.770

6.421.869

6.379.743

6.282.808

(5a) =(4>3)

Ruimte onder de renterisiconorm

6.436.770

6.421.869

6.379.743

6.282.808

(5b) =(3>4)

Ruimte boven de renterisiconorm

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

(4a)

Begrotingstotaal primitief

32.183.850

32.109.346

31.898.713

31.414.039

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

(4)=
(4a x 4b/100)

Renterisiconorm

6.436.770

6.421.869

6.379.743

6.282.808

 

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2018 en ook in meerjarig kader ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet.

 

Verstrekken van leningen en garanties

Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college / gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen:

  • een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;
  • de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeitspositie);
  • de verhouding vaste activa: vaste passiva moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);
  • de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;
  • de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.

     

    Het uitzetten van overtollige kasmiddelen

    Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren.

     

    Valutarisicobeheer

    Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.
     
      
    Koersrisicobeheer

    De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege het verplichte schatkistbankieren.

    Beleidsvoornemens t.a.v. de financieringsportefeuille

    Er zijn vooralsnog geen bijzondere beleidsvoornemens voorzien t.a.v. de financieringsportefeuille.

     

    Rentevisie

    Onze rentevisie hebben wij ontleend aan de economische verwachtingen en de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten. Mede op basis hiervan hebben wij in de primitieve begroting 2018-2021 de navolgende rentepercentages verwerkt:

     

    Financieringstekort (rentelast kasgeld 1 maand)  0,05%
    Financieringsoverschot (rentebaat deposito 1 maand) 0,00%
    Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)  0,00%
    Rente lang geld (lang geld gelijk 25 jaar)  1,66%

     

    Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie

    In de primitieve begroting 2018-2021  zijn de navolgende rentelasten begroot:

     

 

2018

2019

2020

2021

Rente eigen financieringsmiddelen

0

0

0

0

Rente kortlopende geldleningen financieringstekort

0

0

0

0

Rente langlopende geldleningen

0

0

0

0

Rente over eerste halfjaar nieuwe investeringen

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

 

Rentelasten worden door middel van de rente-omslagmethode toegerekend aan de verschillende programma’s. 

 

Opgenomen langlopende geldleningen              

Onze gemeente heeft op 1-1-2018 geen leningen meer opgenomen voor de eigen financieringsbehoefte.

 

Paragraaf E | Bedrijfsvoering

Paragraaf E | Bedrijfsvoering

1. Regionale samenwerking

Verschillende opgaven waar de gemeente Doesburg voor staat worden in samenwerking met andere gemeenten of andere maatschappelijke organisaties opgepakt. Soms doen we dit omdat de vraagstukken complex zijn en niet bij onze gemeente grens ophouden; we kiezen er dan vanuit eigen overwegingen voor om samen te werken met andere partijen. Soms is het ook vanuit wetgeving opgelegd.

Belangrijke samenwerkingsverbanden zijn de samenwerking met gemeenten in de regio Arnhem ten aanzien van vraagstukken die spelen in het sociaal domein, de samenwerking in de Stadsregio Arnhem-Nijmegen op de werkterreinen wonen, economie & mobiliteit, de Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (brandweer en volksgezondheid), de bedrijfsvoeringsamenwerking met een aantal gemeenten in de Achterhoek en de samenwerking met Circulus Berkel waar het gaat om afvalverwerking en onderhoud van milieu en omgeving. 

We zijn voornemens deze samenwerkingsrelaties goed te onderhouden en waar nodig verder te verbeteren. Vooral de samenwerking in het sociaal domein zal in 2018 volop in ontwikkeling blijven. De gemeente Doesburg zal in 2018 de verschillende vormen van samenwerking nog eens goed onder de loep nemen. We willen waarborgen dat we voldoende investeren in de verbanden die van strategisch belang zijn.

