Meer
Publicatiedatum: 17-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden achtereenvolgens aandacht geschonken aan:

  • het beleidskader
  • het beheer
  • actuele ontwikkelingen
  • kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren
  • de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

 

C.1 Wegen

1.1 Het beleidskader

De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van openbare wegen. Uitgangspunt hierbij is dat tegen de laagste maatschappelijke kosten de openbare verhardingen dienen te worden onderhouden. Een achterstand bij het onderhoud kan de veiligheid van de weggebruikers in gevaar brengen en leiden tot klachten en het aansprakelijk stellen van de wegbeheerder. Leidraad voor onderhoud wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het CROW (nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte).

1.2 Het beheer

Tegelijkertijd met het beleidsplan is het Beheerplan Wegen Doesburg 2018 – 2022 door het college behandeld. Dit is begin van het jaar 2018 in de raad behandeld. Dit beheerplan geeft een overzicht van de uit te voeren beheermaatregelen en de onderhoudsacties op korte en middellange termijn (1 - 5 jaar).

Bij de beheermaatregelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het tweejaarlijks uitvoeren van een inspectie en het bijhouden van de beheersoftware. Bij onderhoudsacties kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het uitvoeringsplan, waarin het jaarlijkse groot onderhoud is beschreven.

1.3 Actuele ontwikkelingen

Rehabilitatie is de zwaarste onderhoudsmaatregel, het betreft een complete vervanging van de weg. Ofwel, bij rehabilitatie wordt de fundering van de weg ook vervangen. Voor 2018 was voorzien om een advies te laten opstellen t.a.v. het wel/niet begroten van de rehabilitatiekosten. Het opstellen van het advies is echter verschoven naar 2019. Dit geldt ook voor het opstellen van een wegenlegger.

1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Uit het beheersysteem blijkt dat de gemeente Doesburg in totaal 351.000 m2 verhardingen in beheer heeft. Hiervan is ca. 134.000 m2 asfaltverharding en ca 217.000 m2 elementenverharding.

 

C.2 Riolering

2.1 Het beleidskader

De Wet Milieubeheer biedt het wettelijke kader voor de gemeentelijke rioleringstaak. Hierin wordt de

gemeente verplicht een plan op te stellen waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar watertaken wil uitvoering en bekostigen. Daarnaast zijn in het door de raad vastgestelde Watertakenplan Olburgen 2018-2022 (WTPO) een aantal (nieuwe) watertaken en doelen vastgelegd. Dit watertakenplan is samen met de gemeenten Rheden, Bronckhorst en het waterschap Rijn en IJssel opgesteld. Er is een gezamenlijke visie opgesteld in dit plan voor de riolering en zuivering. In het WTPO is het beleid en de (investerings)planning opgenomen voor de periode 2018 t/m 2022.

De belangrijkste doelen zijn:

  • Een effectieve en efficiënte inzameling, transporteren van afval-hemel en grondwater voor een bijdrage aan een goede volksgezondheid.
  • Een effectieve en efficiënte (afval)waterketen door samenwerken met (buur)gemeenten, waterschap en andere partijen.
  • Het leveren van een bijdrage aan een meer circulaire economie door samen met bedrijven en andere partners te werken aan het terugwinnen van energie en grondstoffen uit afvalwater.
  • Het voorkomen van wateroverlast;
  • Het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu;
  • Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven op het gebied van water en riolering.

Het beleid is gericht op:

  • zo min mogelijk maatschappelijke kosten voor burgers en bedrijven, ofwel doelmatigheid;
  • zo min mogelijk overlast voor de omgeving;
  • waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken.

2.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op genoemde doelen die in het WTPO zijn opgenomen en vinden met behulp van een geautomatiseerd rioolbeheersysteem plaats. Het dagelijkse beheer en onderhoud van de rioolgemalen en het gangbaar houden van het rioleringssysteem door middel van reiniging en inspectie is daarmee een belangrijk element.

