Meer
Publicatiedatum: 07-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf B - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf B | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is gebaseerd op de primaire begroting 2020-2023 tenzij anders is vermeld in deze paragraaf.

Het weerstandsvermogen is toereikend als er voldoende mogelijkheden zijn om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Hiervan is dus sprake als het saldo tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s positief is.

 

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit


De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te kunnen afdekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om éénmalige financiële tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen begrepen die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.


De weerstandscapaciteit van onze gemeente is:

Onderdeel

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit

 

Onbenutte belastingcapaciteit

702.000

Totaal structurele weerstandscapaciteit

702.000

 

 

Incidentele weerstandscapaciteit

 

Algemene reserve

8.359.000

Bestemmingsreserve decentralisaties

509.000

Stille reserves materiële bezittingen (tellen niet mee)

0

Stille reserves financiële bezittingen (tellen niet mee)

0

Onvoorzien

15.000

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

8.883.000

 

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is voor onze gemeente berekend op afgerond €702.000 (ca. €63 per inwoner, uitgaande van 11.142 inwoners in 2019).


Afvalstoffenheffingen:

De opbrengst van de afvalstoffenheffing is gebaseerd op 100% kostendekking . Conform de regelgeving in het kader van het BBV moeten opbrengsten die hiervoor worden geheven, daar ook voor bestemd blijven. Er is daarom bij dit onderdeel geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.


Rioolheffingen:

De opbrengst voor de rioolheffing is gebaseerd op 100% kostendekking op grond van het in 2018 vastgestelde watertakenplan. Conform de regelgeving in het kader van het BBV moeten opbrengsten die hiervoor worden geheven, daar ook voor bestemd blijven. Daarom is er ook bij deze heffing geen sprake is van onbenutte belastingcapaciteit.


Onroerende zaakbelasting:

Op basis van de gemiddelde OZB belastingdruk in Gelderland (2019: €246 per inwoner) en de OZB belastingdruk in de gemeente Doesburg (2019: €183) is er sprake van een onbenutte belastingcapaciteit van ca. €63 per inwoner. Dit geeft een totale OZB capaciteit van afgerond €702.000.


Algemene reserve

De totale beschikbare algemene reserve bedraagt eind 2020 €8.359.000. Daarbij is rekening is gehouden met de door de raad besloten mutaties.


Bestemmingsreserve decentralisaties

De bestemmingsreserve decentralisaties ad. €509.000 wordt meegenomen bij de bepaling van de incidentele weerstandscapaciteit. Dit in tegenstelling tot de overige bestemmingsreserves. Deze reserve is namelijk specifiek bedoeld is als buffer om tegenvallers te voorkomen en maakt daarmee onderdeel uit van het weerstandsvermogen. 


Stille reserves

Onder een stille reserve wordt verstaan het (positieve) verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde van een niet-bedrijfsgebonden vaste activa. Een niet-bedrijfsgebonden actief zou kunnen worden afgestoten zonder dat het functioneren van de organisatie van de gemeente Doesburg in het gedrang komt. Bij verkoop van dergelijke bezittingen ontstaan dus boekwinsten, die eenmalig vrij inzetbaar zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stille reserves in materiële bezittingen en stille reserves in financiële bezittingen.


Stille reserves in materiële bezittingen:

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in materiële bezittingen:

Objectnr.

Activanr.

Omschrijving

Boekwaarde

Actuele waarde

Saldo

1128

144

Clubhuis harmonie Burgemeester, Nahuyssingel 2

25.490

101.000

75.510

1275

-

Parkeerplaats de Bleek, Burg. Flugi van Aspermontlaan

0

543.000

543.000

2126

98

Sporthal / sportzaal, Armgardstraat 2a

0

233.000

233.000

3929

417

Sportterrein Sportclub Doesburg, Looiersweg (incl. kantine / kleedkamers)

41.991

210.000

168.009

4227 / 4489

-

Sportzaal en peuterspeelzaal, Wilgenstraat 2

0

321.000

321.000

4490

249

Sporthal Beumerskamp, Breedestraat 39

60.079

1.030.000

969.921

5832

 

Clubhuis speeltuinvereniging Kindervreugd, Marijkelaan 1

0

251.000

251.000

8675

 

Grond, Oranjesingel 22

0

39.000

39.000

8676

418

Grond 2, Oranjesingel 22

0

223.000

223.000

Totaal

127.560

2.951.000

2.823.440


Het stadhuis, het stadsarchief, de brandweerkazerne, de stadswerf en alle onderwijsgebouwen zijn buiten beschouwing gelaten. Dit omdat deze bezittingen tot de bedrijfsgebonden vaste activa worden gerekend.