 

2. Planning & control, financiën, resultaatsturing

Om de planning, control en financiën zullen de volgende zaken worden ondernomen:

- Verbeteren van onze systematiek van planning & control. We zetten een richting in waarbij we faciliteren dat raad en college goed op hoofdlijnen kunnen sturen en tegelijkertijd de administratieve last voor de ambtelijke organisatie beperkt is. We introduceren hiervoor een ICT-hulpmiddelen die de gewenste manier van werken zo goed mogelijk ondersteunen. Daarnaast wordt de informatie over gemeentelijke plannen en de gemeentelijke financiën op een eenvoudige manier beschikbaar gemaakt voor derden. De invoering van het P&C-systeem Pepperflow gaat hieraan een belangrijke bijdrage leveren.

- We verbeteren – organisatie breed - onze financiële functie. Hiervoor gaan we onder andere de budgetrapportages en managementinformatie verbeteren. Het MT en de domeinmanagers spelen een belangrijke rol om de gewenste ontwikkeling op dit vlak tot stand te brengen.

- We vinden het van belang dat we in onze interne en externe dienstverlening met een goede focus op resultaten werken. Dit maken we onder andere mogelijk door het verbeteren van de prestatie-informatie voor onze teams.

  

3. Automatisering & Informatisering

De inzet en ontwikkeling van informatietechnologie is voor onze gemeente een factor die steeds meer van belang is. Een goede invulling van informatisering & automatisering biedt de mogelijkheden om onze bedrijfsvoering en dienstverlening verder te ontwikkelen en verbeteren. Gezien de snelle technologische ontwikkelingen wordt ‘goed omgaan met ICT’ voor onze gemeente een kritische succesfactor. Het toepassen van informatietechnologie in de publieke sector wordt gestimuleerd en geduwd door de Rijksoverheid. Hierbij spelen onder andere de landelijke informatievoorzieningen een rol. Er worden landelijke informatiebanken ontwikkeld waar verschillende (semi-) overheidsinstellingen gebruik van kunnen maken.

De landelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in het door de Rijksoverheid gepropageerde Digitale Agenda 2020. Van deze agenda maken belangrijke ontwikkelingen deel uit, zoals de nieuwe omgevingswet en het wetsvoorstel open overheid. In 2018 zullen we een nieuw realisatieplan voor de wezenlijke actuele en naderende ontwikkelingen op dit vlak opstellen.

 In 2018 zijn de volgende twee thema’s voor onze gemeente van wezenlijk belang. 

a.         Digitale dienstverlening en digitaal werken

ICT biedt ons als gemeente de mogelijkheid om onze dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en anderen te verbeteren. Onze inwoners handelen in hun dagelijkse leven allerlei zaken via internet af. Zo kopen ze op de tijdstippen die zij willen en vanaf de plaats die zij prettig vinden producten en regelen zaken met de overheid. Ook in de dienstverlening die wij als gemeente bieden liggen hier verschillende mogelijkheden om onze klanten beter te bedienen. Daarnaast zijn er mogelijkheden om te zorgen dat onze medewerkers een stuk efficiënter hun werk kunnen doen. We hebben in 2017 een plan van aanpak opgesteld om hier echt slagen in te gaan maken. Dat is goed voor onze inwoners en goed voor onze medewerkers. Met de uitvoering van dit plan zullen we in 2018 volop bezig zijn. 

b.         Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens

Met de resolutie “Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente” van 2013 hebben de gemeenten afgesproken de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) te implementeren. We hebben als gemeente nadrukkelijk al stappen genomen om de informatiebeveiliging te borgen. Door de snelle ontwikkelingen op ICT-vlak en incidenten die zich wereldwijd hebben voorgedaan door activiteiten van hackers, vraagt dit onderwerp van onze gemeente blijvende en toenemende aandacht. Door de Rijksoverheid & VNG is het initiatief genomen tot de introductie van de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke Planning & Control-cyclus.

 

Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU). De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt dan niet meer. Bij de omgang met persoonsgegevens hebben gemeenten een grote verantwoordelijkheid. Het veld rond privacy voor gemeenten wordt steeds complexer. Dit komt onder andere door de decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten, de gegevensuitwisseling met (keten)partners, de technische mogelijkheden, het gebruik van big en open data door gemeenten voor hun dienstverlening en veranderende privacywetgeving. Privacy is niet langer een onderwerp waar alleen juristen mee bezig zijn: privacy raakt de hele gemeentelijke organisatie. Dat betekent ook dat we de wijze waarop we ons werk verrichten binnen de gehele gemeentelijk organisatie onder de loep zullen nemen en de noodzakelijke actie ondernemen om gegevensbescherming goed te regelen.

