Paragrafen
Paragraaf A | Lokale heffingen
Terug naar navigatie - - Paragraaf A | Lokale heffingenParagraaf A | Lokale heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - Paragraaf A | Lokale heffingenInleiding
In deze paragraaf geven wij inzicht in de tarieven en de inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen. De lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. De inkomsten worden voor het merendeel opgebracht door inwoners en voor een kleiner deel door bedrijven. De heffing vindt plaats op basis van verordeningen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld.
De lokale heffingen bestaan uit het totaal van belastingen, rechten en (bestemmings-)heffingen.
- Belastingen: de inkomsten uit belastingen zijn niet gelabeld en kunnen daarom voor alle gemeentelijke taken en/of voorzieningen worden ingezet. Voorbeelden zijn de onroerendezaakbelasting (OZB) en toeristenbelasting
- (Bestemmings-)heffingen: worden geheven voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. De inkomsten kunnen uitsluitend besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. Voorbeelden zijn de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor deze heffingen geldt dat de gemeente niet meer in rekening mag brengen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt.
- Rechten: worden geheven voor diensten die geleverd worden aan een individuele aanvrager. Rechten worden ook wel leges of retributies genoemd. Voorbeelden zijn het aanvragen van een rijbewijs, het aanvragen van een omgevingsvergunning en de lijkbezorging. Bij het heffen van rechten gelden beperkingen: er mag geen winst gemaakt worden op de diensten en voor een aantal diensten heeft de rijksoverheid een maximumtarief bepaald.
In de paragraaf lichten we de volgende onderdelen toe:
- Het beleid.
- De inkomsten uit lokale heffingen en de kostendekking.
- Kwijtschelding.
- De lokale lastendruk.
Het beleid
De gemeenteraad bepaalt via verordeningen welke gemeentelijke lokale lasten inwoners betalen alsook de hoogte van de tarieven. De verordeningen voor het jaar 2025 zijn in december 2024 door de raad vastgesteld. De tarieven voor de lokale heffingen zijn in 2025 gemiddeld met 9,6 % verhoogd ten opzichte van 2024.
Bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkenheid. Eventuele voor- en nadelen worden via de egalisatievoorziening vereffend.
Voor 2025 gelden de volgende tarieven:
| 2024 vastgesteld | 2025 vastgesteld | |
| Onroerendezaakbelasting eigenaren woning | 0,1209% | 0,1342% |
| Onroerendezaakbelasting eigenaren niet-woning | 0,1952% | 0,2114% |
| Onroerendezaakbelasting gebruiker | 0,1314% | 0,1406% |
| Afvalstoffenheffing per perceel | € 239,45 | € 249,45 |
| Afvalstoffenheffing per aanbieding | diftar | diftar |
| Rioolheffing per m3 | € 2,55 | € 3,00 |
Overzicht lokale heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - Overzicht lokale heffingenOverzicht lokale heffingen en geraamde inkomsten
De lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten. De belastingen dienen ter dekking van de algemene uitgaven van de gemeente en zijn in principe vrij besteedbaar. De rechten dienen ter dekking van de kosten die de gemeente maakt voor individuele dienstverlening aan de burger en zijn dus niet vrij besteedbaar.
In onderstaand overzicht zijn de gerealiseerde cijfers voor 2025 opgenomen. Ter vergelijking zijn ook de cijfers vermeld uit de begroting 2025.
Omschrijving |
Begroting |
Realisatie |
|||
|---|---|---|---|---|---|
Leges (excl. leges omgevingsvergunning) |
199.341 |
321.460 |
|||
Parkeerheffingen |
537.012 |
593.454 |
|||
Lig-, haven- en kadegelden |
101.309 |
80.697 |
|||
Marktgeld |
4.557 |
2.618 |
|||
Afvalstoffenheffing |
1.758.344 |
1.805.275 |
|||
Rioolheffing |
1.411.220 |
1.476.724 |
|||
Lijkbezorgingsrechten |
76.679 |
84.801 |
|||
Leges omgevingsvergunning |
354.258 |
95.759 |
|||
Onroerendezaakbelastingen |
2.772.480 |
2.815.245 |
|||
Hondenbelasting |
58.840 |
51.340 |
|||
Precariobelasting |
25.682 |
25.794 |
|||
Toeristenbelasting |
421.470 |
576.061 |
|||
Roerende-zaakbelastingen |
2.083 |
3.406 |
|||
Reclamebelasting/BIZ heffing |
55.512 |
58.240 |
|||
TOTAAL |
7.778.787 |
7.990.873 |
Belastingen
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - BelastingenBelastingen
De gemeente kan alleen een belasting heffen als de wet daar de bevoegdheid toe geeft. De opbrengsten van de algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten vrij te besteden zijn. Het gaat om de onroerende zaakbelastingen, toeristenbelasting, hondenbelasting, parkeerbelasting en reclamebelasting.
Onroerende zaakbelasting
Onroerende zaakbelastingen (OZB) zijn de belastingen op de waarde van een woning of bedrijf. Voor woningen mag alleen een eigenarenbelasting in rekening worden gebracht. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt ieder jaar van elk object de waarde vastgesteld. Deze waarde vormt de grondslag voor de berekening van de OZB aanslagen. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. Stijgt de waarde dan moeten de tarieven neerwaarts worden bijgesteld om de opbrengst niet meer te laten stijgen dan de inflatiecorrectie. De opbrengsten zijn conform de verwachting.
Parkeerbelasting
Parkeerbelastingen worden geheven voor:
a. een verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze;
b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende dagkaart voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die dagkaart aangegeven plaats en wijze.
Door consequente controles neemt de betalingsbereidheid toe en stijgen de inkomsten.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen vergoeding houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente. De opbrengst is ruim hoger dan de begroting. Het aantal overnachtingen op met name campings is opnieuw fors hoger dan voorgaande jaren. De begroting voor de komende jaren zal hierop worden aangepast, nu het aantal overnachtingen structureel hoger blijkt te zijn.
Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het in gebruik nemen van gemeentegrond, zoals bv. terrassen, voorwerpen voor reclamedoeleinden en bouwsteigers. De opbrengst is in lijn met de begroting.
Hondenbelasting
De hondenbelasting is een directe belasting die wordt geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. De opbrengst is iets lager uitgekomen dan de raming. In december 2025 is door de gemeenteraad een motie aangenomen tot afschaffing van de hondenbelasting.
Reclamebelasting/BIZ heffing
Tot en met 2024 werd er in Doesburg reclamebelasting geheven. Met de invoering van de Bedrijveninvesteringszone vervalt de bestaande reclamebelasting. Een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een duidelijk afgebakend gebied, bijvoorbeeld een industrieterrein, bedrijventerrein of winkelgebied, waarin alle ondernemers gezamenlijk investeren in het verbeteren van hun omgeving. In Doesburg is dit de binnenstad. De BIZ zorgt ervoor dat alle ondernemers binnen de zone automatisch meedoen en belasting betalen in de vorm van een BIZ-bijdrage. De gemeente int de bijdrage en draagt deze vervolgens als subsidie over aan Stichting Centrum Belang Doesburg (SCBD), die de gezamenlijke plannen uitvoert. De Stichting voert activiteiten uit om het centrum van Doesburg sterker te maken en aantrekkelijker voor bewoners, bezoekers en ondernemers. Iedere ondernemer in de binnenstad van Doesburg profiteert hiervan.
Bestemmingsheffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - BestemmingsheffingenDe inkomsten uit bestemmingsheffingen kunnen uitsluitend besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. De gemeente mag bij de begroting niet meer in rekening brengen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Mee- of tegenvallers worden verrekend met de egalisatievoorziening.
Rioolheffing |
||
|---|---|---|
In 2023 is het Watertakenplan Olburgen (WTPO) 2023-2027 vastgesteld. Hierin is aangegeven hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgtaken op het gebied van riolering, water en klimaatadaptatie (DPRA). Een belangrijk uitgangspunt van het nieuwe plan is het op lange termijn betaalbaar houden van de rioolheffing voor de inwoners. In onderstaand overzicht is de kostendekking voor riolering weergegeven. |
||
Taakveld |
Begroting |
Realisatie |
Lasten |
||
7.2 Riolering |
919.393 |
822.536 |
0.4 Overhead incl btw en rente |
447.332 |
450.747 |
2.1 Straatreiniging |
53.433 |
57.328 |
6.3 Kwijtschelding |
75.000 |
64.050 |
0.10 storting vrz vervangingsinvest. |
187.243 |
187.243 |
Totaal lasten |
1.682.401 |
1.581.904 |
Baten |
||
7.2 Opbrengst heffingen |
1.411.220 |
1.476.724 |
0.10 onttrekking egalisatievrz. |
271.181 |
105.180 |
Totaal baten |
1.682.401 |
1.581.904 |
Dekkingspercentage |
100% |
100% |
In 2025 zijn de opbrengsten hoger dan de begrote opbrengsten. De rioolheffing wordt berekend op basis van het waterverbruik. Daardoor kunnen de baten behoorlijk schommelen. In 2025 is een hogere afrekening over 2024 ontvangen dan verwacht. Schommelingen in de opbrengsten kunnen worden gecompenseerd door een storting of onttrekking aan de egalisatievoorziening. Bij vaststelling van het nieuwe watertakenplan is al aangegeven dat het te overwegen is om de heffingsmethodiek in de nabije toekomst te herzien. Hiervoor zijn in 2025 voorbereidingen getroffen. In 2026 wordt een voorstel tot wijzigen van de heffingsgrondslag uitgewerkt. De lasten waren in 2025 lager dan de begrote lasten. Doordat investeringen later zijn gerealiseerd worden de kapitaallasten voor deze investeringen ook later gerealiseerd. Daarnaast is in 2025 minder geïnspecteerd en minder besteed aan nieuwe watertaken, o.a. vanwege gebrek aan capaciteit. |
||
Afvalstoffenheffing |
||
De kosten van de afvalinzameling worden gedekt door de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. Dit gebeurt op basis van 100 % kostendekkendheid. Daarnaast worden de opbrengsten uit de milieustraat door medegebruik van buurgemeenten ook meegenomen in de dekking. In onderstaand overzicht is de kostendekking voor afval weergegeven. |
||
Taakveld |
Begroting |
Realisatie |
Lasten |
||
7.3 Afval |
1.484.851 |
1.723.846 |
0.4 Overhead incl btw en rente |
315.436 |
383.317 |
2.1 Straatreiniging |
113.433 |
108.733 |
6.3 Kwijtschelding |
85.000 |
94.241 |
0.10 Toevoeging egalisatievoorziening |
10.926 |
14.767 |
Totaal lasten |
2.009.646 |
2.324.904 |
Baten |
||
7.3 Opbrengst belastingen |
1.758.344 |
1.692.973 |
7.3 Overige opbrengsten |
251.302 |
631.930 |
Totaal baten |
2.009.646 |
2.324.903 |
Dekkingspercentage |
100% |
100% |
In de loop van 2024 is de wijze van factureren door afvalverwerker Circulus gewijzigd, hierdoor ontstaat meer inzicht in baten en lasten die voorheen gesaldeerd werden. Zo worden de heffingen die aan milieustraat worden ontvangen niet meer gesaldeerd met de lasten, maar separaat als bate verantwoord. Hierdoor heeft in 2025 een verschuiving in baten en lasten plaats gevonden. Doordat in 2025 meer heffingen werden ontvangen dan de lasten bedroegen werd er een bedrag van € 14.767 toegevoegd aan de egalisatie voorziening. Hiermee kunnen mogelijke tariefstijgingen in de toekomst worden opgevangen. De tarieven voor 2026 zijn minder verhoogd dan de te verwachten kostenstijgingen voor afvalinzameling. |
||
Rechten
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - RechtenRechten
Rechten worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. Bij het heffen van rechten geldt dat er geen winst gemaakt mag worden op de diensten. De belangrijkste rechten zijn de leges die geheven worden op basis van de legesverordening. Ook de marktgelden en de lijkbezorgingsrechten horen bij dit onderdeel. De leges voor algemene dienstverlening viel in 2025 hoger uit vanwege de paspoortpiek. De leges omgevingsvergunningen is afhankelijk van het aantal aangevraagde en verleende omgevingsvergunningen. Deze leges viel lager uit vanwege een lager aantal verleende omgevingsvergunningen dan begroot., door o.a. stikstofproblematiek.
