Meer
Publicatiedatum: 07-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding

Inleiding

Voor u ligt de programmabegroting 2020-2023. De programmabegroting geeft op hoofdlijnen de gemeentelijke activiteiten weer. Dit in termen van programmadoelen en bijbehorende maatregelen vanuit het collegeprogramma 2018-2022. Dit  collegeprogramma is in deze programmabegroting geïntegreerd.

De programmabegroting is opgesteld op basis van de uitgangspunten die bij de kadernota door de raad zijn vastgesteld. Deze programmabegroting is dan ook hét begrotingsdocument voor de gemeenteraad. Ook het college heeft een eigen begrotingsdocument, namelijk de uitvoeringsinformatie. De uitvoeringsinformatie is een gedetailleerde uitwerking van de programmabegroting. Er bestaat dan ook een nauwe samenhang tussen deze twee begrotingsdocumenten.

De uitvoering van de programmabegroting is opgedragen aan het college van B&W. Eenmaal per jaar informeert het college van B&W de gemeenteraad tussentijds omtrent de uitvoering van de programmabegroting, namelijk via de najaarsnota in oktober.

Na afloop van het begrotingsjaar vindt verantwoording plaats middels de jaarrekening en het jaarverslag.

 

Het programmaplan

De programmabegroting bevat o.a. een programmaplan. Het programmaplan bevat de te realiseren programma’s (een programma is een samenhangende verzameling van producten, activiteiten en geldmiddelen die zijn gericht op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan idealiter indicatoren gekoppeld kunnen worden), zoals die door de Raad zijn vastgesteld alsmede een overzicht van de beschikbare algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorziene uitgaven. Het in deze begroting opgenomen programmaplan bevat de navolgende programma’s:

  1. Bestuur en Veiligheid in Doesburg
  2. Leefbaar en duurzaam Doesburg
  3. Wonen, werken en recreëren in Doesburg
  4. Zorg in Doesburg
  5. Algemene dienst en financiën

Deze programma’s worden in het programmaplan verder uitgewerkt. Hierbij staan de navolgende drie zogenaamde “W–vragen” centraal:

  • Wat willen we bereiken?
    Bij de beantwoording van deze vraag gaat het om de beoogde maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Een beoogd maatschappelijk effect zou bijvoorbeeld kunnen zijn “Een veilig gevoel voor alle inwoners van de gemeente Doesburg”. 
  • Wat gaan we daarvoor doen?
    Nadat de te bereiken maatschappelijke effecten zijn benoemd, wordt bij dit onderdeel vervolgens uiteengezet wat in het begrotingsjaar gedaan moet worden om de beoogde maatschappelijke effecten (op termijn) te kunnen realiseren.  
  • Wat mag het kosten?
    Bij de beantwoording van deze vraag geeft de Raad aan wat de uitvoering van het betreffende programma mag kosten.

De paragrafen

Naast een programmaplan bevat de programmabegroting ook een aantal verplicht voorgeschreven paragrafen. In deze paragrafen zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede de beleidslijnen die worden gehanteerd ten aanzien van de lokale heffingen, zoals de onroerende zaakbelastingen en de afvalstoffenheffingen. In het betreffende onderdeel van deze programmabegroting komen achtereenvolgens de navolgende (verplichte) paragrafen aan de orde

  • A - Lokale heffingen
  • B - Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
  • C - Onderhoud Kapitaalgoederen
  • D - Financiering
  • E - Bedrijfsvoering
  • F - Verbonden partijen
  • G - Grondbeleid

Financiële begroting

In dit onderdeel van deze programmabegroting wordt aan de hand van de ramingen per programma, de beschikbare algemene dekkingsmiddelen, het beschikbare bedrag voor onvoorziene uitgaven en de geraamde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves het begrotingsresultaat inzichtelijk gemaakt. Belangrijke afwijkingen worden van een toelichting voorzien en u vindt een overzicht met de geraamde incidentele baten en lasten.

Ook bevat dit hoofdstuk van de programmabegroting een uiteenzetting van en een toelichting op de financiële positie van de gemeente Doesburg. Aandacht wordt o.a. geschonken aan de algemene financiële uitgangspunten, de (meerjarige) budgettaire positie, de investeringen en de omvang van de reserves en de voorzieningen.