Meer
Publicatiedatum: 17-05-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Uiteenzetting financiële positie

Uiteenzetting financiële positie

Meerjarige materiële begrotingspositie

Het materiële begrotingsresultaat (geschoond van incidentele lasten en baten) is in meerjarenperspectief als volgt:

  Prog 2019 2020 2021 2022
Formeel saldo (primitieve begroting)   -367 -45  335  676 
           
Primitief geraamde incidentele lasten:          
Monumentenbeleid 2018 en 2019 02 10      
Inventarisatie gemeentelijk gebouwen 2018 en 2019 02 25      
Openbaar Groen 02 87 87    
Incidenteel beschikbaar gesteld (2016-2018) voor de omgevingswet 03 55      
Voor de jaren 2017 t/m 2019 is budget toegekend voor de  voorbereidingskosten m.b.t. het Logistiek Ecopark IJsselvallei. 03 95      
Incidenteel beschikbaar gesteld voor cultuurbeleid 2018-2020 (cultuurmaker, stimulering culturele activiteiten en gecertificeerde musea) 03 38 38    
Voor de jaren 2018 t/m 2020 is budget beschikbaar gesteld voor Milieu educatie. 04 10 10    
Incidenteel budget voor vervanging van kantoormeubilair 2017-2019 05 20      
Organisatievisie: Resultaat gericht werken. Beschikbaar gesteld voor 2017-2019 05 25      
Post onvoorzien 90 15 15 15 15
Totaal primitief geraamde incidentele lasten   381 150 15 15
           
Primitief geraamde incidentele baten:          
Voor de jaren 2017 t/m 2019 is budget toegekend voor de voorbereidingskosten m.b.t. Het Logistiek Ecopark IJsselvallei, dekking uit de algemene reserve
90 95      
Incidenteel beschikbaar gesteld budget voor Milieu educatie (2018-2020).   10 10
   
Totaal primitief geraamde incidentele baten   105 10 0 0
           
Materiaal saldo (primitieve begroting)   -91 95 350 691

(bedragen x € 1.000)

Tot de incidentele baten en lasten worden de lasten en baten gerekend die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Ook de post onvoorzien wordt tot de incidentele lasten gerekend.

Een materieel sluitende begroting is voor onze toezichthouder de provincie Gelderland een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor repressief begrotingstoezicht.

 

Financieringsstructuur

De begrote financieringsstructuur is per 1 januari als volgt:

  2019 2020 2021 2022
Boekwaarde investeringen 25.255.988 23.981.293 22.742.877 21.519.817
Uitgeleende langlopende geldleningen 3.808.788 3.590.255 3.378.799 3.165.892
Totaal 29.064.776 27.571.548 26.121.676 24.685.709
Opgenomen langlopende geldleningen 0 0 0 0
Eigen financieringsmiddelen 31.279.644 31.338.099 31.591.304 31.782.970
Financieringssaldo 2.214.868 3.766.551 5.469.628 7.097.261
  overschot overschot overschot overschot

 

Reserves en voorzieningen

De reserves kunnen worden onderverdeeld in de algemene reserve en de bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. De algemene reserve bestaat uit componenten van het eigen vermogen waaraan de gemeenteraad geen bepaalde bestemming heeft gegeven. Kenmerkend voor reserves is dat ze:

  • Worden gevormd door bestemming van het resultaat;
  • Vrij besteedbaar zijn;
  • Tot het eigen vermogen behoren.

Voorzieningen behoren tot het vreemde vermogen en worden gevormd wegens:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten;
  • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorzienig strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Voorzieningen moeten precies de omvang hebben van de achterliggende verplichting of risico. Zo mogen niet kleiner maar ook niet groter zijn. De primitieve begrote stand en het verloop van de reserves en voorzieningen.

De primitief begrote stand en het verloop van de reserves en voorzieningen:

Algemene reserves

Saldo

01-01-2019

Vermeerderingen Verminderingen Saldo 31-12-2019
Algemene reserve immobiel 1.104.724      1.104.724 
Algemene reserve mobiel 1.865.113    105.000  1.760.113 
Reserve achtergestelde lening Vitens immobiel 716.100      716.100 
Reserve verkoop aandelen Nuon immobiel 5.573.291      5.573.291 
Totaal algemene reserve 9.259.228    105.000  9.154.228 
Bestemmingsreserves

Saldo

01-01-2019

Vermeerderingen Verminderingen Saldo 31-12-2019
Arbeidsintegratie 93.031      93.031
Arbeidsvoorwaardenmaatregelen 53.322  5.104  2.500  55.926
GBA audit 18.149  2.000    20.149
Kapitaallasten 11.467.134  83.941  598.117  10.952.958
Verkiezingen 36.291  10.281  10.821   36.291
Gladheidsbestrijding 33.375  8.894  8.894  33.375
Mobiliteitsfonds parkeercapaciteit 30.623       30.623
Structuur en bestemmingsplannen 1.370       1.370
Openbare verlichting 53.941  83.941  83.941   53.941
Huisvesting onderwijs (IHP) 46.225  20.845    67.070
Vervanging speeltoestellen 138.520  413    138.933
Reserve BUIG-budget (inkomensdeel WWB) 849.811  200.000    1.049.811
Reserve decentralisaties 509.000       509.000
Exploitatie Riolering 462.520       462.520
Meerjaren Investerings Agenda (MIA) 2.701.600     2.701.600
Bestemmingsreserve Presikhaaf Bedrijven 500.000     500.000
Bestemmingsreserve digitaal werken 78.920     78.920
Bestemmingsreserve inrichtingsplan Sociaal Domein 265.690     265.690
Totaal Bestemmingsreserves  17.339.521 415.419 703.733  17.051.207
Voorzieningen