Daarnaast is een belangrijk hulpmiddel het regionaal meetsysteem. Hierin werken negen gemeenten (Bronckhorst, Lochem, Montferland, Zutphen, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Aalten, Doesburg en Arnhem) samen met het waterschap Rijn en IJssel. Er wordt gemeten maar ook geanalyseerd waardoor meer/beter inzicht wordt verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel.

Samenwerken is belangrijk, (afval)water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het regionaal meetsysteem past naadloos in de gemeentelijke opgave die in het bestuursakkoord water (BAW 2011) is opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de meerkosten van het product riolering minder mogen stijgen (€ 380 miljoen in 2020 t.o.v. 2010). De drie K’s (Kosten,Kwaliteit en Kwetsbaarheid) zijn daarbij leidend. Steekwoorden zijn daarbij: kennisuitwisseling, toekomstbestendigheid, klimaatontwikkelingen. Aspecten waar gemeenten en waterschap mee worden geconfronteerd. Het regionaal meetsysteem helpt ons daarbij met behoud van de eigen autonomie.

Ons eigen RTC (Real Time Control), maakt deel uit van het regionale meetsysteem. Met het RTC kan het afvalwater bij hevige regenval worden gestuurd. Dit vindt plaats door middel van drie beweegbare schuiven waardoor het rioolstelsel in verschillende compartimenten worden verdeeld. Hiermee wordt optimaal gebruikt gemaakt van de berging van het rioolstelsel en worden water op straatsituaties en het aantal rioolwater overstorten op het oppervlaktewater bij hevige regenval beperkt.

De rioolgemalen Molengaarde en Broekhuizen hadden een leeftijd bereikt dat renovatie noodzakelijk is. Rioolgemaal Molengaarde is recent gerenoveerd. De renovatie van rioolgemaal Broekhuizen is in uitvoering.

2.3 Actuele ontwikkelingen

  • In 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW) ondertekend. Een belangrijk element van het akkoord is het intensiveren van de samenwerken binnen de waterketen. De waterketen betreft de infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de verschillende onderdelen (waterwinning, transport en zuivering rioolwater en het oppervlaktewater) beter op elkaar worden afgestemd en meer gaan samenwerken. Beter samenwerken in de waterketen moet tevens leiden tot lagere kosten. Doelstelling is drieledig:
    • het realiseren van een landelijke kostenbesparing van structureel in 2020 van 380 miljoen op de jaarlijkse kosten;
    • het verminderen van de kwetsbaarheid;
    • het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening, beleidskeuzes en innovatievermogen.
  • Doesburg maakt deel uit van het in 2014 opgerichte Afvalwaterteam Olburgen (AWTO). In het AWTO werken de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg gezamenlijk met het waterschap Rijn en IJssel aan de doelstelling van het BAW. Daarnaast werken wij in dezelfde samenstelling in het Optimalisatie Afvalwater Systeem Olburgen (OASO).
  • Samen met onze partners van het AWTO geven we vorm aan de intenties van het BAW en de opgestelde visie van het AWTO. Het Watertakenplan Olburgen (WTPO) is in februari 2018 vastgesteld door de raad.
  • Doesburg heeft in 2016 hinder gehad van wateroverlast door hevige regenval. De klachten zijn geïnventariseerd en er hebben een aantal bewonersavonden plaatsgevonden om met bewoners te praten over de situatie bij hen in de straat. Er heeft een quick-scan plaats gevonden om te onderzoeken of er op korte termijn mogelijkheden zijn om de wateroverlast in de toekomst te verminderen. Als vervolg op deze quick-scan is er in het eerste kwartaal van 2018 een  Hemelwaterstructuurplan (HWSP) opgesteld voor de oude binnenstad. In het HWSP is het stelsel hydraulisch doorgerekend en zijn een aantal concrete maatregelen aangegeven om de wateroverlast in de binnenstad te beperken.
  • De maatregelen zullen in de planperiode van het WTPO gefaseerd worden uitgevoerd. Indien mogelijk zal een combinatie plaatsvinden met geplande renovatie van de openbare ruimte.