 

Om te zorgen dat we als gemeente op een goede manier invulling geven aan informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens zijn in 2017 in regionale ICT-werkgroepen plannen van aanpak opgesteld. De uitvoering hiervan zal in 2018 verder zijn beslag krijgen.

 

De regionale automatiseringsorganisatie (die we met een aantal andere gemeenten hebben opgezet) zorgt er voor dat het netwerk waarop onze informatiesystemen ‘draaien’ goed functioneert en veilig is. Daarnaast ondersteunen ze de Doesburgse organisatie om er voor te zorgen dat applicaties die we gebruiken goed werken. Ook deze automatiseringsorganisatie zal zich in 2018 verder versterken om voorbereid te zijn op toekomstige ontwikkelingen. Aan deze ontwikkeling zal Doesburg zijn bijdrage leveren.

 

4. Personeel, organisatie en arbeidsomstandigheden

De gemeente Doesburg wil een goede werkgever zijn. Dit willen we onder andere bereiken door medewerkers in staat te stellen goed te presteren. Ze te zien als individuen met eigen expertise, talenten en capaciteiten, die veel verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aankunnen. We kiezen er voor om in teams te werken. De ontwikkeling van onze teams is een belangrijke opgave in 2018. In 2017 zijn de kaders voor een vernieuwd HRM-beleid neergezet. Aan dit nieuwe beleid zal in 2018 verder invulling worden gegeven.

 

De HR-functie heeft als opgave om de ontwikkeling van de organisatie zo goed mogelijk te ondersteunen door waar nodig te adviseren en op gezette tijden te voorzien van gedegen managementinformatie. Door het inzetten van HR-instrumenten als ‘het goede gesprek’ willen we onze medewerkers nog beter leren kennen en er zo achter komen wat zij willen en kunnen.

Met het goede gesprek kunnen we onze medewerkers ook ondersteunen bij het maken van keuzes in hun loopbaan en ervoor zorgen dat zij steeds op de juiste plek in de organisatie zijn. Investeren, inspireren en het bieden van mogelijkheden om het beste uit hun talent te halen. De relatie tussen werkgever en medewerker is cruciaal en vertrouwen is hierbij het uitgangspunt.

Daarnaast blijft strategische personeelsplanning van belang, waarvoor we in 2016 een strategisch personeelsplan (SPP) hebben opgesteld. Aan de hand van dit plan willen we ervoor zorgen dat Doesburg een vitale organisatie is en blijft die de uitdagingen die op ons afkomen aan kan. Het komende jaar zullen we hier ook concreet uitvoering aan blijven geven.

 

5. Integriteit

Wij hechten als gemeente aan integer, rechtmatig en transparant handelen, zowel van bestuurders als van ambtenaren. Dat is niet voor niets. Gemeenten werken met publieke middelen, hebben op verschillende terreinen een monopolypositie en besturen de lokale gemeenschap. Dat brengt verplichtingen met zich mee. Dat doen we in een tijdperk waarin maatschappelijk gezien (semi-)overheidsinstellingen in de het blikpunt van de belangstelling staan.

In onze regelingen en gedragscodes geven we aan hoe we verwachten dat bestuurders en ambtenaren zich gedragen. Het zijn slechts hulpmiddelen. Integriteit is een kwestie een bewustwording en mentaliteit. Integriteit mag geen dode letter zijn en wij geven er een pragmatische invulling aan. Het krijgt bijvoorbeeld de gewenste aandacht bij aanbestedingstrajecten en tijdens functioneringsgesprekken.