Overzicht leges (inkomsten en kostendekking) |
|||
|---|---|---|---|
Begroting 2025 |
realisatie 2025 |
||
Leges algemene dienstverlening (hoofdstuk 1) |
€ 156.535 |
€ 272.374 |
|
Leges leefomgeving en omgevingsvergunning (hoofdstuk 2) |
€ 355.133 |
€ 101.268 |
|
Leges dienstverlening (hoofdstuk 3 vallend onder de Europese dienstenrichtlijn) |
€ 41.174 |
€ 43.577 |
|
Totaal |
€ 552.842 |
€ 417.219 |
|
Overzicht kostendekking |
|||
Begroting 2025 |
realisatie 2025 |
||
Leges algemene dienstverlening (hoofdstuk 1) |
|||
Lasten |
€ 741.724 |
€ 847.153 |
|
Opbrengst leges |
€ 156.535 |
€ 272.374 |
|
Dekkingspercentage |
21% |
32% |
|
Leges leefomgeving en omgevingsvergunning (hoofdstuk 2) |
|||
Lasten |
€ 491.283 |
€ 440.027 |
|
Opbrengst leges |
€ 355.133 |
€ 101.268 |
|
Dekkingspercentage |
72% |
23% |
|
Leges dienstverlening (vallend onder de Europese dienstenrichtlijn) (hoofdstuk 3) |
|||
Lasten |
€ 204.491 |
€ 207.709 |
|
Opbrengst leges |
€ 41.174 |
€ 43.577 |
|
Dekkingspercentage |
20% |
21% |
|
Kosten leges totaal |
€ 1.437.498 |
€ 1.494.889 |
|
Opbrengsten leges totaal |
€ 552.842 |
€ 417.219 |
|
Dekkingspercentage legesverordening |
38% |
28% |
|
Lijkbezorgingsrechten |
|||
Taakveld |
Begroting |
Realisatie |
|
Lasten |
|||
7.5 Begraafplaatsen |
92.203 |
90.669 |
|
0.4 Overhead |
40.975 |
46.046 |
|
Totaal lasten |
133.178 |
136.715 |
|
Baten |
|||
Opbrengsten belastingen |
74.247 |
84.801 |
|
Overige opbrengsten |
1.534 |
||
Totaal baten |
78.231 |
78.231 |
|
Dekkingspercentage |
59% |
62% |
|
Marktgeld |
|||
Taakveld |
Begroting |
Realisatie |
|
Lasten |
|||
3.3. Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen |
14.513 |
11.269 |
|
0.4 Overhead |
10.720 |
10.720 |
|
Totaal lasten |
25.233 |
21.989 |
|
Baten |
|||
Opbrengst marktgelden |
5.828 |
2.618 |
|
Dekkingspercentage |
23% |
12% |
|
Lokale lastendruk
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - Lokale lastendrukDe lokale lastendruk vergeleken
Op de website van de provincie Gelderland zijn de gegevens te vinden van de belastingdruk per inwoner per Gelderse gemeente. Om een indruk te geven van de lokale belastingdruk van de gemeente Doesburg in regionaal verband wordt het onderstaande overzicht opgenomen:
Gemeente |
Belastingdruk per inwoner 2025 |
Belastingdruk per inwoner 2024 |
|
|---|---|---|---|
Rheden |
548 |
482 |
|
Westervoort |
504 |
477 |
|
Montferland |
511 |
487 |
|
Doesburg |
534 |
474 |
|
Zevenaar |
551 |
532 |
|
Duiven |
538 |
477 |
|
Doetinchem |
523 |
505 |
|
Bronckhorst |
508 |
484 |
|
Gemiddelde Gelderland |
551 |
519 |
|
Kwijtscheldingsbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf A | Lokale heffingen - KwijtscheldingsbeleidKwijtschelding
Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente is van toepassing op de afvalstoffenheffing, de rioolheffing (gebruikersdeel) en de lijkbezorgingsrechten. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De uitvoeringsregeling kent een drietal toetsen, die het mogelijk maken om de financiële situatie van de belastingplichtige te beoordelen: de inkomenstoets, de vermogenstoets en de schuldentoets. De gemeente Doesburg heeft in de Verordening kwijtscheldingen gemeentelijke belasting 2023 haar keuzes vastgelegd.
In de jaarrekening 2025 zijn de kosten voor kwijtschelding opgenomen onder Programma 2. Voor 2025 was een bedrag van € 162.319 begroot. Er is een bedrag van € 158.291 aan kosten gemaakt voor kwijtschelding.
Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - - Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersingParagraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersingWeerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Daarbij worden de risico's meegenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is - tenzij anders vermeld in deze paragraaf - gebaseerd op de situatie eind 2025. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten - die onverwachts en substantieel zijn - te kunnen afdekken. De weerstandscapaciteit van de gemeente Doesburg is:
Onderdeel |
Bedrag |
|---|---|
Algemene reserve |
7.572.778 |
Onvoorzien |
55.000 |
Totale weerstandcapaciteit |
7.627.778 |
Algemene reserve
De algemene reserve bedraagt per 31-12-2025 € 7.572.778. Per ultimo 2025 zijn er geen onttrekkingen geraamd.
Onvoorzien
Voor de post onvoorzien is een bedrag van €15.000 opgenomen in de begroting. Daarnaast is er nog een vrij budget van € 10.000 per pijler opgenomen. Daarmee komt het totaal op € 55.000.
Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die nog mogelijk is voor een tariefsverhoging OZB alvorens men toe kan treden als artikel 12 gemeente. We nemen echter hier geen post meer voor op aangezien dit niet op korte termijn kan worden ingezet en daarom niet geschikt is om incidentele tegenvallers op te vangen.
Inventarisatie van de risico’s
Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen.
Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg
Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op 4 manieren worden aangepakt:
- Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;
- Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;
- Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;
- Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen.
Risico’s en beheersing
Hieronder worden de geïnventariseerde risico's benoemd en wordt tevens aangegeven op welke wijze we de risico's proberen te beheersen.
Cybercrime
De kans is reëel dat ook de gemeente Doesburg in de komende jaren een keer het slachtoffer wordt van een cybercriminaliteit. In het ergste scenario wordt er dan binnengedrongen in onze ICT omgeving, wordt er mogelijk kwaadaardige software geïnstalleerd; mogelijk bestanden onbruikbaar gemaakt of data buitgemaakt, die ongewenst openbaar gemaakt kan worden. In zo’n situatie worden we geconfronteerd met hoge kosten. Kosten i.v.m. analyseren van de omvang van de schade die ontstaan is; herstellen van de systemen en de mogelijk versleutelde gegevens. Ook krijgen we in zo’n situatie te maken met uitvoerende processen die stil komen te liggen en mogelijke gevolgschade hiervan. Ook zal er mogelijk sprake zijn van imagoschade en schade door identiteitsfraude.
Om deze risico's te beheersen zijn er o.a. de volgende maatregelen genomen:
- We maken gebruik van de diensten en expertise van ICT samen (uitvoering door de gemeente Doetinchem)
- We beveiligen de toegang tot onze digitale werkomgeving m.b.v. 2FA
- We investeren in bewustwording bij personeel en staf op gebied van Informatieveiligheid
Fluctuaties gemeentefonds
De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt zo'n 60% deel uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en dat nadelige gemeentefondsontwikkelingen daarom de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk kunnen zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft een omvang van rond de 31,5 miljoen euro in 2025. Het risico van fluctuaties is laag ingeschat op 1% omdat vanwege de nieuwe normeringssystematiek. De nieuwe normeringssystematiek volgt de meerjarige ontwikkeling van het nominale bruto binnenlands product. De uitkering in 2025 was overigens hoger dan bij aanvang geraamd. Voor de suppletie uitkering die wij ontvangen naar aanleiding van de herverdeling van het gemeentefonds, die van toepassing is vanaf het jaar 2023, nemen we een post op van € 600.000. Dit is ongeveer 50% van de suppletie uitkering. Met de suppletie uitkering worden nadeel gemeenten gecompenseerd voor het nadeel groter dan € 37,50 per inwoner als gevolg van de herverdeling. Verwacht wordt dat er in 2026 meer duidelijkheid komt.
Open einde regelingen sociaal domein
Het sociaal domein bevat een aantal open einde regelingen. Dit betreft dan met name de Participatiewet, de Jeugdzorg en de WMO. De laatste jaren zijn de budgetten voor de Jeugdzorg en WMO niet toereikend gebleken. Het risico is ingeschat op € 750.000 met een kans van 50%.
Beheersing: de invloedsfeer is beperkt door autonome ontwikkelingen, bv. aantal en zwaarte van de in te zetten zorg. In 2025 maken we gebruik van een praktijk ondersteuner van de huisarts (POH). Hierdoor verwachten we de doorverwijzing naar specialistische zorg te beperken. In 2024 hebben wij ca.€ 1.6 miljoen meer uitgegeven dan begroot als gevolg van de forse tariefaanpassingen n.a.v. het kostprijs onderzoek.
Verbonden partijen
Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf “Verbonden partijen”. Door onverwachte tegenvallers in hun exploitatie is er een risico dat verbonden partijen in een bepaald jaar een hogere bijdrage nodig hebben dan begroot . Deze tegenvallers worden in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Het maximale risico was bij de begroting ingeschat op € 500.000 met een kans van 10%.
Beheersing: We monitoren de ontwikkelingen van de verbonden partijen via tussentijdse rapportages. De invloed op tegenvallers gedurende het jaar is echter beperkt.
Ontwikkeling arbeidsmarkt
Door schaarste op de arbeidsmarkt kan er een situatie ontstaan waarbij bepaalde vacatures lastig tijdig en adequaat kunnen worden ingevuld, waardoor relatief duurdere inhuur noodzakelijk is.
Verleende gemeentegaranties en aan derden verstrekte geldleningen
In de begroting was voor de gemeentegaranties een risico opgenomen van € 200.000. Het saldo waarvoor de gemeente nog garant staat is gedaald tot onder de € 2 miljoen. Voor verstrekte geldleningen wordt geen bedrag meer opgenomen. Het risico op verstrekte geldleningen betreft vooral een theoretisch risico. Op basis van het treasury statuut zijn er strenge eisen aan het verstrekken van leningen gesteld en wordt er zekerheid gevraagd. De leningen die niet bezwaard zijn met een hypothecaire lening zijn verstrekt aan organisaties die voldoende inkomsten genereren om de rente en aflossing te kunnen betalen. Het saldo waarvoor de gemeente nog garant staat is gedaald tot onder de € 2 miljoen. In 2024 hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
Totaal risico's
In de onderstaande tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien:
Risico's |
Kans |
Maximaal risico |
kans x financieel gevolg |
|---|---|---|---|
Cybercrime |
25% |
1.000.000 |
250.000 |
Fluctuaties gemeentefonds |
1% |
31.500.000 |
315.000 |
Vervallen suppletie uitkering gemeentefonds |
50% |
1.200.000 |
600.000 |
Open einde regelingen sociaal domein |
50% |
750.000 |
375.000 |
Personeel |
80% |
600.000 |
480.000 |
Verbonden partijen |
25% |
500.000 |
125.000 |
Verleende garanties en geldleningen |
10% |
1.600.000 |
160.000 |
Totaal |
37.150.000 |
2.305.000 |
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Bij de vaststelling van de Nota reserves en voorzieningen is de minimale waarde van de weerstandsratio bepaald op 2. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt is het weerstandsvermogen voldoende.
Weerstandsvermogen: |
Ratio |
|---|---|
Weerstandscapaciteit |
7.627.778 |
Risico's |
2.305.000 |
Weerstandsvermogen |
3,3 |
Het weerstandsvermogen is van voldoende niveau om, wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet, de incidentele lasten op te vangen. |
Kengetallen
De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het voor de raad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen.