De genoemde actuele waarden zijn gebaseerd op WOZ-waarden (waardepeildatum 1-1-2018, basis voor belastingaanslag 2019). In het overzicht zijn uitsluitend de objecten meegenomen waarvan de WOZ-waarde minimaal €45.000 hoger ligt dan de boekwaarde. De boekwaarde per 31-12-2018 is in het bovenstaande overzicht verwerkt.

Omdat de mogelijkheden tot het feitelijk te gelde maken van de genoemde stille reserves steeds beperkter worden geacht, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening meer gehouden met deze berekende stille reserve. Om de stille reserves in beeld te houden, worden zij wel in deze paragraaf getoond.

 

Stille reserves in financiële bezittingen:

Onder de financiële bezittingen worden de deelnemingen in bedrijven verstaan. Als er sprake is van een aanmerkelijk voordelig verschil tussen de boekwaarde van de deelnemingen en de potentiële verkoopwaarde van de (verhandelbare) deelnemingen, dan is sprake van een stille reserve in financiële bezittingen.

Op dit moment beschikt onze gemeente over de navolgende stille reserves in financiële bezittingen:

Omschrijving

Boekwaarde

Opbrengstwaarde

Saldo

Aandelen BNG

69.030

2.476.500

2.407.970

Aandelen Alliander

8.168

4.791.800

4.783.632

Aandelen Vitens

1.997

1.281.600

1.279.603

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

22.235

181.000

158.765

Totaal

101.430

8.730.900

8.629.470


De opbrengstwaarde is gebaseerd op het zichtbaar eigen vermogen van de betreffende ondernemingen en het procentuele aandeel van onze gemeente in het aandelenkapitaal. Dit op basis van de intrinsieke waarde of het gerealiseerde resultaat van de gemeente Doesburg (bij Circulus-Berkel B.V.).

Er wordt rekening gehouden met de contante waarde van de in de begroting 2019 geraamde dividenden (op basis van een eeuwigdurende rente van 4%, wat neerkomt op 25 keer het geraamde jaardividend). Deze vallen immers structureel weg bij een eventuele verkoop:

Omschrijving

Saldo boek-  en opbrengstwaarde

CW dividend

Saldo
(mits positief)

Aandelen BNG

2.407.470

1.700.000

707.470

Aandelen Alliander

4.783.632

2.917.500

1.866.132

Aandelen Vitens

1.279.603

745.000

534.603

Aandelen Circulus-Berkel B.V.

158.765

0

158.765

Totaal

8.629.470

5.362.500

3.266.970


Omdat de verhandelbaarheid van de genoemde aandelen zeer beperkt is, wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit daarom geen rekening gehouden met deze berekende stille reserve.


Onvoorzien

De post onvoorzien is vastgesteld op een bedrag van €15.000. 

 

Inventarisatie van de risico’s

 

Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een nadelig financieel gevolg. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen (bijvoorbeeld via verzekeringen of via gevormde voorzieningen). Doen deze risico’s zich voor dan moeten de nadelige financiële effecten hiervan ondervangen worden via het weerstandsvermogen.

Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: Risico = Kans x Gevolg

Een risico is groter wanneer de kans van optreden en de gevolgen van optreden groter zijn. Een groot gevolg gecombineerd met een minimale kans wordt in het algemeen als niet belangrijk beschouwd, net als een grote kans met een minimaal gevolg. Afhankelijk van de kans en het gevolg kan een risico op vier manieren worden aangepakt:

  • Voorkomen: één of beide van de factoren kans en gevolg wegnemen;
  • Verminderen: één of beide van de factoren kans en gevolg afzwakken;
  • Uitbesteden: risico's onderbrengen bij verzekeraars;
  • Accepteren: alleen bij zeer kleine kans en/ of zeer kleine gevolgen

 

Structurele risico’s

Inkomensdeel WWB (BUIG):

Het maximale risico is met ingang van de begroting 2014 niet meer volledig afgedekt. Dit betekent dat het gevolg afgerond €310.000 bedraagt, gebaseerd op 7,5% van het inkomensdeel.  Het inkomensdeel voor de primaire begroting 2020-2023 is gebaseerd op de realisatie over 2018. Daarbij is er rekening gehouden met een afdekking  van €100.000 door middel van een storting in de bestemmingsreserve BUIG. We houden rekening met 25% van het gevolg, te weten €77.500.