  

6. Communicatie & participatie

De gemeente is bestuurder van de gemeenschap en dienstverlener. We willen bij de vraagstukken waarover college of raad besluiten moeten nemen betrokken partijen in een vroegtijdig stadium betrekken bij de beeld- en oordeelsvorming. Over genomen besluiten willen we duidelijk communiceren. We slaan bewust een richting in waarbij onze communicatie professionaliseren. Hierbij krijgen ambtenaren en het bestuur handvatten mee. Denk hierbij aan praktische toepassingen om eenvoudiger taal te gebruiken. Ook levert communicatie hulpmiddelen om de communicatie eerder en gestructureerder in te zetten. Hiermee verbeteren de kwaliteit van gemeentelijke communicatie en de wijze waarop gecommuniceerd wordt. Of dit nu mondeling, schriftelijk of digitaal is. 

In 2017 zijn verschillende zaken ondernomen op het gebied van doelgroepencommunicatie. Op basis van deze ervaringen zal de doelgroepencommunicatie verder worden ontwikkeld en uitgevoerd.

 

7. Inkoop

We hebben de afgelopen jaren nadrukkelijk geïnvesteerd in het professionaliseren van onze inkoop. De ontwikkelingen in de aanbestedingswetgeving zijn daar ook aanleiding voor. Onze inspanningen zullen de komende jaren er op gericht zijn om de bereikte kwaliteitsverbetering op dit vlak te borgen en waar nodig verder te ontwikkelen. Dit doen we door onze medewerkers waar nodig te blijven trainen (bijvoorbeeld over vernieuwingen in de aanbestedingswetgeving) en om de hulpmiddelen die we tot onze beschikking hebben verder uit te breiden en te verbeteren.

 

8. Juridische kwaliteitszorg

Juridische kwaliteitszorg is het overkoepelde begrip voor alle activiteiten en maatregelen die een bijdrage leveren aan het verbeteren en borgen van de juridische kwaliteit van de producten en diensten van de gemeente. De wens en het streven zijn om meer aan de voorkant juridisch advies te geven dan aan de achterkant problemen op te lossen. Dit zullen we doen door pragmatische verbeteringen door te voeren. Zoals door de juridische kennis van collega’s te ontwikkelen of ondersteunende werkwijzen & hulpmiddelen beschikbaar te stellen.

 

Paragraaf F | Verbonden partijen

Paragraaf F | Verbonden partijen

In deze paragraaf vindt u een lijst met partijen waarmee Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaat- dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt is er sprake van een financieel belang. De toelichting op de verbonden partijen vindt u in desbetreffende programma’s.

Lijst met verbonden partijen

Hieronder volgt lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg verdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. 

Gemeenschappelijke regelingen
Verbonden partij Vestigingsplaats
Veilighied- en Gezondheidsregio Gelderland Midden Arnhem
Steekarchivariaat De Liemers en Doesburg Zevenaar
Presikhaaf Bedrijven Arnhem
Omgevingsdienst regio Arnhem Arnhem
   
Stichtingen/Verenigingen
Verbonden partij Vestigingsplaats
   
   
Coöperaties/Vennootschappen
Verbonden partij Vestigingsplaats
BNG bank Den Haag
Alliander Arnhem
Vitens Utrecht
Circulus-Berkel B.V. Zutphen

Paragraaf G | Grondbeleid

Paragraaf G | Grondbeleid

 

Algemeen

Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de Nota Grondbeleid (2008) en aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in bestemmingsplan en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Wro biedt gemeenten mogelijkheden om grondeigenaren, bouwers en ontwikkelaars woningen te laten bouwen volgens een vastgesteld gemeentelijk woningbouwprogramma. Een omgevingsvergunning kan en moet worden geweigerd, wanneer initiatiefnemers afwijken van dit gemeentelijk programma. Met deze ‘stok achter de deur’ is het voor gemeenten met geringe bouwopgaven minder noodzakelijk zelf bouwgrond in eigendom te hebben. Ook zonder grond kan de gemeente ‘sturen’ in bouwprogramma’s en in de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De gemeente Doesburg zal of zij nu zelf wel of niet grond inbrengt in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken met ontwikkelaars en/of bouwers over bouwprogramma’s en de aanleg van openbare voorzieningen.