 

C.3 Water

3.1 Het beleidskader

Uitgangspunt is het streven naar een betrouwbaar en duurzaam watersysteem. Met name ruimte voor water in relatie tot de ruimtelijke ordening vraagt nadere aandacht. Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen. Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het besluit ruimtelijke ordening (BRO) van 2008. De watertoets is belangrijk in het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Met de komst van de waterwet en het daarmee wegvallen van verschillende vergunningen treedt een belangrijke wijziging op in de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat en/of waterschap). Deze wijziging vraagt een andere manier van (samen)werken. Samenwerken op basis van afspraken in plaats van op basis van vergunningvoorschriften.

Het verbeteren van de waterkwaliteit en het begrip “stedelijke wateropgaaf” zijn zaken waarmee provincie en waterschap nadrukkelijk aandacht vragen voor het op orde brengen van het watersysteem. Aandachtspunten zijn hierbij: extra waterbergend vermogen (ruimte voor water), op een andere wijze omgaan met regenwater, de capaciteit van het rioleringsstelsel en de veiligheid van onze burgers.

Waterbeheer zal daarmee in de toekomst steeds meer een gezamenlijk proces van alle overheden worden. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zullen steeds meer samenwerking (moeten) zoeken. Naast alle gestelde doelen en nieuwe wetgeving springt het samenwerken wel het meest in het oog. Een sectorale benadering zoals in het verleden plaatsvond, verdwijnt. Een integrale benadering komt daar voor in de plaats. Water houdt zich immers niet aan gemeente- en nationale grenzen.

Sinds 2015 moet het oppervlaktewater aan een aantal ecologische- en waterkwaliteitsnormen voldoen. Het betreft de zogenaamde Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hoofddoel van de KRW is het beschermen van grond- en oppervlaktewater.

De bescherming van waterbronnen is een uitgangspunt voor de KRW. Voor het bereiken van deze doelen is een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost. Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt (basisinspanning) en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van foute aansluitingen in de gescheiden stelsels.

3.2 Het beheer

Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer. Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, waterschap Rijn en IJssel, in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld zijn op enkele locaties zogenaamde kroosslurpers aangebracht.

De waterpartijen in Beinum zijn eveneens in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel.

3.3 Actuele ontwikkelingen

Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen foutieve aansluitingen een speciale aandacht. Het betreft hier het stelsel in Beinum en Campstede. Foutieve aansluiting zijn vuilwaterhuisaansluitleidingen die zijn aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit in negatieve zin aantasten. De laatste kunnen zorgen voor een capaciteitsprobleem doordat te veel regenwater in het vuilwatersysteem van de riolering terecht komt.

Door het herstellen van de foutieve aansluiting komt er meer regenwater in de vijvers. Meer regenwater in de vijvers kan de waterkwaliteit en de doorstroming verbeteren. Het onderzoek naar de foutieve aansluitingen voor Molengaarde en Leigraafseweg (1e fase) is afgerond en de desbetreffende aansluitingen zijn hersteld. Momenteel is het onderzoek naar foutieve aansluitingen opgeschaald naar het overige deel van Beinum. Dit als deelproject van het project Optimalisatie watersysteem Beinum.

Om de doorstroming in het watersysteem van de oude stad te verbeteren, zullen in de periode 2018 – 2019 nog eens vijf duikers worden vervangen grotere en beluchte exemplaren.

Samen met het waterschap Rijn en IJssel wordt er gewerkt aan een plan voor het optimaliseren van het watersysteem in Beinum. De vijvers zijn gemiddeld 40 jaar oud en zijn aan een renovatie toe. Daarbij staat de huidige constructie ook ter discussie. Ook de doorstroming van het watersysteem moet worden aangepakt. In verband hiermee zal het onderzoek naar foutieve aansluitingen verder worden opgeschaald. De renovatie moet leiden tot een verbetering van de  waterkwaliteit en minder kroosvorming. Uitgangspunt voor de renovatie is een toekomstbestendig en duurzaam watersysteem wat de leefomgeving van onze burgers ten goede komt.