Kengetallen |
Werkelijk 2024 |
Raming 2025 |
Werkelijk 2025 |
||
|---|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote |
12,69% |
28,5% |
10,9% |
||
Netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen |
5,1% |
20,6% |
3,9% |
||
Solvabiliteitsrisico |
64,0% |
52,9% |
54,8% |
||
Grondexploitatie |
0,2% |
0,0% |
0,7% |
||
Structurele exploitatieruimte |
1,1% |
-0,9% |
6.0% |
||
Belastingcapaciteit |
106,6% |
113,0% |
114,7% |
||
Toelichting kengetallen
Terug naar navigatie - Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting kengetallenNetto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een schuldquote van minder dan 90% wordt als goed beoordeeld (minst risicovol).
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een ratio tussen de 20 en 50% wordt als goed beoordeeld. Daar zit Doesburg ruim boven.
Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Een waarde van het kengetal onder de 20% wordt als goed beoordeeld.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positieve waarde geeft aan dat de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of de mate waarin er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit van de gemeente is afgezet tegen het landelijk gemiddelde.
Solvabiliteit
Terug naar navigatie - Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - SolvabiliteitParagraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - - Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederenParagraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederen - Paragraaf C | Onderhoud kapitaalgoederenIn deze paragraaf wordt achtereenvolgens voor de kapitaalgoederen wegen, riolering/water, civiele kunstwerken, openbaar groen, gebouwen, openbare verlichting en speelgelegenheden aandacht gegeven aan het beleidskader, het beheer/de ontwikkelingen en de financiële consequenties.
Wegen
Beleidskader
De gemeente heeft de plicht de openbare wegen te onderhouden. Hiervoor is het Beleids- en beheerplan wegen in 2017 vastgesteld, voor een periode van 5 jaar. In overeenstemming met de Nota ruimtelijke kwaliteit (NRK) werkt Doesburg met beeldkwaliteiten. In 2023 is gestart met het Meerjaren Investerings Plan wegen Plus. Dit plan is in 2024 vastgesteld en wordt periodiek bijgesteld. Voor het onderhoud van de wegen is het Beheerplan Wegen Doesburg 2026-2030 geschreven. Dit plan is vastgesteld in 2026
Kerncijfers
Het gemeentelijk wegennet omvat ongeveer 630.000 m2 verharding:
ongeveer 187.000 m2 asfalt (rijwegen en fietspaden);
ongeveer 431.000 m2 element verharding (woonstraten, voet- en fietspaden);
ongeveer 13.300 m2 cement beton verharding (fietspaden).
Beheer en ontwikkelingen
Het wegenareaal is met de benodigde kenmerken vastgelegd in een beheerapplicatie. De staat van de wegen wordt via inspecties actueel gehouden. Met de beheerapplicatie wordt een onderhoudsplanning opgesteld, die de basis vormt van het onderhoudsplan. In het onderhoudsplan wordt onderscheid gemaakt tussen rehabilitatie, groot onderhoud en klein onderhoud. Rehabilitatie betreft een volledige vervanging van de weg inclusief fundatie. Groot onderhoud betreft de voorziene, uit inspecties voortkomende werkzaamheden. Voor het groot onderhoud wordt in 2025 een nieuw plan ter vaststelling voorgelegd. Klein onderhoud betreft reparaties en dergelijke uit bijvoorbeeld meldingen van inwoners. Voor rehabilitatie wordt een krediet aangevraagd. De kosten voor groot onderhoud worden onttrokken aan de voorziening onderhoud wegen. Voor het klein onderhoud wordt jaarlijks een exploitatiebudget opgenomen in de Programmabegroting. Waar mogelijk wordt een project integraal opgepakt, bijvoorbeeld met de aanleg van riolering of een combinatie van rehabilitatie en groot onderhoud. Bij de werkzaamheden is oog voor duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit. Zoals energie- en materiaal gebruik. Een voorbeeld is asfalt met wegdekreflectie, waarbij minder openbare verlichting nodig is.
Vanuit het Meerjaren Investeringsplan Wegen plus is in 2025 aan de volgende projecten gewerkt:
In 2025 is de eerste fase van het project Rehabilitatie Angerloseweg, Bingerdenseweg en Breedestraat afgerond. De tweede fase van het project wordt uitgevoerd bij realisatie van het plan Centrum Beinum, hierbij wordt mogelijk het bestaande tracé gewijzigd. In 2025 is de eerste fase van het project Flora 23 (Betulastraat en Notenstraat) afgerond, de uitvoering van de tweede fase(Ribesstraat-Prunusstraat-van Tuyllplein) staat gepland voor het tweede halfjaar van 2026. In 2025 is de rehabilitatie van de Koppelweg en de Oranjesingel uitgevoerd. Daarnaast zijn er in 2025 voorbereidingen getroffen voor de volgende projecten; Fietspad Didamseweg (geplande uitvoering; 2026) en Kraakselaan (geplande uitvoering; 2027)
In 2025 is alleen aan de elementenverharding het noodzakelijke onderhoud gepleegd, voornamelijk in de wijk Beinum. Het asfaltonderhoud zal in 2026 plaatsvinden. De mate van onderhoud wordt o.a. afgestemd op de kwaliteit van het riool en de invloed van de wegencategorisatie.
Riolering / watertaken
Beleidskader
In 2023 is het Watertakenplan Olburgen (WTPO) 2023-2027 vastgesteld. Hierin is aangegeven hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgtaken op het gebied van riolering, water en klimaatadaptatie (DPRA). Een belangrijk uitgangspunt van het nieuwe plan is het op lange termijn betaalbaar houden van de rioolheffing voor de inwoners en klimaatbestendigheid. Het is de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit houdt in dat 30% van het verharde oppervlak dat loopt op een gemengd rioolstelsel afgekoppeld moet zijn.
Kerncijfers
• ongeveer 30,5 kilometer vrij verval regenwater riool
• ongeveer 23 kilometer vrij verval vuilwater riool
• ongeveer 28 kilometer vrij verval gemengd riool
• ongeveer 22 kilometer persleiding
• ongeveer 3 kilometer duikers
• ongeveer 12 wadi's
• 13 gemalen en 57 drukriool units
• 3.600 kolken en 1,5 kilometer lijngoot.
Beheer en ontwikkelingen
In de periode 2023 tot en met 2027 investeren we in vernieuwing van de infrastructuur (vervanging en renovatie), aanpak van wateroverlast en het verbeteren, verduurzamen en klimaatbestendig maken.
In 2025 zijn de volgende projecten gestart en/of afgerond:
Het project relining riool Kraakselaan is uitgevoerd en afgerond. De gemalen Eekstraat en De Ooi worden aangepast, gemaal Eekstraat is in uitvoering, gemaal De Ooi is voorbereid voor uitvraag in 2026. In 2025 is er een hemelwaterriool aangelegd in de Oranjesingel en de Koppelweg, hierdoor is er meer verhard oppervlak afgekoppeld. Beide projecten zijn integraal gerealiseerd in combinatie met rehabilitatie van de wegen.
Civiele kunstwerken
Beleidskader
Doesburg heeft verschillende civiele kunstwerken in de openbare ruimte. Civiele kunstwerken zijn meestal aangelegd om de infrastructuur te ondersteunen. Het kan gaan om het afwikkelen van verkeer over een watergang (brug), of het keren van grond of water. Basis voor het onderhoud is het vastgestelde Beheerplan civiele kunstwerken 2023-2027.
Kerncijfers
• 6 bruggen
• 1 tunnel
• 4 kademuren
• 11 grond- en/of waterkerende constructies
• 2 steigers
• 1 geluidswal
• 11 trappen
Beheer en ontwikkeling
In 2025 zijn de kunstwerken geïnspecteerd. In de vorige inspectie waren 2 kunstwerken niet meegenomen, de stadsmuur bij de Saltpoortdijk en de stadsmuur aan de Burgemeester Nahuijssingel. Beiden zijn alsnog geïnspecteerd. Op basis van de inspectie in 2025 is gebleken dat het opstellen van een nieuw beheerplan tot en met 2030 nodig is. Hierbij moet een goed onderscheid worden gemaakt tussen onderhoud en vervanging. In 2026 zal dit aan de raad worden voorgelegd.
De civiele kunstwerken worden opgenomen in de beheerapplicatie voor de openbare ruimte. Dit ondersteunt in het op het gewenste onderhoudsniveau brengen en houden van de civiele kunstwerken.
In 2025 zijn de brug over de Hessengracht en de brug in Zanderskamp vervangen. De andere brug over de Hessengracht heeft onderhoud gehad. De brug over de binnentuin aan de IJsselkade en de brug in de Saltpoortdijk zijn voorzien van een nieuwe slijtlaag. De wrijfstijlen aan de IJsselkade, de keermuur bij parkeerplaats de Bleek en de dekplank van de reling van de IJsselkade zijn vervangen.
Voor 2026 staan o.a. de volgende kunstwerken gepland voor onderhoud of vervanging, de taludtrap bij de Juliana van Stolberglaan, het kunstwerk bij de Kraakselaan, de dekplank reling Bleekerskade, en de keermuur Kloostertuin. De reling van de Boemerangbrug wordt verhoogd, deze voldoet niet aan het bouwbesluit.
Openbaar groen
Beleidskader
Het gemeentelijk beleidskader wordt gevormd door het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014. De gemeente wil haar inwoners en bezoekers een aantrekkelijke leefomgeving bieden. Een groene inrichting door middel van plantsoenen en bomen maakt daar deel van uit.
Kerncijfers
• ongeveer 72 hectare openbaar groen
• bijna 5.500 bomen
Beheer en ontwikkelingen
De beeldkwaliteit van het openbaar groen is over het algemeen op orde. Via het project Naar buiten in Beinum zijn de groenvakken die aan renovatie toe waren aangepakt. Het openbaar groen buiten de binnenstad wordt onderhouden door Circulus. In 2025 is de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Circulus geactualiseerd.
Bomen vormen een belangrijk onderdeel van de Doesburgse groenstructuur en een aantrekkelijke leefomgeving. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor bomen. Hieraan wordt voldaan door veiligheidscontroles en onderhoud, zoals snoei. Het bomenbestand zou door frequenter snoeien veiliger en gezonder worden. De soort “gewone es” is aangetast door essentaksterfte. De paardenkastanjebomen zijn aangetast door de kastanjebloedingsziekte. Dit heeft vooral consequenties voor de essenlanen in het buitengebied. En in toenemende mate voor individuele essen en paardenkastanjes in de bebouwde kom. In het lopende onderhoud worden dode bomen vervangen. Waar nodig zijn essen extra gesnoeid. Door veranderingen in het klimaat hebben de bomen meer te lijden en is meer snoeien wenselijk.
In 2025 is er door de raad €100.000 beschikbaar gesteld voor meer bomen. Omdat hittestress de grootste rol speelt in de binnenstad is daar de meeste aandacht naar uitgegaan. In samenwerking met verschillende afdelingen; Archeologie, Adviescommissie Omgevingskwaliteit en Cultuurhistorie Doesburg zijn er ca. 10 locaties uitgezocht waar de extra bomen geplant kunnen worden. Naar verwachting wordt dit in het najaar van 2026 uitgevoerd.
Gebouwen
Beleidskader
Het beheer van het gemeentelijk vastgoed is vastgelegd in het meerjarige onderhoudsplan. In 2023 zijn de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen vastgesteld. Hierin zijn ook de verduurzamingsmaatregelen meegenomen (DMJOP). De planning beslaat 10 jaar. Op basis van het uitgevoerde onderhoud wordt jaarlijks beoordeeld of komende jaarschijven op hoofdlijnen bijgesteld moeten worden. Het vastgestelde DMJOP wordt in 2027 volledig geactualiseerd. Uitgangspunt voor de DMJOP’s is conditiescore 2 (goed). De conditiescore is een objectieve waarde van de technische toestand of staat van een gebouw(deel) onder NEN2767. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties en het gebouw van de Harmonie. Voor deze gebouwen geldt conditiescore 4 (matig). De gebouwen zijn onder conditiescore 4 veilig voor het gebruik. Het grafmonument heeft conditiescore 5 (slecht). Het gebouw aan de Nieuwstraat 2-4 is niet verkocht en wordt omgebouwd voor huisvesting van Oekraïense vluchtelingen. Na realisatie van de verbouwing (medio 2026) zal het gebouw in verhuurde staat worden verkocht.