 

Beleidsregels

In de Nota grondbeleid 2008 zijn de navolgende 12 beleidsregels opgenomen:

 

  • De gemeente Doesburg houdt rekening met de beleidskaders die van invloed zijn op het lokale grondbeleid.
  • Wanneer de gemeente kiest voor een actief grondbeleid zal zij hiervoor het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten gebruiken. Eventueel gevolgd door het onteigeningsinstrument in die gevallen, waar een minnelijke verwerving van ontwikkelingsgronden lijkt te zijn uitgesloten.
  • Zodra een bestemmingsplan is vastgesteld wordt, indien nodig voor de verwerving van de gronden, aan de hand van een onteigeningsplan een onteigeningsbesluit genomen; Dit besluit laat onverlet dat de gemeente zal blijven proberen om gronden langs minnelijke weg te verwerven.
  • Bij uitbreidingslocaties wordt in beginsel gekozen voor een actief grondbeleid.
  • Per geval wordt voorafgaand aan verwerving bepaald op welke wijze onroerende zaken het beste kunnen worden beheerd. Financiële aspecten spelen bij de besluitvorming een belangrijke rol.
  • Bij nieuwe erfpachtovereenkomsten wordt de canon ééns in de 5 jaar herzien én wordt de canon jaarlijks geïndexeerd op inflatie-effecten, bijvoorbeeld door hierop het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie (CPI) toe te passen.
  • Afhankelijk van de uitkomsten van een uit te voeren onderzoek naar ongeoorloofd grondgebruik zal een voorstel aan de Raad worden voorgelegd inzake handhaving gemeentelijke eigendommen.
  • Bij de bepaling van gronduitgifteprijzen zal gebruik worden gemaakt van de berekeningsmethoden zoals beschreven in de bijlagen C en D behorende bij de nota Grondbeleid. Periodiek en afhankelijk van de situatie zullen gronduitgifteprijzen worden vastgesteld en/of geactualiseerd . Voor nieuwe exploitaties zal de gronduitgifteprijs, zodra de exploitatie ter hand kan worden genomen, door de gemeenteraad worden vastgesteld.
  • Bij elke ontwikkeling waarbij de gemeente grond verkoopt en/of diensten en werken aanbesteedt zullen de criteria ‘voorkoming staatssteun’ en de regels met betrekking tot het (Europees) aanbestedingsrecht in acht worden genomen.
  • Bij particuliere ontwikkelingen, waarbij de gemeente voorzieningen moet treffen van openbaar nut, zal de gemeentelijke inzet er onverminderd op zijn gericht om met desbetreffende markpartijen realisatieovereenkomsten te sluiten met hierin opgenomen afspraken over de te leveren financiële bijdragen in openbare voorzieningen.
  • De gemeente Doesburg voert een actief risicomanagement, door:
  • de uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig bij te stellen, zonder dat hiermee de kwaliteit van het plan substantieel wordt aangetast. In dat geval is nieuw bestuurlijk draagvlak vereist;
  •  de onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten;
  • activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan het vastgestelde financiële kader.
  • Jaarlijks wordt van alle grondbedrijf projecten het eindresultaat geprognosticeerd (boekwaarde plus opbrengst minus uitgaven) en verantwoord in de jaarrekening. De gemeente Doesburg actualiseert periodiek de actieve grondexploitaties.

  

Stand van zaken met betrekking tot de verschillende ontwikkelingen


Resultaatverwachting

 

naam locatie

 

 

prognose

eindresultaat*

 

(vermoedelijk) jaar van realisatie

Beinum-West, (Grondbedrijf complex)

0/+

2024

Turfhaven (GTW –loods)

0

**(1e fase) 2018

Koppelweg e.o.

0/-

***(1e fase) 2018

Centrumplan Beinum

0

na 2020

Halve Maanweg (locatie Woningcorporatie)

0

2020

 

* + (positief), 0 (neutraal), - (negatief)

** betreft realisatie van een voorzieningengebouw in de loods

*** betreft nieuwbouw tennisaccommodatie


De woningbouwontwikkelingen tot 2022

In de nieuwe woonvisie met een horizon tot 2022 worden nog niet tot ontwikkeling gebrachte inbreidings- en herstructureringslocaties voortdurend "tegen het licht gehouden". De gewijzigde Woningwet 2015 vraagt een andere benadering van de woningmarkt. De woonconsument kan minder lenen voor zijn koopwoning en met een inkomens- en vermogenstoets moet de huurder aantonen dat hij niet teveel verdiend voor een sociale huurwoning. Van partijen die zich bezig houden met huisvesting wordt verwacht dat zij maatwerk leveren.