Deltaprogramma: Het Deltaprogramma is een nationaal programma. Het doel van het Deltaprogramma is Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen overstromingen, zorgen voor voldoende zoetwater en de inrichting van het land klimaatbestendig maken. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken hiervoor samen met inbreng van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Dat is de kern van het deltaprogramma.

Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. Ieder jaar op Prinsjesdag verschijnt een nieuwe editie van het Deltaprogramma, die vooruitkijkt naar volgende jaar.

In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt. De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht.

Provincie Gelderland heeft samen met de regio (IJsselgemeenten en overige partners) het rapport Kansrijke strategieën Waal, Merwede en IJssel Zuid opgesteld. De provincie is de trekker van het zogenaamde regioproces. Samen met de regio, de gemeenten die langs de IJssel liggen, waterschappen, natuurbeschermingsorganisaties, de stedendriehoek en de veiligheidsregio zijn verschillende strategieën bekeken voor het deltaprogramma in onze regio (IJssel Zuid loopt van Arnhem tot Deventer).

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (Rijkswaterstaat en Waterschap). De overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten etc.) wat in beheer is bij het Waterschap Rijn en IJssel.

De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Ook de gemeente Doesburg speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming.

C.4 Groen

4.1 Het beleidskader

Voor groen is voor binnen de bebouwde kom het Groenstructuurplan 2013 opgesteld.  Voor buiten de bebouwde kom geldt voor groen momenteel nog het Landschapsbeleidsplan 1996. Daarnaast is Bomenbeleidsplan 2014 vastgesteld. In deze drie plannen wordt met name het na te streven eindbeeld beschreven, door de structuur en de kwaliteit te beschrijven.

4.2 Het beheer

Het Groenstructuurplan en het Bomenbeleidsplan zijn uitgewerkt in beheerplannen. In de beheerplannen wordt de werkwijze van uitvoering beschreven.

Per 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk is bij het team StadsBeheer neergelegd.

4.3 Actuele ontwikkelingen

In de planvorming t.a.v. het groen is een kwaliteitsslag beschreven, waaraan op dit moment nog wordt gewerkt. Dat geldt ook voor de inhaalslag t.a.v. het bomenbestand.

4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Voor het beheer wordt gebruik gemaakt van beheersoftware, een module voor groen en een voor bomen. Met de beheersoftware worden onder andere de bestekken opgesteld, met de in de beleidsplannen beschreven gewenste kwaliteiten.

De oppervlaktes, aantallen, etc. en de kwaliteitsniveaus zijn in de software ingevoerd. Bij het opstellen van bijvoorbeeld bestekken worden deze gegevens gebruikt.

C.5 Gebouwen

5.1  Schoolgebouwen

5.1.1. Het beleidskader

De verordening voorziening onderwijshuisvesting vormt het beleidskader voor het beheer van schoolgebouwen.

5.1.2 Het beheer

De schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan de basisscholen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreek een rijksvergoeding.

5.1.3 Actuele ontwikkelingen

De gemeente Doesburg investeert op dit moment nog in de schoolgebouwen om de Integrale Kind Centra te realiseren. De schoolbesturen gaan over de onderwijskundige inhoud van deze Centra.

5.1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeentelijk schoolgebouwen zijn:

  • Wetelaar (incl het gedeelte van de Ark)
  • Horizon Stad
  • Horizon Ooi
  • Anne Frankschool

5.2  Overige gemeentelijke gebouwen

5.2.1 Het beleidskader

Het meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) gemeentelijke gebouwen vormt het beleidskader voor het beheer van onze gemeentelijke gebouwen. In het onderhoudsbeheerplan wordt hoofdzakelijk uitgegaan van een kwaliteitsniveau tussen 2 en 3. Dit kwaliteitsniveau is gerelateerd aan redelijk tot goed onderhoud. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties. Hiervoor geldt kwaliteitsniveau 4, matig onderhoud. Het huidige MJOP is recent opgesteld; het MJOP wordt jaarlijks bijgewerkt en om de 4 jaar geactualiseerd, waarbij de bijbehorende dotaties aan de voorziening door de raad worden vastgesteld.