In 2016 is het huurprijsbeleid vastgesteld, hierin is o.a. opgenomen dat tenminste een kostprijs dekkende huur (kpdh) in rekening wordt gebracht bij de maatschappelijke partijen.
Kerncijfers
Het gemeentelijk vastgoed bestaat uit 14 objecten, waarvan 1 grafmonument.
Beheer en ontwikkelingen
Het Stadskantoor is vanaf 2025 in zijn geheel in gebruik genomen. Het Stadhuiscomplex is in 2025 verkocht aan de partij met de beste ontwikkeling voor Doesburg met behoud van de monumentale waarden. Het pand wordt verbouwd ten behoeve van een hotel met appartementen en woningen. De feitelijke overdracht vindt plaats nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is verleend. Het pand Nieuwstraat 2-4 wordt verbouwd voor huisvesting van ontheemde Oekraïners, dat zal medio 2026 zijn beslag krijgen. Jongerencentrum De Linie 2 wordt verbouwd ten behoeve van multifunctioneel gebruik voor meerdere doelgroepen waaronder het jongerenwerk. Hiervoor is in het kader van de wijkendeal een subsidie ontvangen van de provincie. De verbouwing zal gereed zijn in het tweede kwartaal van 2027. De locatie gymzaal Armgardstraat wordt ontwikkeld ten behoeve van wonen met zorg. Hiervoor wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 de benodigde wijziging van het omgevingsplan vastgesteld, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. Vervolgens dient de bestaande gymzaal te worden gesloopt en kan het perceel op de markt worden gezet middels een tenderprocedure, waarna de nieuwe eigenaar de bouwplannen verder kan uitwerken en uiteindelijk realiseren. De sloop van de huidige gymzaal kan echter niet eerder plaatsvinden dan nadat de benodigde maatregelen voor de aanwezige vleermuizen zijn getroffen. Het is onbekend hoeveel tijd hiervoor nodig is.
In december 2025 hebben wij aan u een tussenbalans “verkenning nieuwe sportaccommodatie” gepresenteerd. Daarbij is voorzichtig geconcludeerd dat een multifunctionele sportaccommodatie, waar ook ruimte is voor allerlei vormen van fitness, voor de gemeente (financieel) het meest aantrekkelijk zou kunnen zijn. Deze optie behoeft een nadere beoordeling waarbij met name de financiële risico’s (en hoe deze af te dekken) in beeld moeten worden gebracht. Maar ook wensen wij meer duidelijkheid aan u te verschaffen over hoe de samenwerking met private partijen het beste kan worden vormgegeven. Ons streven is om medio 2026 een weloverwogen advies aan u te kunnen voorleggen over de meest gunstige exploitatievorm (al dan niet met private partijen). Na besluitvorming zal gestaag worden gewerkt aan de uiteindelijke realisatie. Zo zal er om te beginnen een keuze worden gemaakt voor een architect die het gewenste programma uitwerkt in een bouwplan. De bestaande sportaccommodaties worden onderhouden op het niveau dat veilig en gezond gebruik gemaakt kan worden van de accommodaties.
Openbare verlichting
Beleidskader
De openbare verlichting draagt bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de donkere uren (ongeveer 4.100 uur per jaar, 47% van de tijd). De basis voor beleid en beheer ligt in het Beleidsplan openbare verlichting 2014-2024 en het Beheerplan openbare verlichting 2017-2024.. Het Beleidsplan gaat uit van beeldkwaliteit. De binnenstad is inmiddels (vrijwel) geheel voorzien van klassieke verlichting. Er is aandacht voor energiebesparing door bij vervanging uit te gaan van dimbare, energiezuinige laag vermogende armaturen (meestal LED).
Kerncijfers
Er zijn bij benadering 2.270 lichtmasten, waarvan inmiddels ongeveer 330 klassiek. De gemeente beheert voor Woonservice IJsselland beheert ook ongeveer 250 lichtmasten langs achterpaden.
Beheer en ontwikkelingen
Het beheer van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een externe partij op basis van een bestek. De beheerwerkzaamheden omvatten een periodieke controle van de openbare verlichting op basis van klachtenregistratie, waarbij kleine defecten (zoals kapotte lampen) worden hersteld. Daarnaast wordt gezorgd voor instandhouding op lange(re) termijn en eventueel uitbreiding. Het gaat bij openbare verlichting om een doorlopend proces, waarbij gewerkt wordt aan verbetering van het rendement. In 2023 is opdracht gegeven om een groot deel van het openbare verlichting areaal om te vormen (van regulier naar klassiek in de binnenstad) en/of te vernieuwen. Nu deze werkzaamheden (bijna) zijn afgerond is ongeveer 50% van de masten en 75% van de armaturen vernieuwd.
Speelgelegenheden
Beleidskader
Het Beleidsplan Spelen, bewegen en ontmoeten Doesburg 2018-2026 vormt de basis voor het beheer en onderhoud van de speelgelegenheden.
Kerncijfers
• 44 speelgelegenheden (waaronder speeltuin Kindervreugd en 3 scholen)
• 298 speeltoestellen
Beheer en ontwikkelingen
Voor een beter beheer is er in 2025 een nieuw beheerpakket aangeschaft. De speeltoestellen worden jaarlijks gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. De toestellen waarvan de reparatiekosten te hoog zijn worden verwijderen. Omdat er geen financiële middelen zijn worden deze niet vervangen. In het Beleidsplan is vastgesteld dat in samenspraak met de inwoners het aantal speelgelegenheden en speeltoestellen verminderd wordt. Binnen het project Naar buiten in Beinum zijn de speelgelegenheden en -toestellen meegenomen, naar verwachting wordt dit in 2026 uitgevoerd. De speelplaats aan de Waterstraat en de skatebaan bij jongerencentrum 0313 zijn in 2025 vernieuwd. Door een sponsor is het mogelijk geweest een klimnet aan het Hanzeplein te vervangen. De schoolpleinen worden in 2026 overgedragen aan de Stichting IJsselgraaf. De Gemeente Doesburg blijft de inspecties doen, maar door de overdracht is de stichting verantwoordelijk voor het beheer van de speeltoestellen. De pleinen blijven een openbaar karakter houden. Ieder jaar moeten er 2 locaties gerenoveerd of omgevormd worden, volgens het vigerende beleidsplan, maar daar zijn geen financiële middelen voor gereserveerd.
Paragraaf D | Financiering
Terug naar navigatie - - Paragraaf D | FinancieringParagraaf D | Financiering
Terug naar navigatie - Paragraaf D | Financiering - Paragraaf D | FinancieringBij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken. De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in de financiële verordening . Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut dat februari 2019 is geactualiseerd. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten:
-
- het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
- het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s (indien van toepassing);
- het zo veel mogelijk beperken van de kosten van eventuele leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
- het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer
In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd:
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico te beperken met betrekking tot kortlopende financiering (netto vlottende schuld). Het geeft de limiet aan die maximaal gefinancierd mag worden met kort geld en bedraagt 8,5% van de totale lasten bij aanvang van het begrotingsjaar 2025.
|
2025 |
|
| Begrotingstotaal | 49.235.673 |
| Percentage regeling | 8,50% |
| Kasgeld limiet | 4.185.032 |
.14
Begin 2025 zijn diverse keren kasgeldleningen aangetrokken ter dekking van de tijdelijke financieringsbehoefte. In het 2e kwartaal is ter financiering van het verwachte liquiditeitstekort een lening aangetrokken van € 5 miljoen. In 2025 bleven echter de uitgaven voor investeringen en energieprojecten achter bij de begroting. Ook was er sprake van voorfinanciering van het Rijk voor Oekraïne opvang en is de algemene uitkering fors hoger dan begroot. Achteraf was de lening nog niet nodig geweest maar dat was niet te voorzien. In onderstaand tabel is een overzicht opgenomen van de gemiddelde netto vlottende middelen per kwartaal.
| Netto vlottende middelen | (bedragen * 1000) |
| 1e kwartaal | 1.969 |
| 2e kwartaal | 7.678 |
| 3e kwartaal | 8.226 |
| 4e kwartaal |
8.763 |
Renterisiconorm
De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico op langlopende leningen te beperken als gevolg van tussentijdse rente aanpassingen en herfinanciering van langlopende leningen. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt blijven wij ruimschoots binnen de limiet. Ultimo 2025 staan er 3 langlopende lening open met een totaal van € 10.6 miljoen. Op 1 lening wordt jaarlijks wordt er € 600.000 afgelost. 2 leningen worden aan het eind van de looptijd in één keer afgelost.
Begroot |
||
|---|---|---|
(1) |
Renteherzieningen |
0 |
(2) |
Aflossingen |
600.000 |
(3) |
Renterisico (1+2) |
600.000 |
(4) |
Renterisiconorm |
9.847.135 |
(5a)=(4>3) |
Ruimte onder renterisiconorm |
9.247.135 |
(5b)=(3>4) |
Ruimte boven renterisiconorm |
|
Berekening renterisiconorm |
||
20205 |
||
(4a) |
begrotingstotaal (uitgaven excl. Primair resultaat) |
49.235.673 |
(4b) |
percentageregeling |
20% |
(4)=(4a x 4b/100%) |
Renterisiconorm |
9.847.135 |
Verstrekken van leningen en garanties
Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg zijn de volgende criteria opgenomen voor het verstrekken van leningen en garanties:
- De door de gemeente te financieren zaken moeten nodig zijn in het kader van de uitvoering van een publieke taak in de gemeente. Dat wil zeggen dat ze moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Tevens moet er met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel worden gediend.
- De te financieren zaken moeten essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager (functionaliteitscriterium).
- De te financieren zaken moeten in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente.
- Een lening wordt niet verstrekt indien de te financieren zaken niet voldoende zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie of lening. Dit betekent dat in geval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek wordt verleend.
Een overzicht van de verstrekte leningen en garanties is opgenomen bij de toelichting op de balans.
Het uitzetten van overtollige kasmiddelen
Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren.
Valutarisicobeheer
Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.
Koersrisicobeheer
De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege de verplichting tot schatkistbankieren.
Ontwikkeling financieringsstructuur
De ontwikkeling van de financieringsstructuur was in 2025 als volgt:
31/12/2024 |
31/12/2025 |
||||
|---|---|---|---|---|---|
Boekwaarde investeringen |
32.583.614 |
34.755.741 |
|||
Uitgeleende langlopende geldleningen |
3.831.967 |
3.793.106 |
|||
A: Totaal te financieren vaste activa |
36.415.581 |
38.548.847 |
|||
Algemene reserve |
6.560.520 |
7.572.779 |
|||
Bestemmingsreserves |
21.712.220 |
21.166.439 |
|||
Voorzieningen |
1.338.887 |
2.933.943 |
|||
opgenomen langlopende geldleningen |
6.200.000 |
10.600.000 |
|||
B: Totaal voor financiering beschikbare vaste passiva |
35.811.627 |
42.273.161 |
|||
(B-A) Financieringssaldo (+ is overschot; -/- is tekort) |
-603.954 |
3.724.314 |
|||
tekort |
overschot |
||||
Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie / toe te rekenen aan taakveld. |
|||||
In de jaarrekening 2025 zijn de navolgende rentebaten en lasten verwerkt, die zijn verbonden aan de financieringsfunctie: |
|||||
Externe rentelasten korte en lange financiering |
87.870 |
237.318 |
|||
Externe rentebaten |
153.111 |
154.886 |
|||
Aan taakvelden toe te rekenen rente |
65.241 |
-82.433 |
|||
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) |
0 |
82.538 |
|||
Renteresultaat op het taakveld Treasury |
65.241 |
105 |
|||
Bij een nadelig renteresultaat worden de rentelasten d.m.v. de renteomslag-methode toegerekend aan de taakvelden binnen de verschillende programma's. Dat is het geval in 2025. In 2024 was het saldo echter positief. |
|||||
Paragraaf E | Bedrijfsvoering
Terug naar navigatie - - Paragraaf E | BedrijfsvoeringParagraaf E | Bedrijfsvoering
Terug naar navigatie - Paragraaf E | Bedrijfsvoering - Paragraaf E | BedrijfsvoeringVanuit de afdeling Externe en Interne Dienstverlening blijven we streven naar goede dienstverlening aan inwoners, organisaties en collega’s. Dit gebeurt in een context van toenemende complexiteit, digitalisering en arbeidsmarktkrapte. Tegelijkertijd dragen we bij aan de pijlers van de Toekomstvisie Doesburg. In 2025 stonden drie hoofdthema’s centraal:
- Processen en beheer op orde,
- Aantrekkelijk en duurzaam werkgeverschap
- Communicatie, participatie en herindeling
1. Processen en beheer op orde
Informatieveiligheid en privacy
De Autoriteit Persoonsgegevens bracht in 2025 een inspectiebezoek. De AP constateerde dat Doesburg op enkele onderdelen nog niet volledig voldoet aan de AVG-verplichtingen, mede door de beperkte omvang van de organisatie. De verbeterpunten zijn gedeeld met management en college. Omdat de menselijke factor een groot risico blijft, is een nieuw bewustwordingsprogramma gestart om medewerkers te ondersteunen bij veilig omgaan met informatie.