Presikhaaf bedrijven:

Vanaf 2015 hebben wij rekening gehouden met een (geraamd) exploitatietekort van Presikhaaf Bedrijven.  De activiteiten zijn overgenomen door Scalabor; het exploitatierisico van Scalabor komt voor rekening van de gemeente Arnhem. De financiële effecten rondom de afwikkeling van Presikhaaf Bedrijven kunnen worden opgevangen binnen de bij Presikhaaf Bedrijven gevormde reserves en voorzieningen. Daarom is dit risico komen te vervallen.


Fluctuaties gemeentefonds:

De algemene uitkering van het gemeentefonds maakt 60% uit van de gemeentelijke inkomstenbronnen. Dit betekent dat de financiële positie van de gemeente in sterke mate afhankelijk is van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds. Nadelige gemeentefondsontwikkelingen kunnen de financiële positie van de gemeente behoorlijk onder druk zetten. De algemene uitkering uit het gemeentefonds is in de primaire begroting 2020 geraamd op € 19,9 miljoen. Het maximale risico wordt geschat op 3% van dit bedrag, te weten €597.000. Er kunnen immers fluctuaties optreden door de onderuitputting op rijksuitgaven, die via het principe van trap-op-trap-af ook gevolgen hebben voor het gemeentefonds.

Bij de risicobepaling wordt rekening gehouden met de toevoegingen in het kader van de april-circulaire 2018 met betrekking tot het interbestuurlijk programma (IBP). Hierin zijn o.a. ook duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen opgenomen. Tevens wordt er rekening gehouden met het risico dat voor taken die de gemeente uitvoert meer middelen nodig zijn, dan waarvoor de gemeente wordt gecompenseerd door middel van verhoging van de algemene uitkering. Dit speelt met name op het gebied van open-einde regelingen bij de jeugdzorg en de WMO.


Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen:

In de primaire begroting 2020-2023 zijn de opbrengsten voor precariobelasting op kabels en leidingen opgenomen tot en met 2021. Aangezien de juridische procedure hierover door Liander niet is doorgezet, is het risico terzake hiervan ook komen te vervallen.

 

Incidentele risico’s


Verleende gemeentegaranties en aan derden verstrekte geldleningen:

De gemeente Doesburg heeft een aantal waarborgen verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van derden, waaronder:

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2018

Risicoprofiel

Kwalificatie

Vitens N.V.

62.400

Laag

 

Zorggroep Attent

594.000

Middel

 

Gestichten van Weldadigheid

2.430.000

Laag

 

Totaal

3.086.400

10% 

308.600


Het risico op deze waarborgen wordt ingeschat op 10%, te weten €308.600 (afgerond).

 

Aan derden verstrekte geldleningen:

Daarnaast heeft onze gemeente een aantal geldleningen verstrekt aan derden. Aan de terugontvangst van deze leningen zijn bepaalde risico’s verbonden. Het betreft de navolgende leningen:

Geldnemer

Restantbedrag

 31-12-2018

Risicoprofiel

Kwalificatie

Woonservice IJsselland

1.365.400

Laag

 

Zwembad Den Helder *)

917.200

Middel

 

Tennisvereniging **)

400.000

Middel

 

Vitens

143.200

Laag

 

Totaal

2.825.800

5% 

141.300

*) deels verstrekt met hypothecaire zekerheid.
**) formeel in 2019 getransporteerd; voor de volledigheid hier wel meegenomen.

Het risico op de verstrekte geldleningen wordt ingeschat op 5%. Dit komt neer op €141.300.

 

De kwalificatie van de aan het zwembad verstrekte geldleningen wordt laag ingeschat vanwege de onderstaande calculatie:

Zwembad Den Helder

Bedrag

Totale restantschuld per 31 december 2018

917.200

Executiewaarde zwembad (80% van de WOZ waarde, per peildatum 1-1-2018, t.b.v. belastingheffing 2019)

1.424.000

Maximaal risico

0

 

Opgemerkt wordt dat in de primaire begroting de subsidie aan de stichting zwembad is begroot op afgerond €310.000. Bij een eventueel faillissement van de stichting valt dit bedrag vrij.

 

Verbonden partijen:

Onze gemeente neemt deel aan diverse verbonden partijen. Een overzicht hiervan is terug te vinden in de paragraaf  “Verbonden partijen” en bij de betreffende programma's. De deelname aan deze partijen brengt bepaalde risico’s met zich mee. Rekening wordt gehouden met maximaal risico van €500.000 en een kans van 10%.