5.2.2 Het beheer

Voor het beheer en technisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van een meerjaren onderhoudsplan, dat is ondergebracht in een geautomatiseerd beheersysteem. Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Ook de jaarlijkse stortingen (dotaties) in het gemeentelijke onderhoudsvoorziening worden door dit programma cijfermatig gegenereerd.

Een MJOP is in de basis ook altijd een dynamisch document, dat jaarlijks op basis van gerealiseerd onderhoud wordt bijgesteld.

5.2.3 Actuele ontwikkelingen

In 2017 is de nieuwe stadswerf gebouwd en opgeleverd. Dit gebouw maakt nu ook deel uit van het MJOP. Het kwaliteitsniveau is vanwege de nieuwbouw op 1 gesteld, uitstekend onderhoudsniveau. Voor een structurele wijze van het geven van uitvoering aan beheer en onderhoud van gemeentelijke vastgoed is een onderhoudsbeheerplan opgesteld.

Begin 2018 zijn er per object nieuwe MJOP’s gemaakt. Deze dienen als uitvoeringsrichtlijn voor beheer en onderhoud voor 2018.  Er loopt een onderzoek naar de herstructurering van de sportaccommodaties. Gevolg is dat er een keuze gemaakt moet worden in de wijze van beheer van de huidige accommodaties. De sportaccommodaties worden om die reden beheerd op kwaliteitsniveau 4.

Bij het gebouw Nieuwstraat 2-4 (streekarchief) wordt in 2018 achterstallig onderhoud weggewerkt. Het stadhuis, met name het monumentale gedeelte, wordt onderhanden genomen wat betreft de vochtproblematiek aan de buitenmuren. Ook worden alle luiken gerestaureerd. Voor het in standhouden is rijkssubsidie beschikbaar gesteld.

In het kader van duurzaamheid wordt onderzoek gedaan naar de mate van duurzaamheid van het Stadhuis en het gebouw Nieuwstraat 2-4, het streekarchief.

5.2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Het gemeentelijk gebouwenonderhoud betreft de navolgende objecten:

  • Mauritskazerne (brandweer/politie)
  • Stadhuis

    • Hof Gelria (Koepoortstraat)
    • Wijnhuis en Schepenhuis (Roggestraat)
    • Overig deel (Philippus Gastelaarsstraat);
  • Stadswerf (nieuwe locatie);
  • Stadsarchief en kantoren (Nieuwstraat 2-4);
  • Martinitoren;
  • Poortgebouw, algemene begraafplaats;
  • Baarhuisje;
  • Graftombe de Gijselaar;
  • Sporthal Beumerskamp;
  • Gymzaal Armgardstraat;
  • Gymzaal Wilgenstraat;
  • Jongerencentrum 0313;
  • De Harmonie (clubgebouw);
  • Linie 4 (zorgloket, bibliotheek, huurobject).

 

C. 6 Openbare verlichting

6.1 Het beleidskader

De openbare verlichting (OV) draagt bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het Beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het Beheerplan. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, dat er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing. In het beheerplan is beschreven hoe het beheer wordt vorm gegeven. Het betreft de exploitatielasten (met name energiekosten), publieke taak (o.a. beleidsontwikkeling), kort cyclisch onderhoud (dagelijks beheer en onderhoud) en lang cyclisch onderhoud (met name vervangingen).

6.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL 2011” van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd. In het beleidsplan is aangegeven dat de gemeente, t.a.v. de lichtsterkte afwijkt van de ROVL. Toepassing zou leiden tot meer licht en tot meer energieverbruik.

Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. Het contract omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces waarbij de gemeente samen met het externe bedrijf werkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting.