Digitale ontwikkelingen en AI
Doesburg zette in 2025 de eerste stappen op het gebied van AI. Met het managementteam is verkend hoe AI verantwoord kan worden toegepast. Een pilot met Copilot leverde inzichten op die hebben geleid tot afspraken over het gewenste ambitieniveau en de vervolgaanpak.
Informatiehuishouding en procesinrichting
Voor digitale samenwerking blijft MS Teams de aangewezen applicatie. In 2025 is ingezet op bewustwording en uniform gebruik, wat waardevolle inzichten opleverde voor vervolgstappen. Daarnaast is de migratie van het oude belastingpakket GISVG naar Key2Belastingen in de SaaS-omgeving vrijwel afgerond.
2. Aantrekkelijk en duurzaam werkgeverschap
Goed werkgeverschap
In 2025 zijn bijeenkomsten georganiseerd rond vinden, binden en boeien. De ideeën die daaruit voortkwamen, zijn verwerkt in het HR-beleid. Ook is de basis gelegd voor een vitaliteitsplan dat in 2026 verder wordt uitgewerkt.
Het verloop onderstreept de noodzaak om hierin te blijven investeren: 13 medewerkers traden in dienst en18 vertrokken. Deze krapte maakt het versterken van onze aantrekkingskracht als werkgever essentieel.
Functiegebouw en samenwerking
Daarnaast is begonnen met het actualiseren van het functiegebouw, dat in 2026 wordt afgerond en aansluit op HR21. De afstemming met de OR verliep goed, waardoor besluitvorming tijdig kon plaatsvinden.
Veilige werkomgeving
De RI&E is in 2025 geactualiseerd en er is een nieuw protocol Veilige Werkomgeving vastgesteld voor het multifunctionele Stadskantoor.
3. Communicatie, participatie en herindeling
Herindeling
Op 2 juli 2025 besloot de gemeenteraad te willen fuseren met drie andere Liemerse gemeenten. Dit leidde tot een verschuiving in werkzaamheden: communicatie- en participatiecapaciteit werd in toenemende mate ingezet voor het herindelingsproces. De verandering vraagt intensieve samenwerking en aandacht voor de menselijke kant. Extern nam de aandacht toe, wat leidde tot meer webcare en monitoring.
Participatie
Participatie blijft belangrijk. Inwoners denken steeds vaker mee over ontwikkelingen in hun omgeving. De participatiewijzer wordt bij grote projecten toegepast om doelen, fasering en participatieniveau te bepalen. OnsDoesburg blijft het digitale platform waar inwoners en initiatiefnemers met elkaar in gesprek gaan.
Aanvullende informatie financiële rechtmatigheid
Terug naar navigatie - Paragraaf E | Bedrijfsvoering - Aanvullende informatie financiële rechtmatigheidIn dit onderdeel van de paragraaf bedrijfsvoering is aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. Het gaat hierbij om vanuit intern uitgevoerde verbijzonderde controles geconstateerde afwijkingen groter dan € 50.000 conform artikel 10 lid 2 van de financiële verordening en de maatregelen welke door het college worden/inmiddels zijn getroffen om de vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Toelichting verbijzonderde interne controle
De verbijzonderde interne controle (VIC) heeft primair als doel om onafhankelijk (vanuit het team control) van de uitvoering binnen de teams (lijn) vast te stellen of de controlemaatregelen binnen de processen juist en op een rechtmatige wijze hebben plaatsgevonden.
De (aantoonbare) interne controle maatregelen in de lijn (als onderdeel van de primaire processen) zijn in onze gemeente beperkt. Dit heeft o.a. te maken met de beperkte ambtelijke capaciteit. De VIC is in onze gemeente daarom vooral gegevensgericht.
De VIC is in onze gemeente opgedragen aan de werkgroep rechtmatigheid. De werkgroep verricht onder verantwoordelijkheid van de concerncontroller op basis van een in overleg met de accountant tot stand gekomen VIC actieplan de controlewerkzaamheden met behulp van het zogenaamde KIC online systeem vanuit het door de raad vastgestelde controleprotocol met het bijbehorende normenkader, waarin o.a. een gedetailleerde inventarisatie van relevante externe en interne wet- en regelgeving is opgenomen.
Voor zover de bevindingen daartoe aanleiding geven, worden zo nodig (aan de desbetreffende proceseigenaar) voorstellen tot verbetering en/of herstel gedaan.
1. VOORWAARDENCRITERIUM
Europese aanbestedingsregels
Er zijn bij een aantal crediteuren overschrijdingen geconstateerd van de grensbedragen voor Europese aanbesteding, waarbij niet Europees is aanbesteed. Dit geeft een onrechtmatigheid van € 1.101.077. De overschrijdingen doen zich met name voor bij stilzwijgende verlengingen van overeenkomsten, waarbij door oplopende uitgaven in opvolgende jaren een overschrijding van de grensbedragen voor Europese aanbesteding wordt gerealiseerd, zonder dat er tijdig wordt ingegrepen.
De volgende maatregelen zijn getroffen:
- Om meer grip te krijgen op de overschrijdingen van de EA-grens bij de inhuur van extern personeel is er per 1 januari 2025 een contract aangegaan met een broker (DAS), waarmee de inhuur van personeel binnen de Europese aanbestedingsregels is gewaarborgd. Er is in 2025 nog wel sprake van onrechtmatige doorlopende contracten van voor 1 januari 2025. Vanaf 2026 speelt dit niet meer.
- Per 1 januari 2025 is er een aangescherpte inkoopprocedure in werking getreden met betere waarborgen voor een conforme toepassing van het interne inkoopbeleid en de Europese aanbestedingsregels. Ten opzichte van 2024 zien we ook dat het bedrag van de onrechtmatige aanbestedingen fors lager is (44%).
Intern inkoopbeleid
Naast een VIC op de toepassing van de Europese aanbestedingsregels is ook een VIC uitgevoerd op het volgen van het interne inkoopbeleid voor inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens. In de aan deze VIC gekoppelde steekproef zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.
2. MISBRUIK EN ONEIGENLIJK GEBRUIK
Onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording is in hoeverre misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van gemeentelijke regelingen door derden wordt voorkomen en bestreden. Het gaat dan bijvoorbeeld om uitkeringen en voorzieningen, subsidies en het innen van belastingen. Voorop staat het vertrouwen van de gemeente in een goed gebruik van de gemeentelijke regelingen door inwoners en bedrijven/instellingen. Maatregelen die worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en indien nodig te sanctioneren, dienen proportioneel te zijn. Dit betekent dat ze in verhouding moeten staan tot het risico dat wordt gelopen. Het college heeft inmiddels een gemeentelijk overkoepelend M&O beleid vastgesteld dat hiervoor een onderliggend kader moet gaan bieden. Het formuleert uitgangspunten, bevat richtlijnen voor controle en eventuele sancties en benoemt welke risicogebieden er zijn. Ook geeft de nota M&O beleid richting aan, op welke wijze beheersmaatregelen kunnen worden toegepast in de bedrijfsvoering om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en te sanctioneren. In 2024 is dit beleid reeds verder verankerd. Er zijn geen fouten en/of onrechtmatigheden aangetroffen > € 50.000.
3. BEGROTINGSRECHTMATIGHEID
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5 van de financiële verordening. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
- Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
- De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
Programma |
Begroot |
Realisatie |
Saldo |
|---|---|---|---|
1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat |
11.586 |
12.395 |
-809 |
2. Verbindende en versterkende sociale aanpak |
28.197 |
28.356 |
-159 |
3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie |
1.203 |
1.078 |
125 |
4. Bestuur en organisatie |
8.033 |
8.610 |
-577 |
Algemene dekkingsmiddelen |
460 |
450 |
10 |
Totaal |
49.479 |
50.889 |
-1.410 |
Programma 1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat |
|||
De gepresenteerde lasten op programma 1 overschrijden de begroting met € 1.349.000. De hogere lasten betreffen o.a. extra lasten voor inhuur van een toezichthouder parkeren, vanwege een onderbezetting. Deze extra lasten worden nagenoeg gedekt door een hogere opbrengst aan parkeerheffingen en parkeerbelasting. Voor de Bibliotheek waren er extra lasten ad € 97.000 voor het verbeteren en doorontwikkelen van de bestaande voorziening, tegenover deze extra lasten staat een extra bate uit een specifieke uitkering. Door een aanpassing in de wijze van factureren van Circulus zijn de lasten voor afval in realisatie nog hoger dan de begroting, door deze aanpassingen stijgen echter ook de opbrengsten. Per saldo zijn de baten hoger dan de lasten waardoor er € 14.000 werd toegevoegd aan de egalisatievoorziening. Deze toevoeging is verantwoord onder de lasten. Het boeken van mutaties op de grondexploitatie vindt plaats bij de jaarrekening. De geboekte lasten voor de grondexploitatie werden gedekt door een mutatie in de boekwaarde van de voorraad. Op milieubeheer is een overschrijding van € 62.000 te melden, deze overschrijding wordt gedekt door vooruitontvangen bedragen uit Specifieke uitkeringen voor deze activiteiten. Van de overschrijding op programma 1 is een bedrag van € 444.000 acceptabel omdat tegenover de overschrijding hogere opbrengsten staan (€ 42.000 parkeren, € 243.000 afval, € 62.000 milieubeheer, € 97.000 Bibliotheek) of past binnen bestaand beleid (€ 309.000 grondbeleid). Een bedrag van € 56.000 kan als begrotingsonrechtmatigheid beoordeeld worden. Dit betreft het niet tijdig melden van kleinere overschrijdingen op enkele posten waaronder ruimtelijke ordening en openbare orde en veiligheid. |
|||
Programma 2. Verbindende en versterkende sociale aanpak |
|||
De overschrijding van de lasten betreffen de extra kosten voor de Oekraïne opvang € 60.000. Er zijn extra kosten gemaakt voor beveiliging in het laatste kwartaal, extra kosten voor speeltoestellen. Door problemen op de opvanglocatie was deze inzet noodzakelijk. De kosten voor inburgering zijn hoger dan geraamd (€ 62.000) vanwege hogere kosten van hulpverlening en onderwijs. Hier staan hogere uitgaven tegenover uit de specifieke uitkering. De kosten voor begeleiding laten een overschrijding zien t.o.v. de bijgestelde raming van € 40.000. Dit betreft een open-einde regeling. |
|||
Programma 4: Bestuur en organisatie |
|||
De hogere lasten worden veroorzaakt door de storting in de pensioenvoorziening voor de wethouders. In verband met de toekomstige overgang van de pensioenvoorziening naar het ABP is door het ministerie van BZK een berekening gemaakt van de kapitaalstorting die nodig is om de opgebouwde pensioenaanspraken te financieren. De commissie BBV heeft bepaald dat bij de bepaling van de voorziening rekening moet worden gehouden met deze kapitaalstorting. Voor Doesburg gaat het om een bedrag van € 705.000. De hoge kapitaalstorting is mede het gevolg van de hoge dekkingsgraad van het ABP. Bij het opstellen van de IBB was dit nog niet bekend. |
|||
Kredieten |
Begroot |
Realisatie |
Saldo |
Belastingapplicatie 2022 (K) |
90.750 |
92.349 |
-1.599 |
0 |
|||
Totaal |
90.750 |
92.349 |
-1.599 |
Belastingapplicatie |
|||
De overschrijding is ontstaan door hogere lasten voor de migratie en koppeling van de applicatie aan de overige software van de gemeente. |
|||
Paragraaf F - Verbonden partijen
Terug naar navigatie - - Paragraaf F - Verbonden partijenParagraaf F | Verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Paragraaf F | Verbonden partijenIn deze paragraaf vindt u een lijst met partijen waarmee de gemeente Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een financieel belang. De verbonden partijen worden afzonderlijk toegelicht.
