Meer
Publicatiedatum: 17-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf D - Financiering

Paragraaf D | Financiering

In de paragraaf financiering moet tenminste het beleid van het risicobeheer en van de financieringsportefeuille worden behandeld.

Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij het Rijk door middel van Schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille c.q. financieringspositie heeft. Deze moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken.

De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in artikel 15 van de financiële verordening die op 22 december 2016 is vastgesteld. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten:

    • het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
    • het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
    • het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
    • het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer

In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd:

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de primitief begrote kasgeldlimiet en het begrote primitieve financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden:

 

2019

2020

2021

2022

Begrotingstotaal

33.494.162

33.144.333

32.606.310

32.111.416

Percentage regeling

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Kasgeldlimiet

 

2.847.004

2.817.268

2.771.536

2.729.470

Geraamd financieringssaldo

+ = overschot

-/- = tekort

2.214.868

3.766.551

5.469.628

7.069.651

Kasgeldlimietruimte

5.061.872

6.583.820

8.241.164

9.799.121

 

Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. Zoals uit het vorenstaande blijkt, wordt de kasgeldlimiet op begrotingsbasis en in meerjarenperspectief niet overschreden.

Het financieringssaldo is als volgt berekend:

 

2019

2020

2021

2022

Boekwaarde investeringen

25.255.988

23.981.293

22.742.877

21.519.817

Uitgeleende langlopende geldleningen

3.808.788

3.590.255

3.378.799

3.165.892

Totaal

29.064.776

27.571.548

26.121.676

24.685.709

Opgenomen langlopende geldleningen

0

0

0

0

Eigen financieringsmiddelen

31.279.734

31.338.099

31.591.304

31.755.360

Financieringssaldo

2.214.958

3.766.551

5.469.628

7.069.651

 

overschot

overschot

overschot

overschot


Het omzetten van kortlopende geldleningen in langlopende geldleningen (consolidatie) is door het ontbreken van opgenomen langlopende geldleningen en door het positieve financieringssaldo niet aan de orde. Of er eventueel geconsolideerd moet worden, wordt jaarlijks bezien in relatie tot de voorgenomen investeringen.

Renterisiconorm

Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing:

 

2019

2020

2021

2022

(1)

Renteherzieningen

0

0

0

0

(2)

Aflossingen

0

0

0

0

(3)

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

(4)

Renterisiconorm

6.698.832

6.628.867

6.521.262

6.422.283

(5a) =(4>3)

Ruimte onder de renterisiconorm

6.698.832

6.628.867

6.521.262

6.422.283

(5b) =(3>4)

Ruimte boven de renterisiconorm

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

(4a)

Begrotingstotaal primitief

33.494.162

33.144.333

32.606.310

32.411.416

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

(4)=
(4a x 4b/100)

Renterisiconorm

6.698.832

6.628.867

6.521.262

6.422.283

 

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2019 en ook in meerjarig kader ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet.

Verstrekken van leningen en garanties

Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college van B&W / de raad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen:

  • een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;
  • de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeitspositie);
  • de verhouding vaste passiva: vaste activa moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);
  • de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;
  • de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.


Het uitzetten van overtollige geldmiddelen

Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren.

Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.
  
Koersrisicobeheer

De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit feitelijk niet meer aan de orde vanwege het verplichte Schatkistbankieren.

Beleidsvoornemens t.a.v. de financieringsportefeuille

Er zijn vooralsnog geen bijzondere beleidsvoornemens voorzien t.a.v. de financieringsportefeuille.

Rentevisie

Onze rentevisie hebben wij ontleend aan de economische verwachtingen en de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten. Mede op basis hiervan hebben wij in de primitieve begroting 2019-2022 de navolgende rentepercentages verwerkt:

 

Financieringstekort (rentelast kasgeld 1 maand)  0,05%
Financieringsoverschot (rentebaat deposito 1 maand) 0,00%
Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)  0,00%
Rente lang geld (lang geld gelijk 25 jaar)  1,66%

 

Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie

In de primitieve begroting 2019-2022 zijn de navolgende rentelasten begroot:

 

2019

2020

2021

2022

Rente eigen financieringsmiddelen

0

0

0

0

Rente kortlopende geldleningen financieringstekort

0

0

0

0

Rente langlopende geldleningen

0

0

0

0

Rente over eerste halfjaar nieuwe investeringen

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0


Rentelasten worden in principe door middel van de rente-omslagmethode toegerekend aan de verschillende programma’s.  In de begroting 2019 e.v. zijn echter geen rentelasten opgenomen.

Opgenomen langlopende geldleningen              

Onze gemeente heeft op 1-1-2019 geen kortlopende en langlopende leningen opgenomen ter voorziening in de financieringsbehoefte.