Om te voorkomen dat er teveel woningen worden gebouwd, waardoor (op termijn) leegstand dreigt, hebben de Liemerse gemeenten in opdracht van de provincie een nieuwe Woonagenda vastgesteld. In deze agenda zijn per gemeente prognoses van de te bouwen woningaantallen tot en met 2027 opgenomen. Deze prognoses zijn gebaseerd op de daadwerkelijke behoeften aan nieuwe woningen. Voor de gemeente Doesburg betekent dit dat er de komende jaren ‘slechts’ enkele tientallen woningen netto mogen worden toegevoegd. Voor unieke locaties, waarvoor bovenlokale belangstelling bestaat, blijven er echter mogelijkheden. De Liemerse gemeenten hebben hierover procedure-afspraken gemaakt, waarbij extra toe te kennen wooncontingent moet worden beargumenteerd. Voor locatie Koppelweg, fraai gelegen aan de Oude IJssel en op korte afstand van de historische binnenstad, is extra contingent (90-100 woningen) gevraagd.

In de nieuwe woonvisie wordt in het bijzonder aandacht gevraagd voor het opwaarderen van de bestaande woningvoorraad. Levensloopbestendig, duurzaam en betaalbaar zijn hier sleutelbegrippen. In het met Stichting Woonservice IJsselland afgesloten convenant Prestatieafspraken Wonen 2015-2020 ligt de nadruk niet zozeer op nieuwbouw maar op het conditioneren van de bestaande woningvoorraad.

Het convenant Prestatieafspraken heeft sinds 2016 een meer verplichte status gekregen. Vanaf 2016 gemeenten dienen gemeenten, hiertoe gefaciliteerd door het Rijk, te beschikken over een actueel vastgesteld volkshuisvestingsbeleid. Corporaties dienen naar redelijkheid een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke volkshuisvestingsopgave.

De verschillende ontwikkelingslocaties met gemeentelijke grondposities worden hieronder kort beschreven.


Beinum West

Hoewel het consumentenvertrouwen de afgelopen jaren is toegenomen, zien wij de positieve effecten hiervan nog niet echt terug op de verkoop van vrije sectorkavels in Beinum West. Dit was aanleiding om het aanbod aan kavels kritisch te schouwen, hetgeen ons heeft doen beseffen dat de verkoopprijzen omlaag moeten en de kavelkeuze moet worden vergroot. Om dit mogelijk te maken hebt u in juni 2017 de 4de wijziging van de grondexploitatie Beinum West vastgesteld. Op de toegevoegde woonvelden De Kilder / De Strijp worden op ruime kavels (circa 800 m2) modernere (kubusachtige) woningen toegestaan. Aan de kavelverkoop wordt de voorwaarde verbonden dat de woningen niet mogen worden aangesloten op het aardgasnetwerk. Dit met het oog op klimaatverandering. In de grondexploitatie wordt ervan uitgegaan dat de laatste kavels in 2023 worden verkocht.

 

Turfhaven

In 2017 zijn er met LOC 17 BV. (bestaande uit drie Doesburgse ondernemers) afspraken gemaakt over de herontwikkeling van de loods in de Turfhaven. Bedoeling is om in 2018 te starten met de 1e bouwfase, betreffende het opknappen van de loods en het in de loods onderbrengen van een voorzieningengebouw voor de haven- en campergasten en een horecagelegenheid. In daarop volgende bouwfasen zullen kantoorruimten, feestzaal annex evenementenhal en vakantiewoningen worden toegevoegd. De ondernemers kiezen bewust voor een geleidelijke opbouw. De exploitatie van de haven en camperplaatsen blijft voorlopig bij de gemeente. Aan LOC 17 BV wordt een huuroptie verleend.