Lijst met verbonden partijen
Hieronder volgt lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg verdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, overige verbonden partijen en coöperaties/vennootschappen.
Verbonden Partijen |
|
Gemeenschappelijke regelingen |
Vestigingsplaats |
Groene Metropool regio Arnhem-Nijmegen |
Arnhem |
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden |
Arnhem |
Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg |
Zevenaar |
Omgevingsdienst Regio Arnhem |
Arnhem |
Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) |
Arnhem |
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal-Gelderland (MGR) |
Arnhem |
Overige verbonden partij |
Vestigingsplaats |
Euregio Rijn-Waal |
Emmerich |
Coöperaties/Vennootschappen |
Vestigingsplaats |
BNG Bank |
Den Haag |
Alliander |
Arnhem |
Vitens |
Utrecht |
Circulus-Berkel B.V. |
Zutphen |
Groene metropool regio Arnhem - Nijmegen
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Groene metropool regio Arnhem - NijmegenHet gemeenschappelijk orgaan is een samenwerkingsverband dat de belangen behartigt van deelnemende gemeenten in de regio. De focus ligt op het fysieke domein: woningbouw, circulariteit, economie en mobiliteit. Maar ook samenwerking op het gebied van cultuur en toerisme is een aandachtsveld. Het doel van de samenwerking is het realiseren van groei én het versterken van het groene karakter van deze bijzondere regio.
Het draagt bij aan de doelstelling van programma 1 “Een evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat.
Het aandeel van de gemeente is afgerond 1,0 %. De lasten worden omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per gemeente.
Beleidsvoornemens:
Met ingang van 2025 is de deelname aan de Groene metropool regio beperkt tot de opgaven van de groene groeiregio, circulaire regio,
verbonden regio en het regioprogramma werklocaties als onderdeel van de productieve regio voor de periode 2025-2028.
Risico’s
Het financiële risico is beperkt tot de bijdrage van de gemeente.
Financieel overzicht:
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Bijdrage gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 371.783 |
€ 6.728.664 |
€ 244.427 |
€ 102.285 |
Jaarrekening |
2025 |
€ 358.035 |
€ 6.568.034 |
€ 258.035 |
€ 85.629 |
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)De gemeenschappelijke regeling verzorgt voor 16 gemeenten in de regio Midden-Gelderland de regionale brandweer, ambulancezorg en volksgezondheid/GGD.
Het draagt bij aan de doelstelling van programma 1 ‘Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat’ en programma 2 ‘Verbindende en versterkende sociale aanpak, in verband met volksgezondheidszorg’.
Het aandeel van de gemeente schommelt rond de 1,5%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Het financiële risico is beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie.
Financieel overzicht:
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Bijdrage gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 14.331.000 |
€ 47.664.000 |
€ 4.059.000 |
€ 1.174.000 |
Jaarrekening |
2025 |
€ 13.506.000 |
€ 65.018.000 |
€ 1.152.000 |
€ 1.281.967 |
Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Streekarchivariaat De Liemers en DoesburgHet Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg beheert de archieven van de gemeenten Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar. Bij het Streekarchivariaat is veel historisch materiaal beschikbaar over Doesburg.
Het draagt bij aan de doelstellingen van programma 3 ‘Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie’.
Het aandeel van de gemeente is ongeveer 24%. De kosten van het Streekarchivariaat worden over de deelnemende gemeenten verdeeld op basis van inwoners en naar rato van werktijden.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s:
Het financiële risico is beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie.
Financieel overzicht:
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Bijdrage gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 0 |
€ 81.379 |
€ 0 |
€ 93.741 |
Jaarrekening |
2025 |
€ 0 |
€ 125.423 |
€ 0 |
€ 112.900 |
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)De Omgevingsdienst verzorgt namens gemeenten en provincie milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast heeft Doesburg ook de verlening van omgevingsvergunningen voor bouwen ondergebracht bij de ODRA.
Het draagt bij aan de doelstellingen van programma 1 ‘Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat’.
Het aandeel van de gemeente voor de milieu- en algemene taken is 1,3 %, het aandeel in de bouwtaken is 4,2 % Er wordt afgerekend op basis van prijs x hoeveelheid.
Beleidsvoornemens:
De omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) is per 1-1-2026 gefuseerd met de omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) tot de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM). Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
De toenemende complexiteit van de uitvoering en de maatschappelijke opgaven vraagt om een innovatieve omgevingsdienst. Schaalvergroting tot een robuuste en toekomstbestendige omgevingsdienst is noodzakelijk om de benodigde innovatiekracht en ontwikkelcapaciteit te realiseren. Om die reden is de Omgevingsdienst per 1 januari 2026 gefuseerd met de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. De harmonisatie van ODRA en ODRN tot ODGM zal meerdere jaren in beslag nemen. Deze transitie gaat gepaard met diverse risico’s, waaronder risico’s op financieel, organisatorisch en bestuurlijk gebied, die actief gemonitord en beheerst moeten worden.
Financieel overzicht:
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen (* € 1.000) |
Vreemd vermogen (* € 1.000) |
Exploitatieresultaat ( * € 1.000) |
Bijdrage gemeente (* € 1.000) |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
870 |
6.555 |
67 |
643 |
Jaarrekening |
2025 |
889 |
6.351 |
55 |
574 |
Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)De vervoersorganisatie behartigt de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Er wordt op toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer optimale aansluiting heeft op het openbaar/vervoer/netwerk.
Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 2 'Verbindende en versterkende sociale aanpak' (WMO, jeugd en onderwijs).
Het aandeel in de overhead is minder dan 2%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Er is rekening gehouden met groei van de vraag naar vervoer, waardoor het risico daarvoor laag wordt ingeschat.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Bijdrage gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 0 |
€ 10.120.622 |
€ 0 |
€ 529.041 |
Jaarrekening |
2025 |
€ 0 |
€ 10.316.194 |
€ 0 |
€ 545.353 |
MGR sociaal domein Centraal-Gelderland
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - MGR sociaal domein Centraal-GelderlandDe MGR (Modulaire Gemeenschappelijke Regeling) biedt een algemeen kader voor samenwerking op het gebied van het sociaal domein binnen de regio Centraal-Gelderland en voorziet in samenwerkingsmodules. Er wordt deelgenomen aan de modules: Inkoop Zorg, Werkgevers Service Punt (WSP) en Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening (WgSW).
Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 2 'Verbindende en versterkende sociale aanpak' (WMO, jeugd en participatiewet).
Het aandeel in de overhead is ruim 2%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Het financiële risico is beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie. In de begroting van de MGR is rekening gehouden met loonstijgingen van SW-ers. Dit kan afwijken n.a.v. CAO ontwikkelingen.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Bijdrage gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 560.000 |
€ 4.512.000 |
€ 0 |
€ 1.591.433 |
Jaarrekening |
2025 |
€ 714.000 |
€ 4.358.000 |
€ 0 |
€ 1.690.275 |
Euregio Rijn-Waal
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Euregio Rijn-WaalDe Euregio Rijn-Waal heeft als belangrijkste doel de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van economie en maatschappij te verbeteren en te intensiveren. De Euregio Rijn-Waal brengt partners bij elkaar om gezamenlijke initiatieven te starten en zo gebruik te maken van synergie-effecten.
Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 1 Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat.3
Het lidmaatschap kost ca. € 3.300
Beleidsvoornemens:
In 2024 is het lidmaatschap opgezegd, er geldt een opzegtermijn van 3 jaar.
Risico’s :
Het financiële risico is zeer beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Bijdrage gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 1.588.995 |
€ 2.300.406 |
€ -145.629 |
€ 3.250 |
Jaarrekening |
2025 |
n.n.b |
n.n.b |
n.n.b |
€ 3.300 |
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)Doesburg is aandeelhouder van de BNG. De BNG is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
De deelneming in aandelen bedraagt 0,05%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Het financiële risico is zeer beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 69.030, in de begroting is het dividend geraamd op € 70.000.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
ontvangen dividend |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
4.777 miljoen |
123.614 miljoen |
294 miljoen |
€ 59.642 |
Jaarrekening |
2025 |
4.863 miljoen |
111.701 miljoen |
172 miljoen |
€ 69.306 |
Alliander
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - AllianderAlliander N.V. is de holding van een netwerkbedrijf. De dochterbedrijven zijn netbeheerders voor het transport van (duurzame) energie.
De deelneming in aandelen bedraagt 0,13%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Het financiële risico is beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 8.168, in de begroting is het dividend geraamd op € 100.000. Daarnaast hebben we in 2021 een achtergestelde geldlening verstrekt van € 757.800.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
ontvangen dividend |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
6.038 miljoen |
6.918 miljoen |
976 miljoen |
€ 219.105 |
Jaarrekening |
2025 |
6.203 miljoen |
7.960 miljoen |
289 miljoen |
€ 120.333 |
Vitens
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - VitensVitens is het waterbedrijf voor ruim 4 miljoen mensen en bedrijven in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht.
De deelneming in aandelen bedraagt 0,24%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Het financiële risico is beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 1.996, in de begroting is geen dividend geraamd. Er is al enkele jaren geen dividend uitgekeerd.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Dividend |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
713,6 miljoen |
1.684,8 miljoen |
34,5 miljoen |
€ 0 |
Jaarrekening |
2025 |
809,1 miljoen |
1.846,1 miljoen |
90,6 miljoen |
€ 0 |
Circulus B.V.
Terug naar navigatie - Paragraaf F - Verbonden partijen - Circulus B.V.Circulus B.V. verzorgt het afvalbeheer en verricht diensten in de openbare ruimte voor klantgemeenten, die ook aandeelhouder zijn. Het werkgebied van Circulus bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Bronckhorst, Brummen, Deventer, Doesburg, Epe, Lochem, Zutphen en Voorst. De activiteiten worden uitgevoerd op basis van individuele afspraken met gemeenten, met als gezamenlijk doel een duurzame leefomgeving.
Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 1 Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat.
De deelneming in aandelen bedraagt 2,44%.
Beleidsvoornemens:
Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet.
Risico’s :
Het financiële risico is beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 22.235. In de begroting is geen dividend geraamd.
Bron: |
Jaar |
Eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Exploitatie-resultaat |
Dividend |
|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening |
2024 |
€ 17.439.208 |
€ 48.611.800 |
€ 857.198 |
€ 0 |
Jaarrekening |
2025 |
€ 19.640.334 |
€ 45.481.151 |
€ 1.235.127 |
€ 0 |
Paragraaf G | Grondbeleid
Terug naar navigatie - - Paragraaf G | GrondbeleidParagraaf G | Grondbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - Paragraaf G | GrondbeleidInleiding
In deze paragraaf wordt primair verantwoording afgelegd over de in gang gezette ontwikkelingen op gemeentelijke gronden over 2025, en secundair over de stand van zaken met betrekking tot herontwikkeling en herinrichting op gronden, waarvan de gemeente niet eigenaar is. We hebben het dan over initiatieven van derden, die door de gemeente worden gefaciliteerd. Op die locaties waar we als gemeente een grondpositie hebben, gaat de gemeentelijke inbreng verder dan het stellen van randvoorwaarden en het verlenen van de nodige vergunningen. Op deze gronden is de gemeente zelf opdrachtgever voor het bouw- en woonrijp maken en gaat zij over de gronduitgifte. De wijze waarop hier verder uitvoering aan wordt gegeven kan variëren van een actieve grondexploitatie tot het sluiten van zogenaamde anterieure overeenkomsten met potentiële bouwers en ontwikkelaars. In al deze gevallen gaat het om de gemeente die acteert als ondernemer, waarvoor de spelregels zijn vastgelegd in de BBV en in gemeentelijk grondbeleid. Daarnaast dienen ontwikkelingen te voldoen aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in Omgevingsplan en Omgevingswet.