Algemene risico’s bouwgrondexploitatie:

Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde van de diverse complexen per 31 december 2018. Dit is 20% van €2.243.000 maakt. €448.600 (afgerond).


Opbrengsten precariobelasting kabels en leidingen:

Er hebben plaatselijk en landelijk procedures gelopen m.b.t. de precariobelasting op kabels en leidingen. het risico op deze beschouwen wij als gemitigeerd in verband met het intrekken van het hoger beroep door Liander.


In de navolgende tabel worden de hiervoor genoemde risico’s van een financiële kwalificatie voorzien:

Structurele risico’s

Kans

Gevolg

Risico

Inkomensdeel WWB

25%

310.000

77.500

Presikhaaf Bedrijven

vervallen

vervallen

vervallen

Fluctuaties gemeentefonds

3%

19.900.000

597.000

Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen

vervallen

vervallen

vervallen

Totaal

 

20.210.000

674.500

 

 

Incidentele risico’s

Kans

Gevolg

Risico

Verleende gemeentegaranties

10%

3.086.400

308.600

Verleende geldleningen

5%

2.825.800

141.300

Verbonden partijen

10%

500.000

50.000

Algemene risico’s bouwgrondexploitatie

20%

2.243.000

448.600

Opbrengst precariobelasting kabels en leidingen

vervallen

vervallen

vervallen

Totaal

 

8.655.200

948.500

 

 

Berekening weerstandsvermogen

 

Weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Bij weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder haar hele beleid om te hoeven gooien. Weerstandsvermogen bestaat uit een dynamische en een statische component. Het dynamische weerstandsvermogen kan worden berekend door de structurele risico’s in mindering te brengen op de structurele weerstandscapaciteit. Het statische weerstandsvermogen kan worden berekend door de incidentele risico’s af te trekken van de incidentele weerstandcapaciteit. Als de uitkomst positief is dan is er sprake van voldoende weerstandsvermogen.

  

Dynamisch weerstandsvermogen:

Bedrag

Structurele weerstandscapaciteit:

702.000

Structurele risico’s:

674.500

Saldo (overschot):

27.500

 

Statisch weerstandsvermogen:

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit:

8.359.000

Af: Incidentele risico’s:

948.500

Saldo (overschot):

7.410.500

 

Op basis van de huidige inzichten kan dus geconcludeerd worden dat het weerstandsvermogen toereikend is.

 

Indien de maximale omvang van de incidentele risico’s (meest negatieve scenario) worden afgezet tegen de incidentele weerstandscapaciteit dan is de uitkomst als volgt:

Maximale incidentele risico’s t.o.v. de incidentele weerstandscapaciteit:

Bedrag

Incidentele weerstandscapaciteit:

8.359.000

Af: Incidentele gevolgen (maximale incidentele risico's):

8.655.200

Saldo (tekort):

-/- 296.200

 

  

Kengetallen


De onderstaande kengetallen zijn ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) opgenomen. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Doesburg. Onder de tabel vindt u een korte toelichting en duiding van de kengetallen. Op de volgende pagina staat een schematische weergave met een uitleg per kengetal opgesteld door het ministerie van Binnenlandse zaken en Koningsrelaties.

Verloop van de kengetallen op grond van de primaire begroting 2020-2023:

Kengetallen

R2018

B2019

B2020

B2021

B2022

B2023

netto schuldquote

-14,99%

-25,15%

6,01%

1,93%

-2,01%

-6,17%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-28,85%

-36,97%

-6,13%

-9,60%

-13,25%

-16,79%

solvabiliteitsratio

77,94%

74,61%

76,66%

76,06%

76,30%

76,35%

grondexploitatie

6,59%

4,34%

6,03% 

4,54% 

3,09% 

1,54%

structurele exploitatieruimte

-1,47%

0,39%

0,22%

1,25%

-0,36%

0,88%

belastingcapaciteit

101,96%

103,26%

102,59%

102,59%

102,59%

102,59%

 

Op het kengetal structurele belastingcapaciteit scoort de gemeente Doesburg 'gemiddeld' bij de provincie Gelderland als toezichthouder.  Alle andere kengetallen kwalificeren als 'goed'. De gemeente Doesburg heeft namelijk veel eigen vermogen en geen schulden. Daarnaast hebben we een lage grondpositie waardoor we weinig risico lopen met grondexploitaties. Ons materieel begrotingssaldo is positief. Dit houdt in dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. Daarnaast is er nog voldoende belastingcapaciteit.