 

De herinrichting van het havengebied is nagenoeg voltooid. Nadat de loods met ondergrond is verkocht, zullen uit de opbrengst onder andere de nog ontbrekende dijktrap met hellingbaan worden aangelegd. Met de aanleg hiervan - halverwege de loods - wordt de eerder uitgestippelde route naar de binnenstad via de gerenoveerde Kloosterstraat geëffectueerd.

 

Koppelweg e.o.

Het voornemen is een deel van de bedrijvenstrook, gelegen langs de Oude IJssel, te transformeren tot aantrekkelijk woongebied. In de ruimtelijke structuurvisie wordt de Koppelweg en omgeving als één van de 10 her te ontwikkelen locaties genoemd. In potentie ligt er langs de Oude IJssel 11.400 m2 bouwgrond, waarvan 6.200 m2 in particulier eigendom en 5.200 m2 in gemeentelijk eigendom (Stadswerf c.a.). Het is nadrukkelijk de bedoeling om alleen gronden van particulieren in ontwikkeling te brengen, die hier vrijwillig voor kiezen. De taak van de gemeente in dit ontwikkelingsproces zal voornamelijk faciliterend (inbreng grond) en voorwaardenscheppend zijn (planologisch en programmatisch).

De voormalige voetbalvelden zullen conform de in 2016 vastgestelde ruimtelijke structuurvisie een overwegend toeristisch-recreatieve functie krijgen. Daarnaast wordt dat deel van de locatie dat grenst aan de Looiersweg ingericht als tennispark. In 2017 hebt u besloten tot planologische en financiële medewerking aan een nieuwe tennisaccommodatie.

Om de transformatie van het gehele Koppelweggebied in goede banen te leiden en te zorgen voor voldoende samenhang tussen de in dit gebied te onderscheiden projecten, is voor het Koppelweggebied (inclusief de aangrenzende Oude IJssel) een gebiedsvisie vastgesteld.

 

Centrumplan Beinum 

Recente uitbreidingen in de wijk Beinum vragen een ‘meegroeiend’ winkelcentrum. In de Woonvisie van 2007 wordt hier al gewag van gemaakt, alleen is het van planvorming nog niet gekomen. De wijk Beinum ontbeert appartementen. Idealiter zouden alhier in combinatie met winkels een surplus aan (senioren) appartementen gerealiseerd moeten worden. daarvoor zou bij voorkeur voor de sporthal een andere locatie moeten worden gevonden. Dat was destijds de opvatting.

In 2017 hebben wij met stakeholders de problemen, doelen en ambities op hoofdlijnen vastgelegd. De uitkomsten van dit onderzoek hebben wij met u gedeeld.

 

Daadwerkelijke realisatie zal naar verwachting op z’n vroegst plaatsvinden vanaf 2020. Bij de herontwikkeling van het centrum van Beinum willen wij de nodige zorgvuldigheid betrachten. Als eerste wordt nu onderzoek opgestart naar de toekomst van de overdekte sportaccommodaties, gerelateerd naar de behoefte. Wanneer de toekomst van de sportaccommodaties duidelijk is, wordt een programma van eisen opgesteld voor het centrum van Beinum.

 

Halve Maanweg (locatie Woningcorporatie)

Stichting Woonservice IJsselland is van plan om op haar voormalige kantoorlocatie aan de Halve Maanweg 20 tot 25 meergezinswoningen te realiseren in de sociale huursector. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het parkeren op deze locatie –al of niet met toevoeging van gemeentegrond - geoptimaliseerd kan worden, zodat ook bezoekers van de binnenstad hier kunnen parkeren. Omdat het een zichtlocatie betreft, die ‘aanschurkt’ tegen de historische binnenstad is voor het ontwikkelingsgebied een stedenbouwkundige visie vastgesteld. De ontwikkelingsafspraken, waaronder stedenbouwkundige randvoorwaarden, zijn vastgelegd in een met de corporatie gesloten intentieovereenkomst. Het jaar 2018 wordt benut om de woningbouwplannen verder uit te werken, waarna na verleende omgevingsvergunning- eind 2019 / begin 2020 mogelijk wordt gestart met de realisatie.

Locatie Halve Maanweg wordt als één van de 10 te het te ontwikkelen locaties genoemd in de ruimtelijke structuurvisie 2030.