1. Samenvatting
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - 1. SamenvattingTeruggeblikt wordt op de verschillende in gang gezette ontwikkelingen, de gemeentelijke grondposities, en in hoeverre de gemeentelijke investeringen in lijn zijn met de verwachtingen. Met ingang van 1 januari 2025 telt Doesburg nog maar één grondbedrijfproject, namelijk voor de transformatie van het Centrum van Beinum. Ruim driekwart van dit ontwikkelingsgebied is gemeentelijk eigendom. Naast deze ontwikkelingslocatie worden in hoofdstuk 6 nog zes andere ontwikkelingen besproken. Omdat op het merendeel van deze ontwikkelingslocaties woningbouw wordt gerealiseerd, wordt in hoofdstuk 5 het woonbeleid aangestipt en worden de afspraken die hierover binnen de stadsregio zijn gemaakt toegelicht.
2. Beleid
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - 2. BeleidIn de nota Grondbeleid Doesburg 2024 is de beleidskeuze gemaakt voor het toepassen van Sturend Grondbeleid, met een voorkeur voor een faciliterende rol. Sturend Grondbeleid gaat uit van een manier van werken die door de tijdige inzet van grondbeleidsinstrumenten leidt tot de tijdige bestuurlijk gewenste verandering in het ruimtelijk grondgebruik. Doesburg neemt in ontwikkelingen bij voorkeur een regisserende rol en toont zich daarbij bereid om met ontwikkelaars, bouwers en corporaties op voet van gelijkheid te onderhandelen en samen te werken. Een optimale onderhandelingspositie wordt gecreëerd door zo effectief mogelijk gebruik te maken van het aan gemeenten beschikbaar gestelde grondbeleidsinstrumentarium.
In de Omgevingswet (Ow) zijn alle wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving geïntegreerd in één stelsel. De juridische instrumenten voor grondbeleid zijn in de Ow vervat in:
- de regeling van het voorkeursrecht
- de regeling van onteigening
- de regeling kostenverhaal
Indien er niet, niet tijdig of niet op voor de gemeente acceptabele voorwaarden tot overeenstemming kan worden gekomen, kan de realisatie van een nieuwe functie aldus worden afgedwongen door het inzetten van een of meerdere van de hierboven genoemde wettelijke instrumenten.
Ontwikkelingslocaties zijn onderverdeeld in zogenaamde grondbedrijfprojecten en niet-grondbedrijf-projecten. Voorwaarde voor grondbedrijfprojecten is dat de gemeente zelf eigenaar is van de grond en zij de geprognosticeerde kosten en opbrengsten moet verantwoorden in financiële grondexploitaties (Grexen).
3. Stand van zaken
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - 3. Stand van zakenMet het afsluiten van de GREX Beinum West in 2024 resteert één grondbedrijfproject, namelijk die voor de transformatie van het centrum van Beinum. Voor andere grote ontwikkelingslocaties (zie hoofdstuk 6) geldt dat de gemeente hierin geen grondpositie heeft, maar dat de gemeente initiatieven van derden faciliteert. En dat is geheel in lijn met de afspraken die hierover zijn gemaakt in de in 2024 geactualiseerde Nota Grondbeleid. Daarin is bewust gekozen om bij (woningbouw) ontwikkelingen bij voorkeur een faciliterende rol aan te nemen; een rol die beter past bij een gemeente van geringe omvang zoals Doesburg, waar de ambtelijke capaciteit beperkt is. |
||||||
Grondbedrijfproject: Centrum van Beinum |
||||||
In 2024 is gelijktijdig met het vaststellen van de ontwikkelingskaders voor het nieuwe centrum een eerste financiële grondexploitatie vastgesteld, gebaseerd op het ontwikkelingsplan. |
||||||
Bedragen x € 1.000 |
2025 |
2024 |
verschil |
duiding |
||
Kosten |
5.564 |
5.464 |
100 |
Er wordt ingeschat dat er € 100.000 extra kosten moeten worden gemaakt voor onvoorziene juridische procedures bij de grondverkoop |
||
Opbrengsten |
6.173 |
6.173 |
||||
Saldo |
609 |
709 |
Vooralsnog wordt rekening gehouden met een positief bedrijfsresultaat. |
|||
Gerealiseerd K |
7,0% |
1,3% |
De in 2025 gerealiseerde kosten hebben betrekking op de planvoorbereidingskosten die op basis van de vaststelling van de GREX op 29 mei 2024 hierop worden geboekt. Niet voorzien waren kosten die moesten worden gemaakt met betrekking tot een kort geding procedure tegen de voorgenomen verkoop van bouwgrond aan de supermarkt die in het projectgebied een grondpositie heeft (zie tevens 4. Risico’s) |
|||
Gerealiseerd O |
0 |
0 |
||||
Niet grondbedrijfprojecten: Wemmerse Woerden en Stoerwoud |
||||||
Voor deze twee woningbouwprojecten zijn met de ontwikkelaars anterieure overeenkomsten gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over de door de ontwikkelaar aan de gemeente te betalen kostenverhaalsbijdrage. Hieruit dienen met name de (ambtelijke) kosten te worden betaald voor het begeleiden/ faciliteren van de woningbouwplannen. Dit betreft ook kosten van inhuur van bijvoorbeeld een supervisor die ter plekke de aanleg van de openbare ruimte controleert op de hierover gemaakte afspraken in het bestek voor bouw- en woonrijpmaken. De eerste bijdrage wordt door de ontwikkelaar betaald op het moment dat het omgevingsplan is vastgesteld. Latere betalingen zijn gekoppeld aan series opgeleverde woningen. De kostenverhaalsbijdrage worden jaarlijks aangepast aan de Consumenten Prijs Index (inflatiecorrectie). Nacalculatie is niet aan de orde. De aan deze twee projecten toe te schrijven ambtelijke uren worden op geld gewaardeerd en worden tot het moment dat eerste betalingen plaatsvinden zolang bekostigd uit de Algemene Middelen. |
||||||
Projectnaam |
Bijdrage (2025) |
Bijdrage (geïndexeerd) |
Projectkosten 2025 |
Projectkosten Totaal |
Uitbetaald |
Tussen-resultaat |
Wemmerse Woerden |
411.089 |
411.089 |
177.689 |
17.769 |
- |
-17.769 |
Stoerwoud |
162.336 |
162.336 |
21.428 |
21.428 |
- |
-21.428 |
4. Risico's
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - 4. Risico'sAlgemeen risico:
Projectspecifieke risico’s:
Ten aanzien van de projectspecifieke risico’s worden in de grondexploitaties afzonderlijk rekening gehouden met stelposten, dit om mogelijke tegenvallers binnen de grondexploitatie op te kunnen vangen. Zo wordt er een post onvoorzien opgenomen, die aan het begin van het ontwikkelingsproces hoog is en naar mate meer kosten zijn gerealiseerd qua bedrag afneemt.
Indien bij actualisatie van een grondexploitatie blijkt dat het geraamde eindresultaat negatief is, wordt conform BBV een voorziening getroffen ter grootte van het volledige verwachte verlies (op basis van contante waarde). Deze voorziening wordt direct ten laste van het resultaat gebracht.
Project Centrum Beinum (nader beschouwd)
Hoewel de gevolgen in deze projectfase (definitiefase) voor het uiteindelijke bedrijfsresultaat nog niet vallen in te schatten willen wij de onvoorziene uitgaven in 2025 niet onbenoemd laten. Deze onverwachte uitgaven betreffen het medio 2025 aanhangig gemaakte kort geding tegen de voorgenomen verkoop van bouwgrond aan de supermarkt. Het gaat hier dan met name om kosten voor juridische bijstand en extra kosten voor inzet van het ambtelijk apparaat. Dit geschil krijgt een vervolg in 2026 (en mogelijk ook in jaren daarna) Met het inzicht dat we nu hebben gaat het naar eerste inschatting om een kostenpost van tussen € 100.000 en € 150.000. Dit nog los gezien van mogelijke vertraging in de planuitvoering. Zie tevens hetgeen hierover staat vermeld onder 6.2.
Algemene risico’s bouwgrondexploitaties en weerstandsvermogen:
Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risico wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde van de diverse complexen per enig jaar.
5. Woningbouw ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - 5. Woningbouw ontwikkelingen5. Woningbouw ontwikkelingen
5.1 Het woningbouwprogramma
Alle hierna in hoofdstuk 5 genoemde ontwikkelingen hebben betrekking op woningbouw. Woningbouwinitiatieven worden getoetst aan de Woonzorgwelzijnvisie 2024-2028 en aan de meest recente cijfers over de bevolkings- en huishoudensamenstelling. In de nieuwe visie is de ambitie opgenomen om tot een (meer) evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat te komen.
Door schaarste aan (betaalbare) woningen wordt beroep gedaan op gemeenten om -zo mogelijk- méér te bouwen dan alleen voor de lokale behoefte. In Doesburg gaat het om enkele honderden woningen extra, waarmee tegelijkertijd meer balans in woningvoorraad kan worden gebracht. Een woningvoorraad die zich laat typeren als een voorraad met een bovengemiddeld aandeel sociale huurwoningen en een fors aandeel goedkope koopwoningen.
In de Woonzorgwelzijnvisie zijn de prioriteiten van het lokale woonbeleid in al zijn facetten voor de komende jaren vastgelegd. De visie geeft niet alleen inhoud en richting aan de ontwikkelingen op de woningmarkt. In samenhang met wonen wordt ook bezien wat nu en in de nabije toekomst gewenst is op het gebied van zorg en welzijn. Daarbij wordt qua programma concreet ingezet op de komende vijf tot zeven jaar, met een doorkijk richting 2040. De gemeente baseert zich daarbij in belangrijke mate op het Woning-behoefteonderzoek Doesburg 2022-2040.
5.2 Regionaal afsprakenkader (nadere uitwerking Woondeal 2.0)
In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding is het grote woningtekort, waardoor de woonopgaven bovengemiddeld zijn en de uitvoering onder druk staat. In de geactualiseerde regionale woondeal – Woondeal 2.0 - stond de afspraak dat de regio aan de slag gaat met een regionale woonzorgvisie (afspraak 14). Dit ook vanwege het besef dat de opgave in het huisvesten van de verschillende aandachtsgroepen te groot is om als individuele gemeenten, zonder afstemming, op te pakken. Regionale afspraken kunnen hierin helpen. Deze afspraken komen in de plaats van een regionale woonzorgvisie.
De basis voor het afsprakenkader bestaat uit twee uitgangspunten: 1) de aandachtsgroepen zijn onze inwoners en 2) we werken toe naar toekomstbestendige vitale wijken.
1. Aandachtsgroepen? Onze inwoners!
Elke aandachtsgroep of urgentiecategorie bestaat uit inwoners van alle regiogemeenten. Het Rijk verstaat onder aandachtsgroepen mensen die dak- en thuisloos zijn, die uitstromen uit een intramurale (zorg)instelling, statushouders en diverse groepen mensen met sociale of medische urgentie, waaronder slachtoffers van huiselijk geweld en mantelzorgers. Deze mensen hebben niet alleen een dak boven hun hoofd nodig, maar vaak ook behoefte aan zorg en ondersteuning. Daarnaast vallen arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, studenten en ouderen onder de aandachtsgroepen. Allemaal inwoners die door omstandigheden wat extra hulp en urgentie nodig hebben bij het vinden van een thuis. De gemeenten van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen zien het als hun gezamenlijke taak om te zorgen voor voldoende en goede huisvesting voor al haar inwoners, dit onder het motto: “Een thuis voor iedereen!”
2. Toekomstbestendige vitale wijken als basis
De komende decennia krijgen we te maken met dubbele vergrijzing, waaronder een toename van eenpersoonshuishoudens (vooral van mensen boven de 75 jaar). Sommigen hebben wat meer zorg en aandacht nodig, terwijl het tekort aan zorgpersoneel de komende jaren toeneemt. Dit vraagt om een nieuwe manier van denken bij zowel inwoners als maatschappelijke organisaties. Begrippen zoals sociale cohesie, inclusie, samenredzaamheid en wederkerige ondersteuning krijgen betekenis in de dagelijkse praktijk, zodat kwetsbare mensen zelfstandiger kunnen blijven in hun buurt. Tussen wijken, maar ook tussen gemeenten, bestaan grote verschillen. Sommige wijken/gemeenten zijn overbelast, andere hebben ruimte. Dit vraagt om goede toedeling en beleid.