Saldo

01-01-2019

Vermeerderingen Verminderingen Saldo 31-12-2019
Wegen 890.943 234.715   1.125.658
Onderhoud gemeentegebouwen 595.664  327.585  113.751  809.498 
Wachtgeldverplichtingen 300.315      300.315 
Elementen openbare ruimte 46.412  16.600  16.600  46.412 
Vrz. Complex Bedrijventerrein 19.109      19.109 
Vrz. Wachtgeldverlichtingen eigen personeel 167.859      167.859 
Vrz. Vervangingsinvesteringen riolering 903.413  111.978   1.015.391 
Vrz. Niet gerealiseerde kapitaallasten riolering 1.740.810    108.848 1.631.962 
Vrz. Complex De Ark 16.460     16.460
Totaal Voorzieningen 4.680.985  690.878 239.199  5.132.664

Recapitulatie

Saldo

01-01-2019

Vermeerderingen Verminderingen Saldo 31-12-2019
Totaal algemene reserve 9.259.228  105.000  9.154.228 
Totaal bestemmingsreserves 17.339.521  415.419 703.733  17.051.207
Totaal voorzieningen 4.680.985  690.878 239.199  5.132.664
Totaal eigen financieringsmiddelen 31.279.734  1.106.297  1.047.932  31.338.099
Verplichtingen t.l.v. algemene reserve 2019 2020 2021 2022
Beginstand 9.259   9.154 9.144  9.144
Toevoegingen        
         
Onttrekkingen        
Voorbereidingskosten Ecopark IJssel Vallei (conform raadsbesluit 20-04-2017). 95      
Dekking budget Natuur en Milieu Educatie (conform Kadernota 2018) 10 10    
         
Eindstand 9.154  9.144  9.144 9.144 

(bedragen x € 1.000)

 

Overige financiële onderwerpen

Fonds Culturele Doeleinden

Op 26 januari 2012 is het Fonds Culturele Doeleinden overgenomen door de gemeente. Het fonds heeft tot doel renteloze leningen te verstrekken aan verenigingen, stichtingen en dergelijke indien deze zonder winstoogmerk de bevordering van de culturele belangen beogen. Momenteel bevat het fonds nog afgerond € 52.900. De volgende leningen zijn verstrekt:

Openstaande leningen Fonds Culturele Doeleinden Openstaande lening per 31-12-2019
Rivalen 16,9 
Stichting Kegelsport 14,0 
Streekmuseum de Roode Tooren 2,5 
Stichting Behoud en Bevordering Fruitcultuur 15,0 
Stoelbroederschap Martinikerk Doesburg 4,5 

 (bedragen x € 1.000)

 

EMU Saldo

Nederland maakt deel uit van de Europese Monetaire Unie (EMU). In het verdrag van Maastricht is in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact afgesproken, dat alle landen die onderdeel uitmaken van de EMU, maximaal een totaal kasstroomtekort (van de totale overheid) hebben van 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In Nederland vormt het begrotingstekort van het Rijk, de begrotingstekorten van de lokale overheden en die van de sociale fondsen het totale EMU-saldo van Nederland. Dit tekort mag dus niet groter zijn dan 3% van het BBP.

In 2004 hebben Rijk en medeoverheden afgesproken dat het EMU-tekort van medeoverheden maximaal -0,5% BBP mag bedragen. Op basis van de overeengekomen macroreferentiewaarde van -0,5% BBP wordt per jaar een berekening gemaakt van de individuele referentiewaarden voor gemeenten, provincies en waterschappen.

Met ingang van de begroting 2006 zijn gemeenten verplicht in de financiële begroting inzicht te geven in het EMU saldo van de eigen gemeente over het jaar t-1, t en t+1 aan de hand van de onderstaande tabel:

    B 2018 B 2019 B 2020
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -1.369 -523  -83
+2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie  1.176 1.275 1.276
+3 Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie  414 456 471
-4 Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd -3.701 -2.468 -2.468
+5 Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europse Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4      
+6 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit de desinvesteringen in (im)materiële zaken vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord      
-7 Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)      
+8

Baten bouwgrondexploitatie:

Baten voor zover transactie niet op exploitatie verantwoord

     
-9 Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen -400 -239 -180
-10 Lasten i.vm. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten lasten van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten      
-11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen      
  Berekend EMU-saldo gemeente Doesburg -3.880 -1.499 -984

(bedragen x € 1.000)

Geconcludeerd wordt dat de gemeente Doesburg naar verwachting binnen de in het verleden afgegeven referentiewaarde blijft.