6.3 Actuele ontwikkelingen

In 2017 is een vervangingsplan aan het bestuur voorgelegd, met als bijlage een uitvoeringsplan. De uitvoering is ook in 2017 gestart, in buurt De Ooi. In de komende drie jaren zullen ook op andere locaties masten en armaturen worden vervangen.

De netbeheerder is verantwoordelijk voor het ondergronds netwerk, het zogenaamde gereguleerde domein. Hier hebben zich diverse malen storingen voor gedaan in 2015. De netbeheerder is hierop aangesproken, in Achterhoeks verband. Deze problemen lijken te zijn verholpen. In 2017 hebben zich geen noemenswaardige problemen voorgedaan.

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn ten aanzien van de openbare verlichting. Deze zal vermoedelijk invloed hebben op de inrichting van de openbare verlichting. Deze ontwikkeling zal nauwlettend worden gevolgd.

6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.600 lichtmasten. In Doesburg staan een kleine 300 masten langs achterpaden, deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland. Minder dan 4% van het geheel bestaat uit klassieke verlichting (binnenstad).

Door de periodieke controle worden over het algemeen tijdig gebreken onderkend. Daarnaast is het beleid de afgelopen jaren gericht op het vervangen van de oude hoog vermogende armaturen door dimbare energiezuinige laag vermogende armaturen (veelal led). Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld. Dit betekent in de praktijk dat, wanneer de situatie daarom vraagt, de OV zal aan- dan wel uitgaan.

Via de OV-kabel wordt een signaal meegezonden die zorgt voor de avond- en nachtschakeling. Voor Doesburg is de nachtschakeling ingesteld op 22.00 uur.
Uit oogpunt van (sociale) veiligheid is voor de nieuwe energiezuinige armaturen afgezien van een avond- en nachtschakeling. In het kader van energiebesparing/reductie CO2-uitstoot zal nagegaan worden of het wenselijk is deze situatie te handhaven.

Het energieverbruik is gedaald ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen. Dit is met name toe te schrijven aan het toenemende gebruik van energiezuinige armaturen. Dit resulteert in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt.

 

C. 7 Speelgelegenheid

 7.1 Het beleidskader

Tot op heden wordt gewerkt met de door de raad vastgestelde beheervisie (2007-2009) voor speelgelegenheden, waarin onder andere  verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld.

Inmiddels is gestart met een nieuw op te stellen beleids- en beheerplan, waarin het beleidskader voor de komende jaren wordt vastgesteld. Dit beleidskader is enerzijds een vertaling van het geldende wet- en regelgeving onderdeel. De belangrijkste zijn:

  • Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), voorheen Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen (BVAS);
  • NEN-EN 1176;
  • NEN-EN 1177.

Het WAS is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd, onderhouden en van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.

Anderzijds beschrijft het beleidsplan de lokalisering van speelplaatsen en de wijze van inrichting. Beweging is daarbij een belangrijk aspect.

7.2 Het beheer

Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de raad vastgestelde beleidskaders, waaronder genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven:

  • Publieke taak, bestaande uit onder andere: beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;
  • Dagelijks onderhoud, bestaande uit onder andere: controleren op zichtbare gevaren, herstel vernielingen en bijhouden ondergronden en bijhouden gegevens in beheersoftware;
  • Kort cyclisch onderhoud, onder andere bestaande uit:

    • frequente inspectie van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden, met vastlegging van de resultaten (in de beheersoftware) en indien noodzakelijk worden reparaties uitgevoerd
    • groot onderhoud: verven van toestellen en vervangen zand in zandbakken;
  • Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit: vervangen van toestellen, -aanleidingen en ondergronden

7.3 Actuele ontwikkelingen

In voorgaande plannen zijn schoolpleinen niet benoemd, dat gaan we in de toekomst wel doen om daarmee meer duidelijkheid te krijgen ten aanzien van de onderhoudsbehoefte. De schoolpleinen zijn buiten de schooltijden namelijk ook openbare speelplaatsen.

 7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

De gemeente heeft 324 speeltoestellen/-aanleidingen in beheer, verdeeld over 45 speelplaatsen.