Hoe worden de gestelde doelen bereikt?
De komende jaren wordt binnen de stadsregio op basis van de vastgestelde regionale afsprakenkaders ingezet op een evenwichtige verdeling van onze inwoners, die extra ondersteuning en aandacht vragen over wijken/gemeenten. Dit wordt gedaan op basis van inwoneraantal.
In de woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 is gesignaleerd dat de lokale behoefte aan wonen met zorg niet volledig kan worden gerealiseerd in onze gemeente. Oplossing voor dit probleem lijkt gevonden te kunnen worden door samen te werken met andere gemeenten, waarbij elke gemeente bijvoorbeeld een aandachtsgroep huisvest waar niet alleen eigen inwoners maar ook inwoners uit omliggende gemeenten met dezelfde indicatie en/of problematiek kunnen worden gehuisvest.
5.3 Prestatieafspraken Wonen
In de jaarlijks met Stichting Woonservice IJsselland te maken Prestatieafspraken Wonen worden de te behalen doelen over wonen in relatie tot bereikbaarheid & betaalbaarheid, duurzaamheid en zorg & welzijn vastgelegd. In 2023 zijn prestatieafspraken voor de komende vier jaar vastgelegd in een convenant. Elk jaar worden de afspraken uit dit convenant geëvalueerd en geactualiseerd. Het geactualiseerde convenant wordt door de corporatie overgelegd aan de Autoriteit wonen.
6. Projecten
Terug naar navigatie - Paragraaf G | Grondbeleid - 6. Projecten6.1 Beinum West
Waar verwacht had mogen worden dat de vier starterswoningen na verleende omgevingsvergunning snel zouden worden gerealiseerd, kreeg de ontwikkelaar (en de toekomstige bewoners) te horen dat Liander pas in 2026 menskracht kan leveren voor het aansluiten van deze woningen op het elektranetwerk. In 2024 is de financiële grondexploitatie voor Beinum West afgesloten en is voor de resterende kosten een voorziening van maximaal € 27.000 getroffen. Van deze voorziening is in het verslagjaar een klein bedrag besteed aan bouwplaats begeleiding. Het resterende bedrag wordt overgeheveld naar 2026. Kosten die gemaakt moeten worden hebben met name betrekking op het woonrijp maken waaronder aanplant rondom de nieuwbouw.
6.2 Centrumplan Beinum
Medio 2025 is overeenstemming bereikt met de eigenaar van de DekaMarkt over een grondruil. Alvorens de koop daadwerkelijk kon worden gesloten moest het voornemen tot verkoop van gemeentegrond conform het Didam-arrest worden gepubliceerd in Gemeenteblad. Deze bekendmaking heeft geleid tot een door een collega supermarktondernemer aangespannen kort geding, gevolgd door een inbeslagname van een groot deel van het ontwikkelingsgebied (waaronder de locatie waar de nieuwe supermarkt moet komen). Als gevolg van deze acties moet de tenderprocedure voor het contracteren van een gebiedsontwikkelaar voor onbepaalde tijd worden uitgesteld, en zo ook de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan. Wel is verder gegaan met het uitvoeren van noodzakelijke ruimtelijke onderzoeken die als opmaat dienen voor het te wijzigen omgevingsplan. Daartoe behoort ook onderzoek naar de wijze waarop de in het verslagjaar van het Waterschap Rijn en IJssel aangekochte vijver het beste kan worden gedempt (hierop komt de nieuwe supermarkt) en welke maatregelen in de vorm van wadi’s (voor de opvang van regenwater) moeten worden getroffen.
6.3 Project Wemmerse Woerden
Eind 2025 is een ontwerp tot wijziging van het omgevingsplan in procedure gebracht. Hieraan vooraf zijn door de ontwikkelaar allerlei ruimtelijke onderzoeken gedaan die de basis zijn voor het te wijzigen omgevingsplan; een wijziging van het vigerende gebruik, die de bouw van ruim 300 woningen mogelijk moet maken op uitbreidingslocatie Wemmerse Woerden (groot circa 14 hectare). Medio 2025 is met de ontwikkelaar een vervolgovereenkomst gesloten. Deze zogenaamde anterieure overeenkomst bevat nadere afspraken over onder andere de wijze waarop ná realisatie van de woningen de openbare grond (wegen, groen, riolering, straatmeubilair) wordt ingericht en wordt geleverd aan de gemeente. De woningen zullen in meerdere fasen worden gerealiseerd wat naar verwachting zes tot acht jaar in beslag neemt. De ontwikkelaar streeft ernaar om in 2028 de eerste fase woningen op te leveren.
6.4 Project Flora 23
Eind 2025 zijn de woningen in de tweede en tevens laatste fase opgeleverd. Niet eerder dan begin 2026 kunnen de laatste sleutels aan de huurders worden uitgereikt. Dit heeft er mee te maken dat Liander onvoldoende medewerkers heeft om alle woningen tijdig aan te sluiten op het openbare elektranetwerk. In deze tweede fase ging het om de sloop van 39 eengezinswoningen, die worden vervangen door 19 grotendeels uit hout opgetrokken eengezinswoningen en 39 appartementen, waarvan er 24 toekomstbestendig zijn. Vervangende woningbouw aan Betulastraat en Notenstraat (1e fase), Van Tuyllplein, Prunusstraat en Ribesstraat (fase 2) was aanleiding om de openbare ruimte rondom de te bouwen woningen opnieuw in te richten. Het openbaar gebied krijgt meer groen, minder verharding waarmee wordt geanticipeerd op klimaatverandering. Ook wordt het uit de jaren ’60 daterende riool aangepakt. Het riool wordt (deels) vervangen. In 2026 wordt in opdracht van de gemeente de openbare ruimte rondom de nieuw gebouwde woningen opnieuw ingericht. Stichting Woonservice IJsselland levert -als eigenaar/ exploitant van de nieuw gebouwde woningen -volgens afspraak- een bijdrage in de herinrichtingskosten.
6.5 Gymzaal Armgardstraat
In december 2025 is de procedure tot wijziging van het omgevingsplan opgestart dat het mogelijk moet maken om op deze locatie wonen met zorg te realiseren. Verwachting is dat medio 2026 het omgevingsplan kan worden vastgesteld, waarna de locatie op de markt kan worden gezet en partijen kunnen bieden. Wanneer het exact op de markt wordt gezet is nog niet bekend. Dit is afhankelijk van wanneer een natuurvergunning kan worden verleend voor het “verhuizen” van de in het gebouw aanwezige vleermuizen.
Voorafgaande aan de procedure wijziging omgevingsplan is een stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd over een nieuwe invulling van deze locatie. Dit heeft geresulteerd in de voorkeur om alhier een geclusterde vorm van wonen met zorg te realiseren.
6.6 Stoerwoud
In het verslagjaar zijn belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van woningbouwproject Stoerwoud, de bouw van een duurzame en natuurinclusieve woonwijk van circa 90 eengezinswoningen te realiseren in verschillende prijsklassen, deels huur, merendeels koop. Voor Doesburg uniek, is met de ontwikkelaar overeengekomen dat de bewoners/ eigenaren collectief eigenaar worden van de gronden in het plangebied. Dit met uitzondering van de woonpercelen die toebehoren aan de individuele bewoner/ eigenaar. Daartoe behoren onder andere de parkeerplaatsen, het groen en de geluidwal langs de provinciale weg. Niet collectief uitgeefbaar worden de hoofd- en zijwegen met de onder deze wegen gelegen riolering en nutsvoorzieningen en langs deze wegen te plaatsen verlichting. Deze komen ná aanleg ervan in eigendom en beheer van de Gemeente. Deze en andere afspraken zijn vastgelegd in een zogenaamde anterieure overeenkomst.
In december 2025 is de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan gestart. Verwachting is dat medio 2026 het omgevingsplan kan worden vastgesteld, waarna de verkoop van de woningen start. In 2027 hoopt de ontwikkelaar te kunnen starten met de bouw van de eerste woningen.
6.7 Nieuwe multifunctionele sportaccommodatie
Met het vaststellen van de ruimtelijke kaders voor het centrum van Beinum (29 mei 2024) is tevens besloten tot het weg bestemmen van de binnen dit projectgebied gelegen sporthal Beumerskamp; een sporthal die gedateerd is en wanneer niet nieuw wordt gebouwd een grondige en dure renovatie vereist. Als vervangende locatie is een perceel aangewezen naast zwembad Den Helder. De eigenaar van deze locatie heeft bij eerdere gelegenheid aangegeven zijn grond hiervoor aan de gemeente te willen verkopen.
In het verslagjaar heeft een eerste verkenning plaatsgevonden over de wijze waarop een nieuwe duurzame sportaccommodatie op de beoogde locatie het beste kan worden gerealiseerd. Dit heeft in grote lijnen geresulteerd in twee varianten;
- Een minimale variant waar alle verenigingen en gebruikers die nu gebruik maken van sporthal Beumerskamp en gymzaal Wilgenstraat gebruik kunnen maken
- Een grotere voor multifunctioneel gebruik inzetbare sportaccommodatie waar ook ruimte is voor allerlei vormen van fitness en evenementen; een accommodatie waarin de gemeente mogelijk mét private partijen samenwerkt.
Een samenwerking met één of meer (lokale) sport- en/of fitnessondernemers blijkt uit een eerste doorrekening voor de gemeente financieel aantrekkelijk, in die zin dat de jaarlijkse exploitatielasten lager zijn dan wanneer de gemeente een sporthal volledig zelf exploiteert. Vraag die daarbij nog wel moet worden beantwoord is op welke wijze de risico’s bij een privaat-publieke samenwerking voldoende kunnen worden afgedekt. Dit vraagt een gedegen vervolgonderzoek. Medio 2026 moet er een volwaardig en evenwichtig voorstel liggen op basis waarvan een besluit kan worden genomen over wat voor soort sportaccommodatie uiteindelijk wordt gerealiseerd.
Paragraaf H | Wet Open Overheid
Terug naar navigatie - - Paragraaf H | Wet Open OverheidInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf H | Wet Open Overheid - InleidingWet open overheid (Woo)
De Woo gaat uit van het recht van inwoners op overheidsinformatie, die actief openbaar gemaakt wordt of op aanvraag kan worden verstrekt. Volgens de Woo moet de overheid haar informatie zodanig beheren en ontsluiten dat altijd en tijdig de juiste informatie kan worden gevonden of op aanvraag kan worden verstrekt. De wet voorziet in een gefaseerde invoering van actieve openbaarmaking via verschillende informatiecategorieën (tranches). Op 1 november 2024 is de eerste tranche in werking getreden. De tweede tranche omvat onder meer ontwerpen van regelgeving waarover extern advies is gevraagd, adviezen van adviescolleges en commissies, jaarplannen en jaarverslagen. Ook Woo-verzoeken en -besluiten vallen onder de tweede tranche én die worden inmiddels al actief openbaar gemaakt. Wanneer de tweede tranche formeel in werking treedt voor gemeenten, is nog niet bekend.
Woo en Doesburg
Het grip krijgen op informatiebeheer om tijdig de juiste informatie actief te kunnen openbaren of op aanvraag te verstrekken blijft urgent. Gemeente Doesburg heeft hiervoor het platform woo.doesburg.nl ingericht, dat ook is geïntegreerd in de gemeentelijke website. Hier worden de wettelijk verplichte informatiecategorieën toegankelijk gemaakt. De afhandeling van Woo-verzoeken is belegd bij het juristenteam, dat fungeert als coördinerend loket. De beperkte formatieve capaciteit van het juristenteam én het DIV-team vormt een aandachtspunt: tijdige en volledige naleving van de Woo vraagt een structurele inzet die bij verdere uitbreiding van de openbaarmakingsplicht én de stijging van het aantal te behandelen Woo-verzoeken onder druk kan komen te staan. In 2026 wordt de voortgang van de implementatie verder gemonitord, mede in het licht van de nog te activeren informatiecategorieën en het verbeteren van de informatiehuishouding.